JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DORDTSE LEERREGELS

4 minuten leestijd

in deze serie artikelen, waarin van verschillende schrijvers hun verklaring van de leer der waarheid wordt gegeven, volgt thans de mening van Calvgn.

Zie Calvijns Institutie 2e boek Cap. 5 paragraaf 10. Let wel:

Let wel: Calvijn weerlegt de voorstanders der vrije wil in hun zeggen: Gods beloften zijn tevergeefs, waarmede hij ons, wanneer wij Hem zoeken weldaden belooft, indien het in onze macht niet is dezelve te bevestigen of te niet te maken, en geeft Calvijn antwoord dewelke betoont het gebruik van deze beloften, omtrent de Godzalige en godloze, en de tegenstrijdigheid die de tegenpartijen verdicht hebben verenigt.

In dat verband zegt Calvgn o.a.:

Aangaande deze tegenwoordige handel, ik ontken dat God ons wredelijk bespot, wanneer Hij ons vermaant, dat wij ons zeiven zijner weldaden waardig maken zullen, al is het dat Hij weet dat wij tot zulks ten enenmalen onvermogende zijn. Want dewgl de beloften beiden de gelovigen en godlozen voorgesteld worden, zo hebben ze bij beiden haar gebruik en einden, enz. enz.

Iets verder zegt Calvijn:

Als wij door de geboden van de wille Gods worden onderricht, zo worden wij vermaand van onze rampzaligheid, doordien wij alzo zeer met geheel ons hart van Gods wil afkerig zijn, wij worden ook tegelijk aangeprikkeld om Zijnen Geest in te roepen, opdat wij door Hem op de rechte weg gebracht mogen worden. Maar omdat onze traagheid niet genoeg gestuit wordt door de geboden, zo worden er beloften bijgevoegd, dewelke door enige zoetigheid ons zouden aanlokken om dezelfde geboden lief te krijgen. En met hoe groter begeerte en liefde tot de gerechtigheid wij bevangen worden, des te meer vierigheid grijpt ons aan om Gods genade te zoeken. Nu kunt gij zien dat de Heere door deze betuigingen, indien gij wilt, indien gij hoort, ons geen vrije macht geeft om te horen, en dat Hg evenwel ons van wegen onze onmacht niet beschimpt.

Calvyns Institutie 3e boek Cap. 24 paragraaf 17.

Let wel:

Cap. 24 gaat over: dat de verkiezing bevestigd wordt door de roeping Gods en dat de verworpenen haar zelf op de hals halen 't rechtvaardige verderf, waartoe zij geschikt en bestemd zijn.

In de 17e paragraaf wordt behandeld een tegenwerping, nl.: daar schijnt tweeërlei wille in God te zijn. Calvijn zegt (par. 17) maar zult gij zeggen, indien het alzo is, zo zal er weinig vastigheids in zijn, in de beloften des Evangelies, dewelke wanneer ze van Gods wil getuigen, verklaren dat Hij wil datgene, hetwelk

tegen zijn onverbrekelijke besluit strijdt. Maar ik zeg NEEN daartoe. Want hoewel de beloften der zaligheid algemeen zijn, zo strijden ze nochtans met .tegende Predestinatie der verworpenen, gelijk wij bevinden zu - len, zo wij maar onze ogen slaan opÜ^T^K lin derzelve Wii weten, dat de beloften ons dan eerst krachti-en bevorderlik zijn, wanneer wij die door CLt i „ l l e n en dat daartegen wanneer het feoofeend^tTd"' belofte met één ook is te niet Smaakt indien dit de aard en natuur derzelven is, zo laat ons nu zien of deze twee dingen tegen elkander «triiden, te weten dat God geseydt wordt van eeuwigheid af 'g-eordineert te hebben, wien Hij met Zijn liefde omhelzen en tegen wien Hij Zijnen toorn oefenen wil en dat Hij alleen zonder onderscheid de zaligheid ver-

kondigt en voorstelt. Ik zegge, voorwaar dat ze zeer wel overeen komen. Want als Hij in zulke voegen Zijne beloften doet zo wil Hij niet anders aanduiden, dan dat Zijne barmhartigheid open staat en bereid is voor alle degenen die maar dezelven begeren en verzoeken.

Hetwelk geen anderen doen dan alleen die, die Hij verlicht. En Hij verlicht die, die Hij ter zaligheid verordineert en geschikt heeft. Aan dezen zeg ik, staat de waarheid der beloften zeker en onbeweeglijk, zodat men niet kan zeggen dat er enige strijd zij tussen Gods eeuwige verkiezing en het woord en getuigenis Zijner Genade, hetwelk Hij de gelovigen voordraagt.

Maar waarom spreekt Hij tot allen in het gemeen? Hij doet zulks opdat de consciëntiën de Godvruchtigen te vreedzaamlijker zouden rusten, wanneer zij verstaan dat God geen onderscheid maakt tussen de zondaren zo zij maar geloofd hebben en opdat de godlozen niet zouden klagen dat ze geen toevlucht hebben, waarhenen zij van de dienstbaarheid der zonden haren wijk nemen mochten, dewijl zij de toevlucht die haar voorgedragen wordt, door haar ondankbaarheid verwerpen. Hieruit volgt dan na dien hun beiden de barmhartigheid Gods door het Evangelium wordt aangeboden: dat het geloof, dat is dat de verlichting Gods het onderscheid maakt tussen de gelovigen en de godlozen; zodat de gelovigen de kracht en nuttigheid des Evangeliums vernemen en dat de godlozen daaruit geen vruchten bekomen. De verlichting heeft ook zelfs Gods eeuwige verkiezingen tot een regel, enz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's

DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's