VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan : T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid
F. te A. vraagt: „Hoe denkt u over het Bellamystelsel ? "
Antwoord: Edward Bellamy werd geboren in de Verenigde Staten op 26 Maart 1850. Op 18-jarige leeftijd maakte hij een reis naar Europa, waar hij kennis maakte met het sociaal onrecht. Zelf schreef hij, dat de krotten der plattelandsbewoners meer indruk op hem maakten, dan de pracht van grote kathedralen en paleizen.
Sedert liet het sociale leed hem niet meer los. Om het volk te bereiken koos hij de romanvorm, waarin hij zijn denkbeelden uiteenzette.
Twee bekende romans zagen het licht. De eerste was getiteld: „In het jaar 2000." De tweede: „Gelijkheid voor allen."
Volgens Bellamy zou in het jaar 2000 een einde gekomen zijn aan alle wantoestanden. Dan geen verwoede strijd om het bestaan, een strijd, die uit het verderfelijk winstsysteem voortvloeide. Geen concurrentiestrijd meer, geen kloof tussen rijk en arm, geen levenswee, onrechtvaardigheid. Een wereld zonder kapitaalvorming. Alle staatsburgers gelijke rechten, gelijke levenskansen, gelijk aandeel in de totale productie.
Geen dienstplicht, wel arbeidsplicht. Verder propageerde hij de verheffing van de vrouw. De vrouw zou naast de man haar plaats innemen, zodat alle beroepen voor haar open zouden staan. Zelfs moet zij gekleed gaan in de kleding van de man.
" Veel meer zou genoemd kunnen worden. Hoewel Bellamy zich beroept op de Bergrede, nochtans zijn zijn idealen tegen Gods Woord, omdat hij de mens niet ziet als gevallen, dood in zonde en misdaden, geen recht hebbende op enig geestelijk of natuurlijk goed, krachtens de zonde.
In tegendeel hij vindt de mens goed in zich dragende een licht, dat contact heeft met het grote Licht. Tevergeefs zoekt ge bij hem de ware zelfkennis, het zondaar zijn voor God, die niet in de weg van zelfverbetering of zelfbevrijding, maar door verlossing door een Ander, nl. Christus, waarlijk gelukkig kan worden.
Mag een gelovig Schriftbelijder dan niet trachten sociaal onrecht te verzachten, of weg te nemen? Zeker mag hij dat, ja op hem rust de plicht biddend en in steil diepe afhankelijkheid van de Heere die middelen aan te wenden die dat doel beogen. De Heere Zelf komt in Zijn Woord telkens en telkens op voor de verdrukte wees, voor de verdrukte arme! Jacobus striemt de rijken, omdat zij het loon der werklieden, die hun landen gemaaid hebben, verkort hebben.
Zo is meer te noemen, maar de vragenrubriek beoogt kort, beknopt en toch duidelijk te zijn. Veel geesten gaan uit, maar de Heere zegt: „Beproeft ze of ze uit God zijn."
Een geestesstroming, die opkomt uit de evolutiegedachte, waarin beloofd wordt, dat de oermens eerst onbewust leefde uit het individualisme, later bewust en dat de evolutie hem moet opvoeren tot broederschap, tot ontwikkeling van de Goddelijke kern in de mens, dat is een richting waar wel tegen te waarschuwen is, omdat alles indruist tegen Gods Woord.
Jonge mensen weest gewaarschuwd en laat de vogelaar u niet in zijn net vangen, maar blijft bij de beproefde waarheid, die u onder Gods onmisbare zegen, door de werking des H. Geestes tot een eeuwige winst mocht worden.
F. A. te A. vraagt de verklaring van Luk. 16 : 9.
Antwoord: Deze vraag heb ik twee jaar geleden beantwoord. U kunt het antwoord vinden in No. 3 van de 2e Jaargang.
J. B. te S. vraagt mijn oordeel over een uitdrukking op bladz. 141 van het boek van Dr A. de Bondt en dat titel draagt: „De Satan." Daar toch staat: „Satan stond in de waarheid, d.w.z. God had hem evenals alle engelen in de waarheid geplaatst. Maar hij wi'de niet in het klimaat van de waarheid leven, omdat er in hem een afkeer van de waarheid was."
Antwoord: Dat laatste is mis. Er was in hem geen afkeer van de waarheid, want ware dit zo, dan zou God de Auteur van de zonde zijn en God is verre van goddeloosheid, maar hij kwam tot een afkeer van de waarheid.
Waarin de zonde der engelen bestaan heeft wordt ons niet geopenbaard. In Joh. 8 staat, dat zij in de waarheid niet staande gebleven zijn. Het vermoeden ligt voor de hand, dat de zonde der duivelen grenzeloze hoogmoed geweest is, omdat satan tot de mens kwam met de verleiding: „Gij zult als God zijn!"
Dit vermoeden wordt versterkt door de vermaning in 1 Tim. 3 : 6 gegeven niet een nieuweling tot ouderling te verkiezen, opdat hij niet opgeblazen wordt en in het oordeel des duivels zou vallen d.w.z. in hetzelfde oordeel als de duivel gekomen is, waarin dus met name op hoogmoed bij de duivel gewezen wordt en gezegd wordt, dat hij deswege in het oordeel is gekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1949
Daniel | 8 Pagina's