Een opwekking tot noodzakelijk zelfonderzoek.
Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. (2 Cor. 13 : 5a.)
(VERVOLG EN SLOT)
De derde zaak die met het geloof samengaat is een verslagen geest. Er is een wenen uit vreze. In de eerste overtuigingsweg van zonde, gerechtigheid en oordeel, als de ziel door Gods heilige wet gewond wordt en zij daardoor onder de vloek Gods komt te liggen en het rechtvaardige van Gods heilige toorn moet rechtvaardigen. Maar Maria volgens Lukas 7 : 38 weent aan Jezus' voeten. Daar was geen vreze bij maar het was een wenen uit liefde. Een ziel ziet een gebroken Christus aan met een gebroken hart, zij wast Christus' wonden met haar tranen.
Letten wij nu tenslotte nog kortelijk op de eigenlijke daad des geloofs. Zou dit in waarheid besproken kunnen worden, zoals het in werkelijkheid plaats grijpt? Ieder die er iets van geleerd heeft zal moeten erkennen dat daar slechts iets van gestameld kan worden. Laten wij echter trachten er iets van te zeggen. De werkelijke daad des geloofs is met een kinderlijk, heilig, ootmoedig vertrouwen te rusten op Jezus Christus en wel met een heilige beweging des harten. Het geloof klemt zich in de diepste nood, in de grootste ellende, in het hachelijkste gevaar en in de benauwdste toestand vast aan Christus. Het geloof werpt zich op Christus. Zie dit in de blinde Bartimeüs: „Gij Zone Davids ontferm U mijner." Het geloof waagt het met Christus met een heilig avontuur. Zie het in Koningin Esther: Kom ik om, dan kom ik om. De bloedvloeiende vrouw. Het geloof grijpt Christus aan op Zijn eigen woord. Het woord is in de Schrift afgebeeld als het grijpen van de hoornen van het altaar, de zodanige mocht niet gedood worden. (Adonia). Ook bij de Syro-Fenicische vrouw: „De hondekens eten toch ook van de brokskens die van de tafel des Heeren afvallen."
Het geloof rust op Christus, gelijk de stenen rusten op het fundament (1 Petr. 2 : 5). Het geloof of de geloofsdaad wordt vergeleken bij een leunen op Christus. Dit beeld is ontleend aan iemand, die alleen niet lopen kan, die ondersteund moet worden. De gelovige zonder Christus is elk ogenblik in gevaar om te vallen, te struikelen, te hinken en te zinken. Dit vinden we aangetekend in Hooglied 8:5: ie is zij die daar opklimt uit de woestijn en lieflijk leunt op hare liefste?
De heilige Augustus had tot spreuk: Ik kan veilig rusten als ik mijn hoofd aan Christus' bloedende zijde nederleg." Het geloof is de ledige hand, waardoor Christus en Zijn zielzaligende gaven worden aangenomen. Het is het kanaal waardoor de zielzaligende wateren des levens in de ziel afvloeien. Openb. 22 : 17. Tot dezulken zegt de Heilige Geest: ie dorst heeft, die kome en neme de wateren des levens om niet. Ook uitgedrukt bij Jes. 55 : 1. Dezulken ontvangen de interest van de hemelse erfenis hier reeds, in de ledige geloofshand, van het Hoofd Christus, bij Wien een volheid is van genade voor genade. Het geloof is de kapitein der vele genadegaven. Door het geloof wordt alle genade in de ziel levendig, krachtig en geurgevend. Zie hier enkele zaken van de eigenlijke daad des geloofs. Al naar zijn aard en sterkte heeft het geloof verscheidene benamingen, als: leingeloof, zwak geloof, krank geloof, groot geloof, sterk geloof en meer andere. Doch hoe het geloof ook genoemd moge worden alle hebben zij deze vruchten en eigenschappen, die alhoewel ze veelvuldig zijn, tot 5 hoofdzaken te brengen zijn:
1. Het geloof is een hartverkwikkende genade 2. Het geloof is een reinigende genade 3. Het geloof is een hartbevredigende genade 4. Het geloof is een hartversterkende genade 5. Het geloof is een vruchtbare genade.
Het geloof verlevendigt de genadegaven. Het geloof is het grote rad, waardoor alle raderen der ziel gedreven worden. Hoe werkt de liefde? Door het geloof. Hoe werkt de nederigheid? Door het geloof. Het geloof vernedert de ziel. Hoe werkt de lijdzaamheid? Door het geloof. Jac. 1 : 3: e beproeving Uws geloofs werkt lijdzaamheid. Het geloof werkt in de ziel armoede des geestes. Het geloof verlevendigt de plichten van een kind Gods. Zonder de werking des geloofs is een kind van God traag en lui in het beoefenen van zijn plichten. Er zijn 4 plichten van een Christen die ik noemen zal nl.: idden, horen, gehoorzamen en het doen van Gods geboden. Jac. 5 : 15 Het gebed des geloofs, Hebr. 4 : 2 horen des geloof, Rom. 6 : 16 van de gehoorzaamheid des geloofs, Openbaringen 22 : 14 zalig zijn zij die Zijne geboden doen: an het doen des geloofs. Het geloof is een hartzuiverende genade. Het geloof rechtvaardigt niet alleen, maar het heiligt. Het geloof is een gans zuivere hemelse natuur. Het geloof wast niet in onreine aarde. Het geloof heeft een reinigende kracht, een genezende kracht en een opbeurende kracht.
Wij hebben getracht aan te tonen waardoor een schuldige ellendige ziel bij God welbehaaglijk is en Go-
de vruchten voortbrengt en alzo deel heeft aan de onverderfelijke, onbevlekte erfenis. Het is daarom hoog nodig dat een ieder zich onderzoeke wat recht en eigendom wij aan Christus hebben. Onze tekst zegt in haar tweede deel: Kent Gij Uzelven niet of gij in Christus zijt? Doch hoe zullen wij te weten komen of Jezus Christus in ons is? Wel vrienden, zo wij in het geloof zijn. Daarom: onderzoekt Uzelven, of gij in het geloof zijt. Beproeft Uzelven.
Wijlen Ds A. JANSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1950
Daniel | 8 Pagina's