JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondenlie voor deze rubriek aan : | T. MOLENAAR, Leede 18. Rotterdam-Zuid

J. v. d. W. te Br. vraagt of Jozef en Maria de enigen waren, die van Davids huis overgebleven waren, waarom de Heere Jezus een Spruit uit de afgehouwen tronk van Isaï genoemd werd.

Antwoord: k weet niet of Jes. 11 : 1 bedoelt, dat Jozef en Maria de enige overgeblevenen zouden zijn.

Wel weet ik, dat Maria nog een nicht had, nl. Elisabeth en „Stock Renkema" vermeldt in zijn aantekeningen bij zijn hoofdstuk „De avond voor de sabbath", dat de moeder van Jacobus de Jongere en van Joses waarschijnlijk dezelfde is als de vrouw van Klopas, daar Klopas slechts e, en andere vorm is voor Alfeiis en zodoende een zuster schijnt geweest te zijn van de moeder van de Heere Jezus. Als dit waar zou zijn, zijn dus Maria en Jozef niet de enigen, die uit het huis en geslacht van David waren. Het beroep op Jes. 11 : 1 gaat dan ook niet op, want daar valt de nadruk niet op het aantal, maar op de geringheid.

Als Prof. Oosterzee Jes. 11 : 1 verklaart, ziet hij in die tekst het machtige Assyrië vallen maar een diep vernederde tronk ziet hij uit schijnbare doodslaap geboren.

Calvijn zegt: „Jesaja spreekt enkel van Isaï, niet van David, omdat de luister van zijn geslacht zo verminderd was, dat het veeleer boers en verachtelijk dan koninklijk scheen."

En eindelijk zegt Da Costa: „Het beginsel van geringheid staat hier op de voorgrond, daarvan wordt het koningschap als het ware verborgen onder het burgerschap, want Isaï was een eenvoudige herder."

E. v. d. Z. uit Batavia zond mij het volgende briefje:

„Laatst kreeg ik in handen een gestencild blaadje „De Costerye", uitgegeven door de veldprediker alhier! In een stukje van Ds S. kwam voor het Jezuïeten-gezegde: „Het doel heiligt de middelen!"

Prompt stond er in het volgende nummer, dat tegen deze uitdrukking bezwaar was gemaakt van R.K. zijde, waarom genoemde dominee dit zonder enige uitleg terugnam.

Zoudt u me nu kunnen meedelen, van wie dat gezegde dan wél zou zijn.

Vroeger heb ik altijd op school geleerd, dat dit inderdaad een Jezuïeten-uitdrukking is!

Antwoord: Laat mij om de belangrijkheid van de zaak ditmaal eens wat uitvoerig zijni

Zoals u weet was de stichter van de orde der Jezuïeten een Spaans edelman Ignatius de Loyola.

Opgewonden en dweepziek van aard zwoer hij trouw aan de maagd Maria en deed een bedevaart naar Palestina. Nadat hij al zijn bezittingen verkocht had, leefde hij in volstrekte armoede en onthouding. Te Parijs, waar hij aan de universiteit studeerde, vormde hij met zes gelijkgezinde mannen het plan een nieuwe orde te stichten.

Bij de drie gewone kloosterbeloften: armoede, gehoorzaamheid en kuisheid, voegde Ignatius als vierde: onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de paus.

Hij zei zelf: „Wat de paua beveelt, is van zelf goed, wat hij verbiedt, is van zelf zondo." In 1540 werd het genootschap van Jezus kerkelijk door de paus bevestigd.

De orde was alles. Voor haar belang moest alles wegvallen.

De leden moesten de band doorsnijden met vader en moeder, met het vaderland. Zelfs mochten ze de bevelen niet onderwerpen aan hun eigen oordeel. Loyola sprak zelf: „de edele eenvoudigheid, die het

"kenmerk is ener blinde gehoorzaamheid gaat verioren, zodra wij vragen of, wat ons bevolen wordt, recht of verkeerd is."

De ordebroeders moesten in hun superieuren Christus zelf zien en tegenover hen zijn „als een lijk."

De moraal van de orde is verderfelijk voor de Christelijke zedeleer. De orde leert, dat iedere daad van de mens goed is, wanneer hij maar een waarschijnlijkheidsgrond ervoor kan aanwijzen, of wanneer een aanzienlijk kerkleraar de handeling met zijn woord dekt, afgedacht, of het geweten van de handelende persoon er ook tegen getuigt.

Hierdoor wordt de band van de waarachtige zedelijkheid doorgesneden, want de H. Schrift leert, dat al wat uit het geloof niet is, zonde is. Wie tegen zijn consciëntie handelt, maakt zich schuldig jegens God, de grote Wetgever, aan Wie wij rekenschap moeten afleggen van al onze daden.

Men heeft dikwijls beweerd, dat de Jezuïeten leren: „het doel heiligt de middelen"; maar deze uitspraak zal men te vergeefs in hun boeken zoeken.

De zaak als zodanig wordt echter door hen wel geleerd want zij leren, dat men een kleinere zonde mag doen om een grotere te voorkomen. En wat is dat anders dan „het doel heiligt de middelen? "

J. S. te W. vraagt mijn oordeel over het „geheimzinnige" blad „De vriend van oud en jong". Uitgave Groen te Leiden.

„Geheimzinnig" omdat niemand van de lezers hem kon zeggen, van welke richting het uitgaat, noch wie de medewerkers zijn.

Antwoord: „De vriend van oud en jong", die reeds meer dan 66 jaar oud is, heb ik gelezen van mijn jeugd af er» tot op heden lees ik dit blad nog. Ik heb het altijd een aantrekkelijk blaadje gevonden.

Betekent dat nu, dat er altijd stukjes in staan, waarmee ik het voor honderd procent eens ben? Wel neen! Maar toch kan ik wel zeggen dat „Stichtelijke overdenkingen", „Morgen-en Avondoffer", „Gedachten van Jan de Timmerman" en „Schipper Floor", voor zover ik tijd heb, altijd door mij worden gelezen en dikwijls met volle toestemming. Ook de liederen Sions zijn vaak erg mooi.

Dat de medewerkers onder pseudoniem schrijven, vind ik geen bezwaar. Dat gebeurt ook in „Daniël". Weet u wie „Rondkijker" is?

En dat niet vermeld is van welke richting het blad uitgaat, hindert mij ook niet, omdat uit de inhoud wei blijkt, dat het Gereformeerd is. In „De vriend van oud en jong" beluistert ge zuivere klanken.

U schrijft, dat mensen van de Geref. Gemeente de „Saambinder" hebben opgezegd voor „de Vriend'". Kijk, dat is verkeerd.

Ons eigen kerkelijk orgaan gaat voor. Dat mag in de huizen van onze mensen niet gemist worden, evenmin als „Daniël." Maar verder heb ik ook een goed woord over voor „De vriend van oud en jong."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1949

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1949

Daniel | 8 Pagina's