JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ALEXANDER COMRIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALEXANDER COMRIE

4 minuten leestijd

XI.

Zoals we dus in het vorige artikel zagen, besloten Comrie en Holtius hun werken, in zake de kwestie „v. d. Os", uit te geven, zonder approbatie te vragen. Vanzelfsprekend konden zij nu ook hun namen niet noemen, want dan zou de classis hun direct verboden hebben meerdere geschriften te publiceren. Dat zij hun namen niet noemden, is dus niet uit gebrek aan moed of zucht tot laster, zoals v. d. Honert en Schultens beweerden.

Doch als iemand een werkje schrijft is het de bedoeling, dat het ook gelezen zal worden. In die dagen verscheen er een stroom van pamfletten en daarom vreesden Comrie en Holtius, dat hun werkjes niet gelezen zouden worden, temeer daar de namen der auteurs niet genoemd werden. Om dit gevaar te omzeilen kozen zij uitstekende middelen. De titel moest sprekend, de omvang niet te groot, de inhoud populair en toch degelijk en de prijs niet te hoog zijn. Zij gaven twee reeksen van werkjes tegelijk uit, doch zó, dat de indruk gewekt werd, dat de schrijvers daarvan niet dezelfde waren.

Tot de eerste reeks behoren: „Aanspraak", „Beschermer" en „Baniere".

(Zie voor de volledige titels: art. 8 van „A. Comrie.") Comrie, Holtius en nog enige vrienden hadden opgericht: „Een bijzondere Sociteit van vertrouwelijke vriendschap en onderlinge Letteroefeningen in samenkomsten en brieven tot opbouwing in de Waarheid en Godzaligheid."

Dit gezelschap noemde men „De Calviniaanse Sociteit", daarmee te kennen gevende, dat men terug moest gaan tot die mannen uit het begin der Reformatie, wier geschriften nog steeds waarde hebben. Op een van de vergaderingen der Sociteit werd ook de zaak „v. d. Os" besproken en besloten, dat één der leden zich in een „Aanspraak" tot Ds v. d. Os zou • richten, in de hoop, dat deze zou terugkeren van de dwaling zijns weegs. Toen de aangewezen persoon klaar was met zijn werk, werd het in een Sociteits-vergadering voorgelezen. De leden keurden het goed en met de volgende brief werd het in het licht gegeven:

„Deze volgende Aanspraak, duidelijk gelezen zijnde in de oude Calviniaanse Sociteit, welke haar Vergadering houdt in de Straat genaamd de Waarheid, daar uithangt de Synode van Dordrecht, rustende op een Boek de Bijbel genaamd, en aan de posten der deur staan geschilderd Calvijn, Beza, Ursinus en Olevianus; recht tegenover de Straat Leugen, daar het concilie van Trente uithangt, rustende op een Male met Pauselijke brieven en Bevelen, en daar op de posten der deur staan geschilderd Pelagius, de Paus, Loyola en Bellarmin; naast de Vergaderplaats der Sociteit van de Tolerantie, daar Socinus en Arminius staan aan de trappen: terwijl men een grote menigte, aan 't hoofd hebbende de Heeren C T en A zag opklimmen, zo heeft de eerstgemelde Sociteit bevolen, dat dezelve Aanspraak zou gedrukt worden." Zoals men vermoedde bleef deze „Aanspraak" niet onbeantwoord. Op hoge toon gaf v. d. Honert antwoord.

De Sociteit gaf aan een ander lid opdracht de aanval van Prof. v. d. Honert te beantwoorden. Deze voldeed aan deze opdracht en zo verscheen „Beschermer." Weer greep v. d. Honert naar de pen en nog grievender dan de eerste maal was thans zijn vertoog. De Sociteit evenwel was niet uit het veld geslagen en beantwoordde het „Vertoog van J. v. d. Honert" met een „Baniere vanwege de Waarheid."

Deze drie geschriften werden in het gehele land met belangstelling gelezen. In alle drie komen vrijwel dezelfde onderwerpen ter sprake. Na het geven van enkele historische bijzonderheden, worden de dwalingen aangewezen, die Ds v. d. Os had, zowel op theologisch als op kerkrechterlijk terrein. Uitvoerig wordt alles besproken, waaruit duidelijk blijkt, dat de Sociteit van alles goed op de hoogte was. De schrijvers sommen de ketterijen van Ds v. d. Os op en komen er dan tot negen, welke zij alle wederleggen. t

Het doel, dat Comrie en Holtius nastreefden, dat hun werkjes zouden gelezen worden, hebben zij wel bereikt, vooral als iemand als prof. v. d. Honert telkens weer naar de pen grijpt, om hen van antwoord te dienen, 't Griefde hem, dat hij niet wist wie de schrijvers waren. Later had hij wel vermoedens dat het Comrie en Holtius waren. Prof. Schultens heeft hen er openlijk van beschuldigd, welke beschuldiging zij nooit tegengesproken hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1949

Daniel | 8 Pagina's

ALEXANDER COMRIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1949

Daniel | 8 Pagina's