Leer en Leven
(8.)
I. Het Woord Gods. (g.)
Reeds bij het opslaan van het eerste Bijbelblad treedt de G o d d e 1 ij k h ei d der Heilige Schrift duidelijk aan het licht. Wie onzer zou ooit iets geweten hebben van de schepping van hemel en aarde, als de Heere het ons Zelf niet meegedeeld had ? Met recht kan
Hij dan ook aan Job vragen: Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt." (38 : 4). Door Zijn almacht heeft Hij het gans heelal tot aanzijn geroepen. Hij schiep de engelen, gaf elk schepsel zijn plaats in het rijk der natuur, de zon, de maan en de sterren. De vissen in het water en de vogels in de lucht, de planten en de dieren kregen elk hun bestemming. Doch we zouden van dit alles niets geweten hebben, als de Heere het ons zelf niet in Zijn Woord had bekend gemaakt Ook Adam had het ons niet kunnen vertellen, want hij werd eerst op de zesde dag geschapen, nadat de ganse schepping in zoverre voltooid was. De mens werd tenslotte de kroon op het werk, het pronkjuweel der schepping. Wat spreekt dus dit eerste hoofdstuk van Genesis, deze aanhef der Heilige Schrift, een duidelijke taal. Het is voor ons een onmiskenbaar bewijs voor haar Goddelijke oorsprong.
Sla, waar ge wilt, het Boek der Boeken open, dit is zeker: Op elke bladzijde is de hand des Heeren op te merken. De inhoud der Heilige Schrift draagt het stempel der Goddelijkheid in zich. Hier hebben we het geschiedboek bij uitnemendheid, waarin ons de historie van de Kerke Gods op aarde verhaald wordt. Dat Rijk Gods op aarde is door God zelf gesticht en Hij zorgt voor de instandhouding en uitbreiding van dat koninkrijk, waarvan Christus Koning is.
De Heidelbergse Catechismus zegt het zo schoon in vraag en antwoord 54:
Vr. Wat gelooft gij van de heilige, algemene Christelijke Kerk?
Antw. Dat de Zone Gods uit het ganse menselijk geslacht zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van het begin der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben, en eeuwig zal blijven. Hoe God Zijn heil in Christus aan Zijn uitverkorenen openbaart en bekend maakt, staat schier op elke bladzijde van Gods Woord te lezen, zodat we met vrijmoedigheid mogen zeggen, dat de hoofdgedachte van de Heilige Schrift is: HET HEIL in CHRISTUS voor Zijn duurgekochte GEMEENTE.
Mogelijk werpt iemand mij tegen: Is de Bijbel dan niet een beschrijving van de Vaderlandse Geschiedenis van het volk Israël? In geen geval. Daarvoor is de Bijbel veel te onvolledig. Immers, wie de bedoeling gehad had om Israëls historie te boek te stellen, die zou heel andere zaken en feiten vermeld hebben, dan nu het geval is. De levensbeschrijving van sommige personen: koningen, priesters, profeten en apostelen wordt dikwijls plotseling afgebroken, terwijl de Schrift U verder het antwoord schuldig blijft op uw vraag: Hoe zou het toch met die man of die vrouw afgelopen zijn ?
Omgekeerd treft ge een uitvoerig verhaal aan van minder belangrijke personen, waarvan U de gehele levensloop van de geboorte tot aan het sterven wordt meegedeeld. Eigenaardig, niet waar? Toch niet, want God heeft met de samenstelling van Zijn Woord alleen Zijn eer op het oog, die op het allerheerlijkst wordt groot gemaakt in de toebrenging van zondaren uit het rijk der duisternis tot Zijn wonderbaar licht en dat om de verdienste van Christus' wille. Zo is het te verstaan, dat op een gebeurtenis van slechts enkele dagen bijzonder de aandacht wordt gevestigd, terwijl soms eeuwen achtereen de stem der profetie zwijgt, omdat het de Bijbel niet te doen is, om u te vertellen, wat er met Abraham, Izak, Jacob of het volk Israël gebeurd is, maar om U de weg te wijzen, waarlangs een in zichzelf verloren zondaar wederom met God verzoend en bevredigd kan worden. Dat is de grote gedachte, die overal in heel de Heilige Schrift naar voren treedt, namelijk: de weg der verlossing in Christus Jezus!
In het Oude Testament zien we de Verlosser getekend in Zijn Messiasgestalte. Jesaja zegt van Hem: „Een Man van smarten en verzocht in krankheid!" En verder: „De straf, die ons de vrede aanbrengt was op
Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden." In het Nieuwe Testament wordt Hij ons getoond in Zijn diepe vernedering, maar ook in Zijn heerlijke verhoging. Hoe Hij al het werk volbracht heeft, dat nodig was om de verbroken gemeenschap met God wederom te helen. Zo bezien is de ganse Heilige Schrift Gods kind tot vreugde en zaligheid, omdat Gods Geest hem de rijkdom van 's Heeren getuigenis door het geloof bevindelijk laat genieten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1950
Daniel | 8 Pagina's