JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DORDTSE LEERREGELS

4 minuten leestijd

In onze artikelenreeks „De Dordtse leerregels", geven we als vervolg de mening van Ds G. H. Kersten over de aanbieding der genade, zomede wat Thomas Schepard daarvan zegt.

Ds G. H. Kersten. Korte lessen over het Kort Begrip, blz. 112 en 113.

Niet echter allen die het woord horen, ontvangen het zaligmakend geloof. Er is een uitwendige en een inwendige roeping. De uitwendige roeping komt tot allen, die het Woord horen. Zij roept tot bekering; zij nodigt tot de zaligheid; zij biedt verloren zondaren Christus aan. God zelf nodigt daardoor de zondaar en Hij zendt Zijn knechten, die met heilige ernst en getrouwheid, alsof God door hen bade, bidden van Christus' wege: aat u met God verzoenen (2 Cor. 5 : 20). De uitwendige roeping is niet licht te achten. Zij is Gods boodschap aan ons. Dat zij geen vrucht draagt ter zaligheid, daarvan is de schuld niet in het Evangelie, noch in God, die door het Evangelie roept, en zelfs die Hij roept verscheidene gaven mededeelt; maar in degenen die geroepen zijn. Leest eens aandachtig de artikelen 9 en 10 van het hoofdstuk 3 en 4 van de 5 artikelen tegen dê Remonstranten, (blz. 1313 uitgave Kersten).

Het zal eigen schuld zijn, zo het Woord niet tot onze bekering dient.

En toch is de uitwendige roeping niet zaligmakend. Zal het geloof door het Word gewrocht worden, dan moet de Heilige Geest dat Woord vruchtbaar stellen.

Hoe kan de Heere dan welgemeend de zaligheid aanbieden, zelfs aan verworpenen, van wie Hij in Zijn eeuwige raad bepaalde, dat zij de zaligheid niet verkrijgen zullen?

Dat kan, omdat Gods eer boven onze zaligheid staat. De Heere zoekt Zijn eer, ook door de prediking van het Woord. Hij zal verheerlijkt worden in degenen, die verloren gaan, zowel als in degenen die behouden worden, Zo zegt Paulus in beiden een goede reuk Christus te zijn. Deze wel een reuk des doods ten dode, maar genen een reuke des levens ten leven. (2 Cor. 2 : 15, 3 : 16). Welnu de Heere betoogt de verheerlijking Zijner deugden in de aanbieding aan allen, tot wie Hij Zijn Woord zendt en die Hij nodigt en roept. Zijn aanbieding is waarachtig en zij zal voeren tot de verheerlijking Zijner gerechtigheid, zowel als van Zijn barmhartigheid. Want niemand zal God de schuld kunnen geven, als hij onder het Woord verloren gaat, dat is alleen vrucht van de waarheid en verharding zijns harten.

De inwendige roeping is noodzakelijk zal het woord vrucht dragen en het geloof er door gewrocht. De uiterlijke aanrading heeft geen kracht om onze harde harten te breken. Dat vermag alleen God de Heilige Geest.

Hij paart Zich aan het gepredikte Woord en doet het de ziele ingaan, die vernieuwend en verbrijzelend. Hij werkt het geloof; het gepredikte woord is slechts het van Hem verordineerde middel. Moge het daartoe voor ons dienen, wat zou dat voorrecht groot zijn.

Thomas Schepard zegt in zijn gelijkenis der tien maagden (uitgave 1743 blz. 85 le deel):

2. Aanmerkt dat Hij u vrijt; Geen ene ziel, die dit leest, of de Heere Jezus is er een Vrijer van, opdat gij u nu aan Hem zoudt verloven: ij is gekomen tot het Zijne en de zg'nen hebben Hem niet aangenomen. Wat het verborgen oogmerk van Christus ook moge wezen, daar geef ik thans geen acht op: n deze Evangelische bedeling der genade vrijt Hij een iegelijk. Joh. 1 : 11, Matth. 22 : 2 en 3.

A. Comrie geeft dit werk uit en noemt het een van de nuttigste boeken die ooit in de Engelse taal geschreven zijn en verrijkte' het hier en daar met aanmerkingen tot uitbreiding en opheldering. Bij het woordje Vrijer gaf hij deze aanmerking, dat dit ziet op de aanbieding van het Evangelie, want schoon de uitverkorenen alleen zalig worden, het aanbod van genade wordt echter aan allen gedaan, die het woord horen, mogelijk zouden de predikatiën van meer kracht zijn voor arme overtuigde zielen.

Wat is het te beklagen, dat het maar nu en dan gedaan wordt, dat het bepaald geschiedt en met plichten en vereisten zo bezwachteld is, dat in plaats dat de arme zondaars op de roepende stemme zouden komen, zoals zij zijn dat zij lang moeten staan, totdat zij deze en gene vereiste dingen vinden. O wat zijn de wateren van het heiligdom dikwijls troebel. Wat zijn er weinig die de banen verhogen en tot een arm en ellendig volk roepen, neemt van de wateren des levens om niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's

DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's