GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.
Matth. 26, Luc. 22, Joh. 18.
„Dc verloochening van Petrus."
Het vallen in die zonde Het ontwaken uit d^ zonde.
Petrus staat bekend als een discipel, die Jezus van harte liefhad.
Wat heeft hij in de delen van Cesarea Filippi kostelijke woorden gesproken.
Hij durft zijn leven wel te geven voor zijn Meester. Petrus is een man van de daad.
Toch heeft hij meer vuur dan licht.
Neen, Petrus is geen lafaard, die bij het geringste gevaar het hazenpad kiest.
Als het moet durft hij zijn dierbare Meester te verdedigen en als hij slaat, slaat hij raak.
Thomas mag lang heen en weer geslingerd worden, maar Petrus waagt de sprong al eer hij de afstand heeft gemeten.
Simon Petrus heeft nog geen diepe zelfkennis en daarom overschat hij zijn krachten.
De Heere kent hem wel en heeft hem daarom zeer ernstig gewaarschuwd.
Voor Petrus heeft hij even het gordijn weggeschoven, ' dat de listen van satan verbergt'.
Ook voor Petrus is het nodig, gedurig te bidden: „Leidt ons niet in verzoeking, maar verlost ons van de boze."
Hij is zo blind voor de kruisweg, die Christus moet bewandelen.
Tot het laatste ogenblik heeft hij moed, maar als zijn Meester zich gewillig laat binden en de vijanden Iaat zegevieren, dan wordt het hem te machtig.
Dan wordt hij geërgerd en neemt de vlucht.
Zou hij zich dan in. die gezegende Persoon vergist hebben ?
Satan is bezig om hem te ziften.
In die toestand waagt hij zich op gevaarlijk terrein. Johannes, die voor de Hogepriester geen onbekende was, vraagt aan de deurwachtster vergunning ook voor Petrus om in de zaal van Kajafas te worden toegelaten.
Zijn zwijgen, als de soldaten met Jezus spotten, is al verloochening.
Maar de ene zonde baant de weg voor de andere zonde.
Als hij geroepen wordt om kleur te bekennen dan begint hij te ontkennen.
Die ontkenning wordt steeds krachtiger en tenslotte bevestigd met een eed.
Hoe is het mogelijk, dat zulk een begunstigd mens durft te zeggen: „Ik sta met die Persoon in generlei betrekking!"
We mogen de zonden nooit vergoelijken.
Ze zijn en ze blijven afschuwelijk en godonterend. Toch moeten we nog geen steen opnemen om Petrus te treffen.
Laat het maar aan de Heere over om hem te ontdekken.
Wat heeft Petrus nog weinig inzicht in het geestelijk karakter van het Koninkrijk Gods.
Weinig besef van de lijdelijke gehoorzaamheid die door Christus moet worden opgebracht.
Weinig inzicht in de verdorvenheden van eigen hart en daarom weinig behoefte aan de bediening van Gods vrije genade.
Pas is de laatste vloek uit zijn mond verstorven, of het hanengekraai brengt Petrus tot ontwaking.
Dat kleine dier blaast de boetbazuin.
Gelukkig dat op hetzelfde ogenblik het oog van zijn Meester op hem wordt gericht.
Die blik zegt hem meer dan vele woorden. David zou gezegd hebben: „Zie öp mij in gunst van boven, wees mij toch genadig."
Beschaamd vlucht hij weg om buiten bitterlijk te wenen.
Judas vond enkel benauwdheid en maakte een eind aan zijn leven.
Petrus vond benauwdheid en droefenis.
Waar berouw voert nooit tot wanhoop. Wie kan beschrijven wat er in de ziel van Petrus is omgegaan.
Voor een verlegen, ontdekte en boetvaardig zondaar wordt het Lam Gods dierbaar. Satan is mensenrnoorder van den beginne maar Christus is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar te behouden.
Petrus is een keurling van Gods welbehagen die in een weg van recht de betekenis van vrije genade leert, verstaan.
Vooral jonge mensen moeten er op bedacht zijn, dat Satan de zwakke plekken kent in de ringmuur van ons hart.
Daarop richt hij zijn vurige pijlen.
Hij prikkelt het vlees tot boze lusten • en verderft onze ziel en ons lichaam.
Waak en bid, opdat gij niet in verzoeking valt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
De Heere had Petrus van te voren gewaarschuwd, aan zijn zonde ontdekt, maar voert hem ook in do weg der verootmoediging tot de schuldvergevende genade. Terstond na Zijn opstanding heeft de trouwe Herder het verloren schaap opgezocht.
Bij de Galilese Zee heeft hij hem in het gericht der liefde weer in zijn ambtelijke waardigheid hersteld.
Zulk een apostel kan waarschuwen voor de zonde en voor de listen van satan.
Zulk een apostel kan bedrukten en bestredenen vertroosten en zeggen wat genade vermag.
De liefde is sterk als de dood en door de kracht van de wederliefde mag Petrus en al Gods volk zingen:
„Zo ver het West verwijderd is van 't Oosten, Zo ver heeft Hij, om onze ziel te troosten, Van ons de schuld en zonde weggedaan."
Bronnen:
Matthew Henry.
Sillevis-Smit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1950
Daniel | 8 Pagina's