JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Van het Zendingsveld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van het Zendingsveld

4 minuten leestijd

(35.)

Zending in China I.

De Heere doet Zijn Woord zijn vrije loop hebben. Naar Zijn belofte zal de aarde vol worden van de kennis des Heeren. Hij plaatst de Kandelaar naar Zijn vrij welbehagen dan hier dan weer elders voor een bepaalde tijd. Zijn Woord wordt gebracht en het zal doen hetgeen Hem behaagt. In dat grote plan van het brengen van het eeuwig Evangelie gebruikt de Heere mensenkinderen. Déze ontvangen één talent, géne krijgen twee, drie of meer talenten om daarmee werkzaam te zijn in het Koninkrijk Gods. Sommigen moeten het fondament leggen, anderen moeten weer voortbouwen; enkelen met veel zichtbare vrucht en daartegenover moeten er meer klagen, bij noeste arbeid, schier boven vermogen: „Wie heeft onze prediking geloofd? "

Tot in China, dat eeuwen lang zo'n uitzonderlijke positie onder de landen en volken had ingenomen, drong de Evangelieprediking door. De Chinezen waren een volk apart. Wel vijf eeuwen vóór de komst van Christus in het vlees was er een leraar, die als 's werelds grootste wijze wordt vereerd: Kong-foe-tse, of beter bekend onder de Latijnse naam Confucius. Deze man is in de loop der tijden China's nationale heilige geworden. Hij heeft zo'n duidelijk stempel op zijn tijd gedrukt, dat van een voor-Confuciaanse en een na-Confuciaanse tijd gesproken werd. Zo groot was de verering, dat voor hem werd geofferd, waarbij deze woorden werden gesproken: „Hoe groot zijt gij, gij volmaakt wijze. Volmaakt is uw deugd en volmaakt is uw leer. Nimmer is uw lijk onder sterfelijke mensen geweest. U eren alle koningen. Uw uitspraken en gebeden zijn stralend tot ons gekomen. Gij zijt het voorbeeld in deze Keizerlijke school. Eerbiedig worden de offergaven opgesteld en in diepe eerbied laten wij onze pauken en klokken voor u luiden."

Hoe moeilijk moest het wel vallen om onder zo'n volk de leer te brengen van een Man der smarte; een Joods leraar, die gekruisigd werd. Door de godsdienst van het Boeddhisme, door de zeer-oude Chinese kuituur en door de verering van Confucius, was China een land geworden, dat vreemden amper konden betreden, (In onze dagen staan de zaken wel iets anders: nu lopen de spinnewebdraden vanuit Moskou haast het hele „hemelse Rijk" door.)

De Roomse zendeling Xavier, die in Japan had gewerkt, had wat moeite gedaan om in China te komen. Hij had schatten aangeboden om hem in China te brengen, maar tevergeefs. Hij heeft moeten verzuchten: „O rots, o rots, w T anneer zult gij u ontsluiten? "

De grondlegger van de zending in China werd in Schotland geboren in het plaatsje Morpeth in het jaar 1782. Het was de jongste zoon van een Schotse ouderling, die eerst landbouwer was, maar later leestenmaker werd. Wat moest de jonge Robert worden? Leren kon hij niet zo best, dus was het maar goed, dat hij met zijn handen zijn brood moest verdienen. Hij moest maar bij zijn vader in de leer gaan, zodat hij ook leestenmaker werd. Dit werk was echter niet zo naar Roberts zin. Hij zou toch liever studeren. Eigenaardig, vlug in 't leren was hij niet, maar toch deed hij het graag. En nu is het vaak zó, dat kinderen die vlug iets kunnen leren, het nogal spoedig zijn vergeten. Daarentegen leerlingen die veel moeite hebben om iets in 't hoofd te krijgen, dit voordeel hebben, dat ze een sterk geheugen bezitten. Zo was het met Robert Morrison. Als knaap van dertien jaar kon hij de berijmde psalm 119 zonder haperen opzeggen, 't Zal hem moeite hebben gekost om zo'n grote psalm in 't geheugen te krijgen, maar nu 't zo ver was, zat die berijming er muurvast in.

Overdag maakte Morrison dus leesten, maar 's avonds was hij 'aan 't studeren tot middernacht vaak. Hij was een ernstige jongen, die wel indrukken had van de Waarheid. Over die indrukken leefde hij echter heen, en vooral toen het gezin Morrison verhuisd was naar New-Castle, toen scheen het zeker wel dat alles slechts een morgenwolk en een vroegkomende dauw was. In die nieuwe woonplaats, een druk stadje toen al, was veel verleiding. Omgang met verkeerde vrienden brachten Robert van het goede pad af. En het pad der zonde is een hellend vlak, waarop we moeilijk gestuit kunnen worden. Slechts de onwederstandelijke kracht des Heeren vermag te zeggen: Tot hiertoe en niet verder.

Dit grote voorrecht viel Robert te beurt. God hield hem staande. De vloeker werd een bidder. Hoor maar wat hij later schreef: „De zonde werd mij tot een last. Ik verliet de goddeloze makkers en zette mij tot lezen, bidden en overdenkingen. Het behaagde de Heere Zijn Zoon in mij te openbaren".

Grote weldaad en dat uit souvereine genade!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1950

Daniel | 8 Pagina's

Van het Zendingsveld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1950

Daniel | 8 Pagina's