DE DERDE OPENBARING
Zacht kabbelt 't water van• de plas Langs d' oevers van Tiberias. Een schip voert Jezus' jong'ren mee: De mensenvissers zijn op zee. j
Zij vangen niets in deze nacht Wie is 't Die aan de oever wacht? Een kort bevel klinkt van dichtbij: „Werpt 't net slechts aan de rechterzij".
Zij werpen 't net en 's Konings woord Is ook in 't water aangehoord. Dan is bij hen geen droefheid meer; Dan juichen zij: „Het is de Heer!"
Ja, 't was de Heer, Die aan hen dacht; 't Was Jezus, Die dit wonder bracht; Het was de Heer; als Hij gebiedt, Dan weig ren zelfs de vissen niet.
Gij mensenvissers, hoort Zijn stem: De zegen komt alleen van Hem. Gij werpt Uw netten maar en wacht Op Zijn bevel en woord van macht.
„Heer, alles luistert naar Uw Wet: Breng vele vissen in het net; Bekwaam de vissers tot hun werk; Bewaar, vermeerder Uwe Kerk!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1950
Daniel | 8 Pagina's