JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grepen uit de Letterkunde

4 minuten leestijd

(15.)

Over Christus' lijden.

Het lijden van de Heere Jezus wordt overdacht in de Lijdensweken telken jare opnieuw. De Roomsen hebben hun „vasten" stelselmatig zeven weken vóór de dag der Opstanding. De Mattheüs-passion wordt in tal van plaatsen in ons land ten gehore gebracht. De eeuwen door hebben dichters en schrijvers zich verdiept in de Borgtocht van Vorst Messias.

Laten we ditmaal in deze rubriek hierover iets naar voren brengen.

In zijn „Voorbeeldige Godgeleerdheid" schrijft Alberthoma:

„De zon omhoog aan 's hemels ronde boog wordt met een floers van rouwgewaad betogen: Zij, die als koninginne barnt (brandt) en dooft de glans van 't vuurgestarnt', onttrekt op 's middagspunt het licht aan aller ogen.

Wat of 't mag zijn, dat dus de> zonneschijn drie uren lang voor d'aarde zich verduistert? Zij wordt beschaamd dat d'Oppergod, de ware Zon, hier hangt ten spot, en dat de Sieraad van haar Maker wordt ontluisterd."

Drelincourt schrijft in „Christelijke Klinkdichten:

, , 't Stemt alles saam, o Heer, tot rouwklacht om uw [pijn.

De zon schijnt, als van druk, droefgeestig te bezwijken.

De Heil'ge plaats, geschud, scheurt heden haar [gordijn,

en toont haar weedom om dit snood verongelijken.

Het aardrijk schrikt en beeft, de rotsen tonen schijn (al zijn ze nog zo hard) van teerheid; in stadswijken verrezen' heiligen uit 't graf verschenen zijn, opdat ze om uw dood hun smart ook deden blijken."

In de „Gangen Gods" horen we Willemsen zeggen:

„Mijn ziele, zet u bij dit kruishout neer, ontzet, verstomd, verwonderd en verlegen. Verwonderd? Ja, zie hier Jehova's wegen: om uwe geest te lokken tot Zijn eer:

Was dit de weg, 't beraamde van uw Raad, uw lieve Zoon aan 't kruishout op te hangen? Die heilige voor een ontheiligd zaad te doden? om gedode weer t' ontvangen? "

R, Schutte, predikant te Rossum, schrijft in „Christus' zegepralend lijden":

, , 'k Zie haast de tanden van gescherpte geselzwepen al snerpend in het Lijf gekletst; het rokend bloed met rode strepen afstromen, 't vlees door 't slaan gekwetst of door de punten openhalen; 'k zie 's werelds Vorst met dorenen gekroond, bespuwd, gebeukt, gevloekt, gemarteld en gehoond: De woede kent geen palen noch medelijden die 't beschreit. Maar wrede bloedraad, denk: schoon hier het recht [moet buigen,

God, God zal u eens overtuigen van roepende onrechtvaardigheid. Dan zal men zien wie 't hoofd moet onderhalen, dan zal de Deugd met schone glansen pralen!"

Revius brengt de kruisiging door de Joden over op zichzelf:

, , 't En zijn de Joden niet, Heer Jezu, die u kruisten... Ik ben 't o Heer, ik ben 't die u dit heb gedaan , Ik ben de zware boom, die u had overlaan, Ik ben de taaie streng daarmee gij gingt gebonden want dit is al geschied, helaas, om mijne zonden."

Ik eindig nu met een gedicht van een dichter van deze tijd, Jan H. de Groot (geboren 1901). Evenals bij Revius treffen we ook hierin aan, dat de schrijver aan 't slot zichzelf als de, schuldige ziet.

Christus' geseling.

De geselzweep, lang, zwaar van lood zwiepte op, hoog in de lucht. De vreselijke haal striemde op de naakte rug van Christus die aan de paal gebonden stond, gebogen stond, de ogen naar de grond. [De slagen

joegen voort. De schuldeloze rug, doorploegd en rood van bloed bleef roerloos, in de brand der zon. De geselaar sloeg voort, totdat hij niet meer kon. En 't volk genoot.

't Metalen aangezicht van een soldaat kwam na, zijn [handen trokken los

de lus waarmede Christus krom gebonden was. En toen hij recht stond, geselde de kreet zijn ziel: [„Laat los,

laat los ons Barabbas."

En Christus weggevoerd, liet mij Zijn beeld van dulden [en van dragen. De zweep lag in m'n hand, de kreet was in mijn hart. Ik had Gods Zoon tot bloedens toe geslagen.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1950

Daniel | 8 Pagina's

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1950

Daniel | 8 Pagina's