Vaderlandse Geschiedenis
Enkele industrieën handhaafden hun oude roem bv. die van Brusselse en Mechelse kant.
Alleen de bierhandel betekende nog wat, welke krachtig concurreerde met de buitenlandse soorten, beschermd als ze werd door de regering der steden.
In het N. waren Leids laken en Haarlems linnen van grote bekendheid.
Met de bloeiende lakenfabricage stond weer de welvaart der ververijen in verband.
IV. Landbouw, veeteelt, tuinbouw en boseultuur.
Wij willen hier vooraf iets zeggen over de zgn. keurmede, die hier en daar in deze tijden nog bestond.
Aanvankelijk was de boer niet vrij en verkeerde in een staat van horigheid, bestaande in verplichte diensten, betaling van cijns, beperking in huwelijksvrijheid en in erfrecht.
Zo behoorde oorspronkelijk al hun goed bij overlijden aan hun. heer. Maar langzamerhand kwam in deze toestand verandering en was het alleen het beste roerend goed uit de boedel. Dit noemde men de keurmede en de verplichting keurmedigheid.
Maar door afkoop verdween ook deze langzamerhand en in Holland en Zeeland was de boer in de 16e eeuw vrij.
In sommige streken bleef zij echter bestaan; o.m. in Gelre en Overijsel.
Dat de opheffing bevorderlijk was voor de agrarische ontwikkeling, laat zich begrijpen.
Prof. Blok haalt het getuigenis aan van een Italiaans schrijver, die in die dagen onze lage landen bezocht en opgetogen was over onze landbouw, veeteelt enz. Nieuwe ooftsoorten werden ingevoerd. Alleen de gekweekte druiven bevielen de Italiaan niet; ze waren hem te zuur.
Vreemde vorsten nodigden reeds in de 12e en 13e eeuw Vlaamse, Hollandse en Friese boeren uit in hun landen de landbouw te verbeteren.
Ned. tuinlui werden door Cath. v. Arragon, gemalin van Hendrik VIII en tante van Karei V, naar Engeland geroepen ter verbetering van de tuinbouw-
Merkwaardig is ook, hoe Christiaan II van Denemarken, gehuwd met Isabella, zuster van Karei V veel Nederlandse boeren uitnodigde zich op Amagar te vestigen tot verbetering van de groenteteelt.
Nu nog vertonen veel namen op dat eiland hun Nederlandse afkomst.
De boscultuur was minder belangrijk.
De adel, vooral de Bourgondische, was nog altijd dol
op het weispel. De bossen mochten dus niet verdwijnen en de daarin voorkomende jachtdieren, zoals herten, vossen, wilde zwijnen, hazen en konijnen waren zelfs beschermd! Geen boer mocht ze uitroeien. Alleen wolven waren „vogelvrij."
Verder was daar de valkenjacht. Nederlandse jachtvalken en jachthonden waren in Europa zeer gerenommeerd.
V. Visserij.
Het was vooral de haringvangst, die in deze tijden schatten in de schoot wierp.
Na de uitvinding van het haringkaken door Willem Beukelsz. te Biervliet (plm. 1350), waardoor men dc vis langer kon bewaren, kon men ook spreken van haringhandel.
Aan 't eind der 15e eeuw was deze haringvangst in de kleine Hollandse zeesteden en zeedorpen het hoofdmiddel van bestaan.
Van de omstreeks 1550 700 in zee zijnde haringbuizen had Holland er 400, Zeeland 200, Vlaanderen 100.
In Holland stonden Enkhuizen en Hoorn aan de top.
Men kan dan ook gerust spreken van een goudmijn.
Mislukking' gaf vermindering vau welvaart. Immers met die visserij hingen weer andere bedrijven samen, zoals scheepsbouw, touwslagerij, netten boeten enz.
VI. Kunst en Letteren.
Een tijd van grote welvaart gaat meestal gepaard met een grote kunstontwikkeling. Ziet het maar in onze Gouden Eeuw.
De beoefening der kunst is op zichzelf niet verkeerd, mits - en daarop dient terdege gelet - men haar uitingen brengt onder de normen van wat waar, schoon en goed is.
Kunst in 't algemeen is een uiting van de tijd waarin men leeft, van de mens uit zekere tijd.
Uit de kunstuitingen kan men dus de geest des tijds leren kennen.
Een beeldhouwwerk dat die naam mag dragen vertoont dan ook de gedachten van de maker en is maar geen dood stuk steen.
De kunstuitingen der M.E. zijn daarom door en door Rooms; in die der Renaissance treedt echter wereld en mens scherp naar voren.
Wij kunnen er niet verder op ingaan.
— Vooral Vlaanderen en Brabant waren zeer kunstzinnig; de overblijfselen hunner kunst tonen dat sterk. Voeg daarbij de grote prachtlievendheid der Bourg.-Oostenrijkse vorsten en men zal begrijpen, dat alle factoren aanwezig waren voor een grote kunstontwikkeling.
Schilderkunst. Daar is allereerst de miniatuurkunst: het versieren der beginletters in boeken, figuren op de randen der boeken, schilderstukjes, taferelen uit de Bijbel en de heiligenlevens.
Men noemde dit „verluchten."
Vooral de Windesheimers (uit het klooster te Windesheim bij Zwolle) waren in deze kunst zeer bedreven. Bekende „verluchters" zijn geweest: Jan Gossaert en Hendrik Mande.
altaarversieringen, glasschilder-Muurschilderingen, kunst.
Beroemd zijn de glasschilderstukken van Berend van Orley en de gebroeders Crabeth (Gouda). Uit deze tijd dateren de olieverfstukken van de gebr. van Eyck en Hans Memlinc.
Begin 16e eeuw oefent de Italiaanse Renaissance ook hier haar invloed uit in stof en in uitbeelding.
Wij noemen hier Jan van Scorel en Lucas van Leyden: portretkunst. De laatstgenoemde was ook een uitnemend graveur.
Beeldhouwkunst. Deze stond in 't algemeen niet zo hoog als de schilderkunst.
Toch dienen genoemd: Hans Memlinc, vervaardiger van de Mozes-of Profetenput te Dyon (15e eeuw); 6 beelden van Mozes, David en de 4 profeten.
Verder de tombes van Karei de Stoute (Jongelinck) en van Maria de Rijke (Beckère). Beide te Brugge.
Bouwkunst: Wij noemen o.m.: Kathedraal en Beurs te Antwerpen, het Broodhuis te Brussel, het stadhuis te Middelburg, het Duivelshuis te Arnhem, de Janskerk van Den Bosch, de vele gildehuizen.
Vooral België biedt op dit terrein veel schoons. Bij e.v. bezoek lette men er op.
Muziek. Zeker schrijver zegt hieromtrent: Gedurende de eeuw van 1450—1550 werd de toonkunst door Nederlanders beheerst.
Hier noemen wij: Obracht (een Utrechts kapelaan); verder v. Okcghem, Du Prez en Lasso in Z. Ned.
Bij bezoeken aan oudh. musea lette men ook op de fraaie voortbrengselen van borduurwerk, snijwerk, gietwerk en drijfwerk van deze tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1949
Daniel | 8 Pagina's