JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rondkijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondkijk

4 minuten leestijd

Op de statistiek van de kerkelijke gezindten in Nederland, vorige week in ons blad afgedrukt, zou ik nog eens terugkomen. Verschillende kerkelijke bladen hebben evenals wij die cijfers onder de loupe genomen en dan is het ook hun opgevallen, dat de Gereformeerde Gemeenten de laatste jaren zo in groei zijn toegenomen. Vanzelfsprekend gaat men daarbij naar de oorzaak zoeken.

In het weekblad „De Hervormde kerk" geeft Ds Ruitenberg daarover zijn gedachte weer, die we hieronder laten volgen. Na er eerst op gewezen te hebben, dat de Gereformeerde Kerken, onderhoudende art. 31 der Kerkorde, die zich zoals men weet, van de Geref. Kerk hebben afgescheiden, en die nu de vierde in grootte van de Nederlandse kerken zijn geworden, komt hij tot een beschouwing over onze Geref. Gemeenten en schrijft:

„Merkwaardig overigens: zij wordt op de voet gevolgd door de Gereformeerde Gemeenten, de kerk waaraan voor de buitenwereld vooral de naam van Ds Kersten verbonden is. Deze kerk is in de laatste zeventien jaar zeer gegroeid. Zij is verdubbeld. Helaas staan ons hierover geen nauwkeurige cijfers ter beschikking. Maar wij tasten, dunkt ons, niet ver mis, als wij veronderstellen, dat deze groei vooral ten koste van de Hervormde Kerk is gegaan. De Gereformeerde Gemeenten handhaven sterk het bevindelijke element. Zij stellen de vraag naar de weg des heils centraal, zeer centraal. Dat velen deze kerk zoeken zou wel eens een teken kunnen zijn, dat de behoefte 'van bepaalde groepen naar een persoonlijke „gevoelige" prediking niet in onze kerk bevredigd wordt "

De Persschouwer in het Gereformeerde Weekblad (Hoofdred, Ds I. Kievit te Baarn) schrijft tot dezelfde conclusie als hierboven te zijn gekomen. Hij meent ook, dat de Ger. Gemeenten in sommige plaatsen sterk gegroeid zijn ten koste van de Ned. Herv. Kerk. „De Hervormde Kerkeraden daar ter plaatse, " zo schrijft hij, „hebben wel predikanten beroepen, die tot de Gereformeerde Bond behoren, maar tot de linkervleugel daarvan. Daar moesten de gereformeerde groeperingen in die gemeenten het dan maar mee doen. De gevolgen zijn niet uitgebleven. Een groot deel trouwe meelevende leden der Hervormde Kerk heeft die kerk de rug toegekeerd en voedsel gezocht bij de predikanten der Gereformeerde Gemeenten.

In steden als Rotterdam en Utrecht, waar toch grote groepen Hervormden zijn, die een voorwerpelijk-onderwerpelijke prediking begeren, is deze prediking zeer schaars. En daardoor jaagt men juist de meest trouwe leden der kerk weg. Want zij zijn het, die niet alleen op Zondagmorgen de kerk vullen, maar ook op Zondagavond. En zij zijn het, die ook willen offeren voor de kerk.

De kerk heeft zich ingespannen om wat verloren was voor de kerk terug te winnen. Maar aan de andere kant werden nog veel meer trouwe kerkleden verloren, omdat men niet een prediking bracht, die aan de behoefte van „zielen en harten-in-nood" beantwoordt. Dat is duidelijk gebleken. Zou de kerk er lering uit trekken? En zou men nu inzien dat alleen wederkeer, waarachtige wederkeer tot Schrift en Belijdenis hier redding brengen kan? Zou men inzien, dat we ons met het hart tot God moeten bekeren? "

Tot zover de Persschouwer in het Ger. Weekblad. Wij geven deze commentaren door om te laten zien hoe er door andere kerkgroeperingen over deze toename geoordeeld wordt. Wij mogen ons er over verblijden, dat onze Geref. Gem. met leden en doopleden zo zijn toegenomen, het is een teken, dat er nog „vraag" is naar een voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking. De welstand der kerk mogen we echter niet afmeten naar het aantal, de diepte is meer doorslaggevend dan de breedte. Wie het vat, die vatte het.

Overigens kan er van gezegd worden, dat onder zovelen de oogst groot, maar de arbeiders weinige zijn. Er zijn zelfs zeer grote gemeenten, die lange tijd zonder leraar zijn. De Heere des oogstes mocht maar arbeiders uitstoten en daartoe het gebed vermenigvuldigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1949

Daniel | 8 Pagina's

Rondkijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1949

Daniel | 8 Pagina's