Aan het kruis
Daar hangt Gods Zoon, aan 't kruishout vast geklonken door snood gespuis, ten prooi van spot en hoon —
Zijn lievelingen zijn bevreesd gevloón; van droefheid zijn hun hoop en moed ontzonken.
„Kom af van 't kruis, wanneer Gij zijt Gods Zoon,
de vrijheid zij U dan terug geschonken!" zo tieren zij, van dolle woede dronken. „Hij is de Christus, dat Hij 'f nu betoon*!"
Maar plots verstomt de spot: 'f wordt donk're nacht;
de zon beschijnt het treur toneel niet langer... Het lijden ran de Heiland wordt nog banger:
Hoor, hoe door somb're stilte klinkt de klacht:
„Mijn God! Mijn God! waarom ben ik verlaten? "
De Hemel zwijgt.... Zijn roepen mag niet baten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1950
Daniel | 8 Pagina's