Een opwekking tot noodzakelijk zelfonderzoek.
Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. (2 Cor. 13 : 5a.)
I.
In onze tekstwoorden vermaant de apostel de gemeente van Corinthe ernstig zich te onderzoeken of zij in het geloof waren. Bij een oprechte ziel ligt hier nu immers veelal een grote zwarigheid. Vaak toch is dit juist hun strijd of zij geloof, het gelc*pf, het dierbare geloof, het zaligmakende geloof bezitten. Immers aldus redeneert die ziel: Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen" (Hebr. 11 : 6) en al wat nu niet uit het geloof is, is zonde. Waar zij nu dat geloof, dat ingeplante geloof, niet kan bezien, kan onderscheiden, maar wel bespeurt dat ongeloof haar grootste struikelblok en hinderpaal is, vreest zij eeuwig buiten de erfenis te vallen. Zetten wij ons daarom eens ter neder, om te onderzoeken, wie er in het geloof zijn.
Laat ons echter eerst een enkele opmerking vooraf maken. Veeltijds wordt er. over het geloof gesproken alsof het een daad was, evenwel dit is het niet. Het is een wondere daad Gods aan de ziele geschonken met de Heere verenigd te worden. Het geloof is een reine inplanting des Heiligen Geestes en onmiddellijk waar die hemelse inplanting in de harten der uitverkorenen plaats heeft, daar worden de onderwerpen terstond ziek en bij de voortgang meerder ziek, zij worden gans melaats, zoals dat duidelijk bij de bijbelheiligen wordt aangetoond. Laat ons nu wel verstaan: die hemelse plant, nl. het geloof, wordt niet krank, maar wel de onderwerpen. En wat zou toch van die zielsziekte de oorzaak zijn? Waar het geloof ingeplant wordt daar is leven, waar leven is daar is genade verheerlijkt en waar genade verheerlijkt is, daar is bij de aanvang kennis en licht en door die hemelse kennis en door dat hemelse licht worden ze in zichzelven ellendig en jammerlijk. Daarom lezen wij van Efraïm: Zekerlijk nadat ik bekeerd ben heb ik berouw gehad, en nadat ik aan mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb. Nu beleven wij waarlijk een treurvolle tijd, want lijnrecht tegen Gods Woord en de ervaringen van de oprechten in noemen zich velen Christenen maar zijn nog nooit recht ziek, noch veel minder gans melaats geworden. Zij hebben de Heiland tegen zich, want Die getuigt: Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Zij hebben Jezus als de hemelse medicijnmeester niet nodig, zij hebben ook geen behoefte aan Jezus' middelaarswerk, en nog veel minder aan Jezus' Goddelijke ambten, waartoe hij door de Vader met de Heilige Geest zonder mate is bekwaam gemaakt. Waar nu dat zielzaligmakende ingeplante geloof als een gave is geschonken, die kunnen Gode behagen; versta wel: niet alsof ze van wege hun geloof enige waardigheid bij God verkrijgen zouden, maar omdat ze door het getoof in Christus zijn en dus van Christus zijn, en Christus is Gods. Opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. De werkzame daad des geloofs vloeit uit het ingeplante hemelse geloof voort, door de zielzaligende werking des Heiligen Geestes.
Het wezen des geloofs, moet alzo onderscheiden worden van de daad des geloofs. Met het zaligmakende geloof gaan altijd 3 zaken vergezeld:
1. Een toestemming of bewilliging 2. Een heilige begeerte 3. Een verslagen geest
Laat ons van elk dezer zaken iets ter nadere verklaring zeggen. Het onderwerp waarin het geloof woont is de doodschuldige zondaar maar het voorwerp, waarop het geloof zijn oefeningen heeft is Christus. Er is in zulke zielen een heilige bewilliging om Christus als hun Hoofd aan te nemen en dat wel in tweeërlei opzicht. Het Hoofd is de springader van alle levende vertroosting, de levenswateren dalen van het hoofd af in de ledematen. Maar Christus is ook het Hoofd, waardoor de vader alle dingen regeert en daarom stemt de gelovige ziel er in toe en bewilligt er in dat Christus als het Hoofd met Zijn heerschappij voerende genade over hem heerst. Vele zondaars willen wel zijn onder Christus' zegeningen, maar niet onder Zijn regering; wel onder Zijn vleugelen, maar niet onder Zijn scepter. Het hart van de oprechte is Christus' troon, daarom zullen ook de gelovigen zitten met Christus op de troon. De gelovige ziel neemt ook Christus aan met alle bittere gevolgen voor het vlees. Ze neemt aan een bebloedde Christus, een versmaadde Christus. Het geloof ziet heerlijkheid in Jezus' smaadheid; het geloof ziet rijkdom in Jezus' armoede, het geloof ziet in Christus' kruis haar kroon. Zij neemt Jezus aan uit liefde. Het geloof neemt Christus aan om Christus, niet om zijn goederen. De gelovige ziel wordt eerst aan Christus gehuwd, daarna aan Zijn goederen; als het omgekeerd is, dan is de liefde niet echt.
De gelovige ziel neemt Christus niet aan voor een tijd. Niets kan de gelovige ziel scheiden van Christus, noch hoogte, noch diepte, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen. Door de dood zelf wordt de ziel nog vaster aan Christus gemaakt.
De gelovige ziel neemt Christus aan met verloochening van al het hare. Die parel van grote waarde, daar verkoopt zij alle andere pareltjes voor. Bij de geestelijke Rebekka's heeft de geestelijke Izaak meer waarde dan de kleinodiën, ofschoon de geestelijke Izaak, die kleinodiën aan alle Rebekka's schenkt eer zij in het huwelijk treden. Deze vijf zaken liggen in de toestemming en bewilliging. Het tweede dat het geloof vergezelt is een heilige begeerte: „Als een hert schreeuwt naar de waterstromen alzo dorst mijn ziel naar U, o God." Wij lezen van de bloedvloeiende vrouw, dat zij slechts wenste de zoom van Jezus' kleed aan te raken. De geestelijke dorst die elke oprechte ziel leert kennen kan slechts door Jezus' bloed gelest worden.
(Vervolg en slot over 14 dagen.)
Wijlen Ds A. JANSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1950
Daniel | 8 Pagina's