VOOR ONZE Militairen
Ontspanning I.
Krijgsman, wil je daarover eens een artikeltje schrijven? zo vroeg mij een jongen. Ja vriend, ik wil dat wel doen, doch onder één voorwaarde en die is deze, dat je van Krijgsman niet moet verwachten dat hij nu eens zal zeggen wat geoorloofde en ongeoorloofde ontspanning is. We komen dan op een terrein waar duizenden vragen naar voren komen waarop ik beslist geen antwoord kan geven dan dit: Een ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd." Waar je die verzekerdheid kunt verkrijgen? Heel eenvoudig mijn jongen. Zonder geld en zonder prijs. Het kost je niets. Dat overkomt een mens in de wereld niet dikwijls hè. Dat adres kun je vinden in Ps. 81 : 11. Daar kun je lezen: doe uwen mond wijd open, en Ik zal hem vervullen". Daar heb je het adres. Je moet dus zijn bij die grote „Ik".
Toch wil ik naar vermogen nog wel eens iets zeggen over „ontspanning". Ik heb daar al eens eerder over geschreven, maar dat hindert niet. Dat is al zo lang geleden en velen hebben dat toen niet gelezen.
Dat is een breed terrein hoor, waarop we ons bevinden. Daar is wat te koop. Ja, te koop, want de ontspanning die de wereld biedt en waar we het nu over zullen hebben, krijg je niet voor niets. Dat kost je geld, hetzij veel of weinig.
Ik zou je eerst een vraag willen stellen en wel deze. Vind je de tijd waarin we leven wel een tijd voor ontspanning? Ik hoor er al verscheidene zeggen: „wat ouderwets, wat bekrompen, wat zwaar op de hand enz." Je kent die vragen wel. Nu vriend, dat is best mogelijk hoor dat ik erg bekrompen ben en erg zwaar op de hand, maar zeg eens, dat raakt toch eigenlijk niet de kern van de zaak hè? We zullen het samen eens eenvoudig bekijken en dan doe ik dat graag aan de hand van Gods Woord. Weet je waarom? Dan gaan we veilig. Wat zegt Gods Woord dan? Lees dan eens Pred. 3. Daar begint die wijze man te zeggen: „Alles heeft een bestemde tijd" en even verder zegt hij: „daar is een tijd om te wenen, en een tijd om te lachen", Wanneer ik dus de vraag stel, is het nu wel een tijd voor ontspanning, dan heb ik Gods Woord aan mijn zijde. We leven in een tijd dat de mens vraagt naar brood en spelen, dat wil zeggen, de hoofdschotel van een mens z'n leven is het vragen naar ontspanning, niets dan ontspanning. Neen, niet alleen de onkerkelijke mens, niet alleen de mens die van God noch gebod wil weten, neen ook de kerkelijke mens, de mens die iedere Zondag opgaat naar Gods huis. De gehele wereld, rijk en arm vraagt en hijgt naar ontspanning. Nogmaals, we hebben het over de wereldse ontspanning. Daar staat de arme mens mee op en gaat er mee naar bed. Daar geeft hij z'n laatste cent aan uit. Daar doet hij zijn gezin te kort voor. Daar heeft hij zijn gezondheid voor over. Neen ik overdrijf niet. Ik kom daar straks wel op terug. De mens leeft zich uit in de zonde en grijpt iedere gelegenheid aan om zich uit te leven. Hij zoekt naar gelegenheden. Van ieder wissewasje wordt een feestelijke herdenking gehouden of voor iedere onbelangrijke gebeurtenis wordt een feest georganiseerd. Kijk maar eens om je heen en je zult verbaasd zijn wat de arme mens niet aangrijpt om maar eens ontspanning te hebben. De kerkelijke mens gaat soms daarin nog verder dan de onkerkelijke. Die eerste wil z'n ontspanningen nog dekken met Gods Woord. Je staat verbaasd over de onkunde en de brutaliteit, waarmee men soms z'n ontspanningen wil goed praten. Ik wil je daar eens een geval van vertellen wat ik enkele jaren geleden met een sergeant meemaakte. Deze sergeant was zeer godsdienstig in eigen ogen. Was gehuwd en ging thuis met vrouw en kinderen trouw iedere Zondag 2 maal naar de kerk. We lagen in een kamp en de mening heerste
daar algemeen, daar was in dat kamp niks te beleven. Ze hadden helemaal geen ontspanning. Daar moest eens wat meer ontspanning komen. Je was daar levend begraven.
Enfin, je weet wel hoe of er dan gesproken wordt. Men besloot een dansclub op te richten. Ik heb mij daar fel tegen verzet maar het mocht niet baten. Het was kort na de bevrijding en men leefde in een roes. De dansclub werd opgericht en ook de sergeant werd lid van die club. Hij was nog wel de man die nota bene iedere avond dagsluiting hield. Maar goed, hij was lid geworden en ging dus dansen. Menigmaal heb ik toen getracht hem van de club af te trekken maar wat de duivel beet heeft, houdt hij goed vast. Hij verdedigde zich als volgt. Het was geen openbare dansclub maar het was een besloten dansclub. En David danste ook voor de ark. Dit waren zo ongeveer z'n sterkste argumenten.
Ik heb hem toen eerst gewezen op het zondige van het dansen. Vervolgens wees ik hem op de omgeving waarin hij tijdens het dansen verkeerde en tenslotte trachte ik hem duidelijk te maken dat een besloten dansclub gevaarlijker is dan een openbare, omdat op een besloten dansclub steeds dezelfde dames verschijnen waardoor dus een grotere intimiteit ontstaat dan op een openbare waar steeds verschillende vrouwen verschijnen. Nadat hij enige weken die club had bezocht was hij van dit gevaar zich zelf al aardig bewust. Zijn beroep op David raakte kant noch wal. Ik heb hem toestemming gegeven om op dezelfde wijze te dansen als David nl. met de ark des Heeren vlak achter hem. Toch merkte ik dat hij onder dit alles niet rustig was. Gelukkig maar, dan is er nog hoop. Eens op een avond ging hij weer dansen. Vóór dat hij ging kwam hij op m'n kamer. Waarom? Om nog eens met mij te praten.
Ik heb hem toen deze vraag gesteld: Vriend, als je in Gods Huis komt en je hebt je plaats bereikt wat doe je dan? Hij zei: „dan vraag ik of God Zijn Woord nog eens zou willen zegenen aan mijn hart."
Ik heb hem toen deze harde raad gegeven: „Ga naar je kamer en vraag of je vanavond tot Ere van Zijn Naam mag dansen." Hij zei dat durf ik niet en hij schrok zo van die vraag, dat hij niet meer durfde gaan dansen. Zijn ontspanning waar hij zo voor gevochten had was ten einde. Gelukkig die jongen zag het verkeerde van zijn daad in. Hoe velen zijn er echter niet die doordraven en niet meer de moed bezitten om hun ongeoorloofde ontspanning vaarwel te zeggen.
Daar is een jongen die mij gevraagd heeft of hij mocht leren dansen en of dat zonde was. Ja, dansen is zonde. Ik begrijp niet dat een jongen, opgevoed onder de oude waarheid nog met zo'n probleem zit. Ik weet jongen dat een officier moet kunnen dansen maar dat kan nooit een reden zijn om het te doen of te leren.
In een volgend artikeltje hoop ik hier nader op terug te komen. Voor deze week groet ik jullie allen har-telijk.
„KRIJGSMAN".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1950
Daniel | 8 Pagina's