VRAGENBUS
I Correspondentie voor deze rubriek aan : T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid
J. V. te V. vraagt hoe verklaard moet worden Job 1 : 6, waar we lezen: Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor de Heere te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam."
Antwoord: De satan, tegenstander van God en mensen, van alles wat goed is, dringt zich binnen in een vergadering van Gods kinderen, die kwamen om zich voor de Heere te stellen.
Na onderzoek is mij gebleken, dat de Bijbelverklaarders er twee kanten mee uitgaan.
Sommigen menen, dat onder kinderen Gods (Job 38 : 7) verstaan moet worden de heilige engelen in de hemel, die verslag kwamen doen van hun handelingen op de aarde en om van de Heere nieuwe instructies te ontvangen. De satan, die oorspronkelijk een hunner was, zou ook in deze vergadering geweest zijn, hetzij gedaagd, om er als misdadiger te verschijnen of voor het ogenblik als indringer, oogluikend toegelaten.
Anderen menen, dat hier gesproken wordt van een bijeenkomst op aarde en dat onder „kinderen Gods" wordt verstaan Gods volk in de strijdende kerk. In de patriarchale eeuw werden de belijders der waarheid „zonen Gods" genoemd (Gen. 6:2.)
Zij hadden toen op gezette tijden Godsdienstige bijeenkomsten. De Koning kwam in de vergadering om zijn gasten te overzien. Het oog des Heeren was op allen, die tegenwoordig waren en ook satan was in die bijeenkomst. Dat is niet vreemd, want satan was ook in het Paradijs, is ook in de vergaderingen van Gods volk, om hen af te leiden en te verstoren. Hij staat aan hun rechterhand, om hen te beschuldigen.
Hoewel ik weet, dat de eerste verklaarders zich beroepen op het antwoord van satan „Van om te trekken op de aarde en van die te doorwandelen", is dit voor mij nog geen steekhoudend bewijs, dat die vergadering in de hemel is geweest, omdat hetzelfde antwoord gegeven kan worden in een bijeenkomst, die op aarde gehouden werd.
Bovendien is direct na de val der engelen, de hemel, de plaats van Gods luister afgesloten geworden voor de duivelen, want wat gemeenschap heeft Het Licht met de duisternis?
Hoe zou de Heere, de vlekkeloos reine en Heilige God de satan kunnen toelaten in Zijn heilige troonzaal ? „Aldaar zal niet inkomen wat gruwelijkheid doet, en leugen spreekt."
Daarom gevoel ik meer voor de 2e verklaring.
A. T. C. te H. D. schrijft mij: „Laatst gebruikte iemand de uitdrukking: „Naast God."
Een ander vond dit een goddeloze uitdrukking. Wat zegt U hiervan? "
Antwoord: 't Is altijd goed als iemand met eerbied Gods Naam gebruikt. Dat is betamelijk, dat eist de Heere van ons. In het 3e gebod zegt de Heere uitdrukkelijk: „Gij zult de Naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken." Maar bovengenoemde uitdrukking, die ik zo vaak gehoord heb in de vergaderingen van Gods volk, bedoelt helemaal niets kwaads.
Hoe menigmaal wordt niet gezegd: „Naast God heb ik mijn herstel te danken aan de pas uitgevonden en eerst kortgeleden toegepaste middelen."
Of wilt ge een ander voorbeeld.
„Nederland heeft zijn onafhankelijkheid naast God, te danken aan het Huis van Oranje."
Wat wil dat nu zeggen? Dat de Heere middellijk werkt. Hij alleen is de Bewerker van herstelde gezondheid, van bevrijding van een land enz., maar Hij gebruikt en zegent daartoe de middelen. In het eerste geval de aan de mens gegeven medicijnen, in het tweede geval de aan de Oranjes gegeven wijsheid, moed, staatsmanskunst enz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1950
Daniel | 8 Pagina's