GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T.
Matth. 27, Marcus 15, Lucas 23, Joh. 19.
GOLGOTHA
1. De menselijke willekeur.
2. De Goddelijke beschikking.
Het is een goede gewoonte om in een zevental weken vóór Pasen, de gemeente te bepalen bij het lijden en sterven van Immanuël.
De lijdensprediking is vooral profijtelijk voor het geloof. We behoeven dan het gevoel en het verstand niet uit te schakelen want er is geen echt geloof zonder gevoel, en geen echt geloof zonder verstand.
Wel is er veel gevoel zonder geloof en ook veel verstand zonder geloof.
Als in de lijdens-overdenking alleen het verstand aan het woord is, worden we kil en/ koud.
Als alleen het gevoel aan het woord is, gaan we net als Jeruzalems dochteren wenen om de pijn van die lijdende Heer, zonder te beseffen, dat we zelf door onze schuld, Zijn kroon hebben gevlochten en Zijn beker gevuld.
Neen, we mogen Christus niet voorstellen als een Martelaar, maar als de Held, die van Edom komt met besprenkelde klederen van Bozra, die voorttrekt in Zijn grote kracht, Die machtig is te verlossen.
Als we het lijden van Christus zien in menselijk licht, dan ergeren we ons aan de grenzeloze willekeur en vragen, hoe kon God dat alles toelaten?
Als we Golgotha leren zien bij Goddelijk licht, dan verstaan we iets van het Woord uit Hebr. 2 : 10: Het betaamde Hem, om welken alle dingen zijn, en door welken alle dingen zijn, dat Hij vele kinderen tot de heelijkheid leidende, een overste Leidsman hunner zaligheid, door lijden zou heiligen".
Die Kruisweg was in overeenstemming met Gods deugden.
Gelijk de stralen van de zon zich in één brandpunt samentrekken, zo trekken de stralen van Gods deugden zich saam in dat vreselijke kruis.
Kunstkenners gevoelen zich bijzonder aangetrokken tot de werken van Rembrandt, omdat er tegenover diepe donkere schaduwtinten, zulke wondere lichtspelingen zijn die deze werken zo bekoorlijk maken.
Ze zijn als het ware met licht van boven overgoten. Zo is het, om een zwak beeld te gebruiken ook bij onze lijdensbeschouwing.
Er zijn zulke donkere diepten, die we met ons peuterige verstandje niet kunnen verklaren.
Maar als dan over al die donkerheid en menselijke willekeur het licht van Gods welbehagen gaat schijnen, dan wordt Golgotha dierbaar.
Dan zien we, dat alhoewel de Joden en heidenen verantwoordelijk blijven voor hun daden, Christus is overgeleverd naar de bepaalde raad en voorkennis Gods.
Als Job, te midden van zijn leed, behoefte heeft, om getuigenis af te leggen van de hope die in hem is in de bekende woorden: „Ik weet mijn Verlosser leeft", is het zijn begeerte dat die woorden aan de vergetelheid zullen worden ontrukt.
Hij wenst dat ze met een ijzeren griffel in lood voor peuwig zullen worden uitgehouwen.
Dat de letters in de flanken van een rots zullen worden gebeiteld en dat die lettergroeven met kokend lood zullen worden gevuld.
De grote Lijder des N.-Testaments heeft op Golgotha plechts zevenmaal gesproken.
Die kruiswoorden zijn lichtstralen, die ons het kruisgeheim verklaren.
Van die kruiswoorden mogen we wel zeggen: „Och dat deze woorden met een ijzeren griffel voor eeuwig in een rots gehouwen werden".
Zij bevatten de geestelijke nalatenschap van Hem, Wiens testament vast ligt in Zijn zoendood.
Straks zal de triumpherende kerk het kruisgeheim beter verstaan en zingen: „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed".
Van Golgotha mogen we wel zeggen: „Hoe vreselijk is deze plaats".
Maar als dan hemels licht gaat schijnen over al die aardse donkerheid, dan wordt Golgotha zo ontroerend schoon en dan stemmen we in met de dichter uit Ps. 65: „Gij, Gij zult vreselijke dingen, ons in gerechtigheid doen horen en ons blij doen zingen van het heil voor ons bereid".
Wanneer jonge mensen een onderwerp maken over Golgotha, dan is heilige schuchterheid geboden. Dan is er stof te over ook om te spreken over verschillende nevenfiguren, die het lijden niet verdonkeren, maar het juist feller doen uitkomen. Dan kan men spreken over Simon van Cyrénc^ van de wenende vrouwen, van de beide moordenaars, van Nicodemus en Jozef van Arimathea, van moeder Maria en Johannes en vooral van de zeven kruiswoorden.
Leest en herleest, wat de Evangeliën over het lijden van Christus zeggen.
Vergeet echter niet, dat er van dat kruis een tweeërlei werking uitgaat.
Gelijk de zon in de natuur de sneeuw doet smelten, maar de klei harder maakt, zo is ook het kruisevangelie een reuke des doods ten dode, of een reuke des levens ten leven.
Het is voor de vrome jood een ergernis en voor de wijze Griek een dwaasheid, maar voor hen, die geloven een kracht Gods tot zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1950
Daniel | 8 Pagina's