JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Van het Zendingsveld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van het Zendingsveld

4 minuten leestijd

(25.) Meester en leerling (Francke en Zinzendorf.)

We zagen een vorig maal, dat Hans Egede in Groenland hulp kreeg van een paar zendelingen der Broedergemeente. Er is toen niet verder op deze kerkgroep ingegaan. Toch moet dit genootschap worden genoemd als we over zending schrijven. In welke groep vonden en vinden we groter ijver tot de uitbreiding van Gods Koninkrijk dan bij de Broedergemeente?

Onafscheidelijk verbonden aan het zendingswerk van bovengenoemde Gemeente is de naam van Nicolaas Lodewgk, graaf van Zinzendorf, geboren in het jaar 1700 te Dresden, in het keurvorstendom Saksen. Deze graaf stond van jongsaf onder de invloed van een godvruchtige grootmoeder en tante. Er wordt verteld, dat hij als kleine jongen brieven schreef, waarin hij zijn hart voor de Heere had uitgestort en die brieven door het raam naar buiten wierp, vertrouwende dat de Heere dit schrijven wel zou ontvangen. (Een volwas-

sen man, Ds D. Bakker, ging op een stoel staan, menende dat God hem, nu hij hoger stond, beter zou horen!)

Toen hij tien jaar was, werd hij leerling van August Hermann Francke.

Om des te beter na te gaan hoe die opvoeding was, moeten we even iets van Francke zeggen. Francke is niet zo zeer bekend als predikant en hoogleraar, maar meest als opvoedkundige en stichter van „die Franckeschen Stiftungen" te Halle. Over die „Stiftungen" zou heel wat te vertellen zijn, maar dat is hier niet aan de orde. Laat ik alleen maar noemen wat Francke bij zijn leven nog zag:134 wezen in zijn weeshuis, 2207 leerlingen in zijn scholen onder de leiding van 175 leermeesters, terwijl nog 255 arme studenten geldelijk ondersteund werden.

Op 24-jarige leeftijd kwam bij Francke een grote ommekeer in zijn leven. Hij schrijft daar zelf van: „Mijn theologie had ik in het hoofd en niet in het hart, en zij was bij mij meer een dode wetenschap dan een levende kennis. Ik wist wel te zeggen wat geloof, wedergeboorte, rechtvaardiging, vernieuwing des gemoeds enz. was, ik wist ook heel goed het ene van het andere te onderscheiden en er Bijbelteksten bij aan te halen, maar ik vond niets van dat alles in mijn hart

Nu ving ik om zo te zeggen van nieuws af aan God te zoeken. Maar mijn zoeken bleef bij het uiterlijke Ik berouwde mijn zonden wel, maar niet het ongeloof, dat toch zo diepe wortelen had in mijn hart

Weldra kwam bij mij op: wie weet of de H. Schrift wel Gods Woord is? Deze toestand nam zodanig bij mij de overhand, dat eindelijk van alles, wat ik levenslang en inzonderheid in de acht jaar, dat ik theologie gestudeerd had, niet het geringste meer overbleef, wat ik van harte geloofde. Want ik geloofde ook niet meer aan een God in de hemel

En toch was ik niet zo goddeloos gestemd, dat ik uit wereldse zin de waarheid Gods in de wind zou geslagen hebben: hoe gaarne had ik alles geloofd, maar ik kon niet! (Zitten ook met dit probleem niet vele jonge mensen, als ze eerlijk hun hart zouden uitspreken? N.)

In 't eerst kon ik als het ware de zonden tellen, maar weldra ontdekte ik de hoofdbron, nl. het ongeloof of het blote wangeloof, waarmee ik mij zelf zolang bedrogen had. En toen zag ik mijn hele leven en alles wat ik gedaan, gesproken en gedacht had, als zonde en als een grote gruwel voor God

In zodanige grote angst knielde ik die Zondagavond nogmaals neder en riep die God, die ik toch niet kende en aan Wie ik niet geloofde, om redding aan uit zulk een ellendige toestand, zo hij anders waarachtig God was. Toen verhoorde mij God de Heere, de levende God, van Zijn heilige troon, terwijl ik nog op mijn knieën lag

Toen ik mij nederlegde, geloofde ik niet, dat er een God was, en toen ik opstond, zou ik zonder vrees of twijfel alles met mijn bloed bekrachtigd hebben Want mij was te moede, alsof ik dood geweest was en zie, ik was levend geworden. Van die tijd af heb ik mij bestendig aan God gehouden en succes, eer en aanzien bij de wereld, rijkdom, goede dagen en uiterlijke wereldse genoegens voor niets geacht; en terwijl ik mij vroeger uit de geleerdheid een afgod had gemaakt, zag ik nu ini, dat een geloof als een mosterdzaadje meer waard is dan honderd zakken geleerdheid."

Deze Francke was de leermeester van Zinzendorf. Op de school te Halle werd de jonge graaf onderwezen tot zijn zestiende jaar.

(Dit korte uitstapje op het gebied van de Kerkgeschiedenis moest wel gemaakt, om een idee te krijgen in welke geest Zinzendorf werd opgevoed.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1949

Daniel | 8 Pagina's

Van het Zendingsveld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1949

Daniel | 8 Pagina's