JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Leer en Leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leer en Leven

6 minuten leestijd

(6.) I. Het Woord Gcds. (e).

Nadat Mozes de eerste steen gelegd had van het gebouw der Bijbelbeschrijving, hebben andere heilige mannen Gods zijn werk voortgezet. Zij werden door God verwekt en bekwaam gemaakt om datgene op schrift te stellen, wat voor de Kerk van al de volgende eeuwen van nut zou zijn en als Waarheidsbron zou dienen. Zo werd ten slotte Johannes, de ziener op Patmos, geroepen om de laatste hand te leggen aan dit eeuwenoude Godsgebouw.

Johannes schreef de Openbaring tijdens de regering van keizer' Domitianus, die van 81—96 na Chr. over het Romeinse Rijk regeerde en wel tegen het einde van diens bewind. Johannes was wegens zijn moedige belijdenis van Jezus Christus gedeporteerd: hij was ban-neling op net eiland Patmos nabij de Westkust van Klein-Azië, niet ver van Efeze. Het was op de dag des Heeren, de dag van Jezus' opstanding, op de eerste dag der week, dat de Apostel Johannes op dit eiland de Openbaring (dus niet: Openbaringen!) ontving. Met de beschrijving van dit merkwaardige laatste Bijbelboek heeft hij de sluitsteen gelegd van het wondere gebouw der Heilige Schrift.

Sinds het ogenblik dat Mozes zijn Deuteronomium voltooide en Johannes een einde maakte aan het schrijven van , , De Openbaring", zijn er vele eeuwen verlopen. Het ligt voor de hand, dat er in die tussentijd heel wat op de wereld veranderd is. De ontwikkeling der mensheid heeft niet stilgestaan. Hun taal is gewijzigd en ook hun ideeën en inzichten zijn anders geworden! Toch is er ondanks al die veranderingen één ding onveranderd gebleven en dat was: de openbaring

Gods door Zijn Woord.

Wanneer we de verschillende Bijbelschrijvers met elkander gaan vergelijken, dan valt ons telkens op de grote eenstemmigheid in hun beschrijving. Nimmer is de ene schrijver met de andere in strijd gekomen, om de eenvoudige reden, dat er eigenlijk maar één Bijbelschryver was en dat was God-zelf. Vandaar dan ook, dat we tussen Mozes en Paulus, tussen David en Lukas, tussen Jesaja en Mattheüs, tussen Daniël en Johannes niet de minste tegenstrijdigheid kunnen ontdekken.

Gods Woord toont ons van Genesis (afgezien van de Schepping) tot aan Openbaring 22 de grote lijn van het verloren Paradijs naar het herwonnen Paradijs. En in die keten van Bijbelboeken kunnen we geen enkel Geschrift missen. Vier onmisbare schakels zijn zeker de 4 Evangeliën, die ons elk op zijn eigen wijze verhalen, hoe Christus de Weg naar het herwonnen Paradijs opnieuw ontsloten heeft voor al de Zijnen.

Bij al de verscheidenheid der Bijbelschrijvers moeten we dus nimmer uit het oog verliezen, dat de Heere Zelf de werkelijke AUTEUR (= Schrijver) van de Heilige Schrift is. Welk boek ter wereld kan nu met de Bijbel wedijveren? Immers geen enkel. Dit Boek overtreft in zijn verheven taal alle boeken der ganse wereld. We spreken dan ook van de Goddelijkheid der Heilige Schrift. Daarmede bedoelen we, dat de Bijbel een Goddelijk Boek is, dat dus ook met Goddelijk g e z a g tot ons komt.

