JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grepen uit de Letterkunde

3 minuten leestijd

(6.) Lodensteijns Uitspanningen.

In de boekenrekjes of - kastjes van die mensen, waarbij de „oude schrijvers" nog in ere zijn, staat veelal ook een klein boekje, meestal in een onooglijk perkamenten bandje, met op de rugzijde geschreven: „J. van Lodensteijn, Uitspanningen." En als je dan informeert of dat boekje veel wordt ingezien, dan is meestal het antwoord ontkennend. „De wijzen, die er in staan, kunnen we toch niet zingen, " is dan de verontschuldiging. Net of verzen alleen maar geschreven worden om te zingen. Net of ze zonder ze te kunnen zingen geen waarde hebben. Het notenschrift wijkt ook nogal af van het mol-en dur-schrift in de oude, bekende psalmboeken. En dan soms wel vier of vijf noten op één lettergreep.

Een andere verontschuldiging is: „De lofzangen Israëls van Groenewegen zijn veel mooier. Die rijmen beter." Of het betere rijmen af of toe doet aan het gehalte van een gedicht.

Deze uitspraken bewijzen wel, dat de meesten de waarde van het bundeltje Uitspanningen niet kunnen bepalen.

2e weten niet, dat de gedichten van Jodocus van Lodensteijn in 1910 in de letterkundige wereld in het centrum van belangstelling gingen staan.

Van Lodensteijn wordt getuigd, en dan heus niet van zijn geloofsgenoten, dat hij een bezield en bezielend dichter was, wiens heilig vuur in al zijn verzen hoog opvlamt en knettert.

„Op de éne plaats krijgt zijn gedicht iets gedrongens, bv. daar, waar hij zijn theologische inzichten wil samenprangen in een bepaald maatschema, ginds weer zwiert zijn vers zangerig vrij uit in welige coupletten."

„Ik ken in de 17e eeuwse poëzie geen verskunst, die zo weelderig is ten aanzien van het rijm; ik ken ook geen dichter die met een zo feilloze zekerheid zijn strofe weet te buigen, te breken en te voltooien. Over vier, vijf rijmen heen, draagt hij de melodie en houdt ze vast, om deze öf abrupt af te breken in een fonkelend eindrijm of uit te laten vloeien in muzikale kabbelingen en rimpelingen."

Deze aanhalingen zijn van Martien Beversluis (denk nu niet aan diens politiek verleden; toen hij dit schreef waren er heus nog geen Duitsers in 't land), die, zélf een begaafd dichter zijnde, het wéten kan.

Het bundeltje gedichten heeft de predikantdichter „Uitspanningen" genoemd. Het was voor hem geen moeilijke bezigheid. Het ging vanzelf, 't Was geen inspanning maar een uitspanning, een genoegen, een bezigheid waarin hij vermaak had. Temeer, daar Lodensteijn in al zijn verrichtingen de ere Gods op het oog had-Het grote doel van de dicht-en zangkunst is: „Gode te zingen in de Geest." Zo merkt de dichter in zijn voorrede op, die hij besluit met deze treffende woorden: „Zangers, ik wens ulieden de Harmonie van de Eeuwige Waarheid, het Heil van de zalige engelen en zielen, te weten God al en 't schepsel niet, dat gij die hier mocht leren, om zonder einde te zingen, en daarin uzelven en alle eigen eeuwiglijk te verliezen." Dit bundeltje is in vier afdelingen verdeeld. Het eerste gedeelte gaat over uitbreidingen van psalmen en andere Schriftgedeelten. Het tweede deel handelt over bijzondere geestelijke stoffen. Het derde behelst enige stichtelijke invallen op verscheidene voorvallen. Het vierde deel bevat enige boetdichten, waarna nog een aanhangsel komt van enige gezangen die in de orde overgeslagen waren.

Eigenaardig is dat haast een derde deel van de gedichten geschreven zijn in het jaar 1659. De andere zijn verspreid over de jaren 1651—1675. Sommige vermelden de datum niet.

melden de datum niet. INDEX.

RECTIFICATIE

In art. 5 „Grepen uit de Letterkunde", dat in het vorig no. afgedrukt werd, staat: zelfbelang, moet zijn zelfbeklag; aankomend, moet zijn aanhoudend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's