De Schoolstrijd
(VIII.)
Slotbeschouwingen.
We hebben nu in een zevental artikelen met elkaar de schoolstrijd nagegaan en we hopen dat dit belangrijke onderwerp eens een plaats krijgt op de agenda van onze verenigingen. Het is daarbij van belang dat de inleiders (maar evenzeer de leden) de studie enigszins breed opvatten en al wat in deze artikelen slechts puntsgewijze kon vermeld worden, nader uitwerken.
Steeds zal nodig zijn (om maar iets met name te noemen) de kerkgeschiedenis van dit tijdvak te bestuderen en kennis te nemen van de verschillende stromingen. Verdeling in een aantal onderwerpen zal, wegens de omvang van de stof, nodig zijn. Dan zal ook blijken dat er in de eerste tijd van de schoolstrijd meer is dat onze sympathie heeft dan in latere tijd. Op politiek terrein treedt verslapping van het beginsel in vooral bij de voorstanders van het Chr. onderwijs, als ze, met voorbijzien van de niet te dempen klove tussen Rome en Dordt, met Schaepman en de zijnen gaan samenwerken. Diezelfde verslapping van het Reformatorische beginsel treedt aan de dag ten opzichte van de leer, als er steeds meer een stroming openbaar wordt die (zoal niet dogmatisch dan toch practisch) de noodzakelijkheid van de wedergeboorte gaat loochenen en de gedoopte kinderen op de Chr. School gaat beschouwen als wezenlijk te behoren tot, en deel te hebben aan de goederen van, het Genadeverbond.
Resultaten van de' Schoolstrijd.
Vraagt men naar de resultaten van de schoolstrijd dan willen we (zonder daarin volledig te zijn) wijzen op de volgende dingen:
1. Het peil van het onderwijs in ons land is door de onderlinge wedijver met de Openbare school zeer verbeterd.
2. Door de schoolstrijd is de zaak van het onderwijs meer dan in enig land bij uitstek een „nationale zaak" geworden. Nergens kan het onderwijs zich in zo'n algemene belangstelling verheugen als hier te lande.
3. En als belangrijkste punt: We hebben thans alom in den lande scholen waar de kinderen groot gebracht worden onder de beademing van Gods Woord, zodat zij niet als blinde heidenen opgroeien. Dit kan niemand onverschillig zijn al weten wij welke „maren" er direct aan toe te voegen zouden zijn. Laten we waarderen wat we in dit opzicht hebben. Dezer dagen hoorde ik van enkele Engelsen, die wat de leer betreft zeer na aan ons verwant zijn, dat ze er zich over verbaasden en ons land erom benijdden, dat de kinderen op onze scholen niet alleen in de Hollandse Bijbel leren lezen, maar bij voortgezet onderwijs zelfs in de Engelse Bijbel. "En dat, terwijl het in Engeland een zeldzaamheid is, als op de scholen de Bijbel in de landstaal gelezen wordt.
Een ideale toestand?
Stellen we de vraag zo: Hebben wij onder de thans van kracht zijnde onderwijswetgeving een ideale toestand? Dan moeten we helaas volmondig zeggen: Neen. Nooit kan men het een ideale toestand achten dat de kinderen van ons volk — want niemand is alleen verantwoordelijk voor zijn eigen kinderen — dat de kinderen van ons volk opgevoed worden onder allerlei wind van leer, waar toch iedereen een school kan oprichten, al is hij een propagandist voor het brute ongeloof of voor het ergerlijkste bijgeloof. En dat met gelden uit de publieke kas, dus met steun van de Overheid.
Wie op het standpunt staat, dat de Overheid neutraal is, die acht dat vanzelfsprekend.
Wie op grond van de Bijbel de Overheid ziet als Gods dienaresse, erkent niet het recht van de Overheid om neutraal te zijn, maar eist dat deze zij een Christelijke Overheid, die ook inzake het schoolwezen tot taak heeft, om het Rijk van de Antichrist te gronde te werpen en het Koninkrijk van Jezus Christus te bevorderen.
Wij hebben op vele plaatsen onze eigen scholen. De eerste daarvan was de — geheel uit eigen middelen betaalde — school te Lisse (geopend in 1905.)
Deze oprichting van eigen scholen is niet geschied uit de zucht tot schooltje spelen, maar werd droeve noodzaak omdat het helaas zover kwam dat voor onze ouders het evenzeer een gewetensconflict werd om de kinderen te zenden naar een Openbare als naar een zogenaamde Christelijke School.
Niemand zie in de oprichting van eigen scholen de ideaal-toestand. Maar als het ideaal op een bepaald ogenblik ongrijpbaar is, moeten we weieens het practisch bereikbare aangrijpen, omdat er toch gehandeld moet worden.
Bewaar het pand U toebetrouvvd.
Hebben we in onze jeugd Christelijk onderwijs genoten? Is dat nog te merken, jonge mensen, nu, na vijf, tien of meer jaren? Is onze uitleving op werkplaats, kantoor, in de militaire dienst, anders dan van de anderen? Maar nog, heeft het onderwijs vruchten gedragen? Vruchten van waarachtige bekering? Ons is een pand toebetrouwd, nl. Gods Woord. We zullen er rekenschap van moeten geven. Hoe? Lees dat in Lucas 19 : 11 e.v.v.
Ouders, onderwijzers, ons is een pand toebetrouwd. Hoe zullen we het bewaren? Bewaren, temidden van de verleiding der geesten; bij het bruter wordend ongeloof en bijgeloof? In eigen kracht? De Heere geve, dat de opvoeding van onze eigen kinderen, van de kinderen der gemeente, van de kinderen van ons volk ook, ons waarlijk ter harte moge gaan, en dat we veel verkeren mochten voor het aangezicht des Heeren voor onze kinderen, doch ook gelijk Josafath met onze kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1950
Daniel | 8 Pagina's