Er zijn héél veel mensen, die in hun waanwijsheid boven Gods Woord gaan staan en dat Woord naar hun eigen inzichten verklaren. Ze vergeten echter, dat de Heilige Schrift ons verklaart, namelijk wie wij geworden zijn in de bondsbreuk van Adam. Dat Woord zal over ons het vonnis uitspreken: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het Boek der Wet, om dat te doen." Onder dat Woord dienen we te buigen. Immers in dat eeuwigblijvend Getuigenis des Heeren horen we de stem van de Schepper van hemel en aarde, die het als van de tinnen des hemels al Zijn schepselen toeroept: Wendt U naar Mij toe; wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God en niemand meer." (Jes. 45 : 22). Wee hem, die met die roepstemmen, die door middel van Gods Woord tot hem komen, de spot drijft, ze veronachtzaamt!" Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? " (Hebr. 2:3). Éénmaal zal de Heere met vlammend vuur wraak doen over al degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet' gehoorzaam zijn; dewelke zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte. (2 Thess. 1 : 8, 9.)

Zeer in het bijzonder echter is het Woord van God het Testament, dat Hij Zijn duurgekochte Gemeente nagelaten heeft. En de testamentaire belofte luidt: In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen." (Joh. 16 : 33b). Niet minder is het een Goddelijke Brief van een Vader aan Zijn kind. Hoe kostelijk ontsluit de Vader hierin Zijn liefdehart voor Zijn lieve kinderen, als Hij hun toeroept: Ja, Ik heb u liefgehad, met een eeuwige

liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid." (Jer. 31 : 3b.)

Wat een blijdschap, wanneer een vader een brief ontvangt van zijn zoon, die in het verre Indië vertoeft.' En omgekeeixl, hoe verheugend is het voor de zoon, als hij weer een brief van thuis mag ontvangen. Natuurlijk geeft Vader zijn jongen goede raad, waarschuwt hem voor de vele gevaren, waaraan hij naar ziel en lichaam bloot staat en tracht hem het Godonterende in de zonde duidelijk te maken. Zijn hem dingen bekend, die een bestraffing verdienen, zeer zeker zal de vader in zijn schrijven een ernstig woord van afkeuring laten horen.

En hoe reageert de Zoon daar dan op ? Zal het niet dikwijls zó zijn, dat zoonlief zegt; : „Och, Vader meent het wel goed met mij, maar ik ben toch ook geen kleine jongen meer! Ik heb toch zeker ook mijn verstand en ik mag er immers wel een eigeh mening op na houden! Ik zal wel eens zien, wat ik het beste doen kan? "

Natuurlijk is de zoon verplicht vaders bevelen onvoorwaardelijk op te volgen. Doet hij dat niet, dan trotseert hij het vaderlijk gezag! Zo ook in geestelijke.

En hoe staat het nu met ons geestelijk leven? En dan heb ik speciaal Gods kind op het oog! Beluisteren wij wel altijd de stem des Heeren in Gods Woord? Is dat voor ons wel steeds de brief van de Vader aan Zijn dikwijls ongehoorzaam Kind ? Höevelen zullen die Vadernaam kunnen noemen? ! Niettemin is Hij de Vader van al Zijn kinderen, al dragen zij er allen de wetenschap niet van om. Het is in het natuurlijke immers evenzo! Het pasgeboren kind weet ook van geen vader en toch gaat de zorg van de vader over het kind! Zo mogen al Gods kinderen zich ootmoedig en nederig buigen onder Gods Woord, het Woord van de Vader, die met gezag bekleed is. Door dat Woord zal Hij dan tot hun ziel spreken wat ze behoeven en nodig hebben, hetzij een woord van vertroosting-, hetzij een woord van vermaning! En zij zullen het David nazeggen: oe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting de ganse dag." (Ps. 119 : 97.)

J. KRAMP.

RECTIFICATIE

In het vorig artikel is een zinstorende fout geslopen. Op blz. 123, regel 4 van onder staat: „JOZUA — dat is Mozes." Dit moet natuurlijk zijn: „JOZUA — dat is JEZUS."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1950

Daniel | 8 Pagina's

Leer en Leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1950

Daniel | 8 Pagina's