JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RumOER om ons Psalmboek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RumOER om ons Psalmboek

4 minuten leestijd

(2.)

Zoals het altijd gaat bij de invoering van iets geheel nieuws, zo ging het ook bij de invoering van de nieuwe Psalmberijming, er waren voorstanders en tegenstanders. Ook hier gold de oude wet, dat iedere actie een reactie ontketent. Van beide stromingen enige voorbeelden:

2. Voorstanders van de nieuwe Psalmberijming.

De voorstanders wisten van vreugde haast niet, hoe ze hun blijdschap lucht konden geven, nu ze eindelijk eens van Datheens psalmen af zouden zijn. Zo preekte bv. een zekere Ds v. d. Berg (niet Ds v. d. Berg uit Utrecht, hoor) bij de invoering van de nieuwe berijming, die in iedere gemeente met een gelegenheidspredikatie op min of meer feestelijke wijze plaats vond, over Ps 92 vrs. 2: „Het is goed, dat men de Heere love, en Uwen naam psalmzinge, o Allerhoogste!" Hij besloot zijn predikatie met het citeren van het volgende lied:

„Zingt vrome zangers, zingt! De hemel gaat U voor „En wacht U zingend in zijn koor; „Daar zult ge Jezus zien met al Zijn lievelingen „En nooit meer oude Psalmen zingen."

Hier hebben we dan meteen een voorbeeld, waarbij men veel te ver ging in zijn vreugde.

Wij vrezen, dat zulken nooit aan Psalmzingen in de hemel toe zullen komen. Het voorbeeld is echter wel typerend voor de buitengewone vreugde over de nieuwe psalmen.

Ik zal er niet meer citeren, maar erzijn heel wat spotverzen van dit soort verschenen. Genoeg hierover!

3. Tegenstanders van de nieuwe Psalmberijming.

In alle gemeenten was men echter lang niet zo „gesticht" door het nieuwe psalmboek. Dit lag vaak aan de houding en het standpunt van de predikanten. Cornelis Vos bv. predikant te Arnemuiden, was een felle tegenstander en dientengevolge de gemeente ook. Bij zijn dood in 1776 werd er Ds Molenthiel beroepen. Zo fel Ds Vos tegen de nieuwe berijming was, was Ds Molenthiel er voor en de nieuwe bundel werd prompt ingevoerd. De gemeenteleden waren met de predikantswisseling blijkbaar ook van gedachten veranderd. Hieruit blijkt weer de invloed, die er van een voorganger op zijn gemeente uitgaat.

In enkele dorpen hadden de ouderlingen de nieuwe kwartoberijmingen in de bank liggen. Die bleven echter

angstvallig gesloten en uit de zak kwamen de kleine

psalmboekjes van Datheen. Te St. Laurens lei men voor de aanvang van de dienst het nieuwe psalmboek op de trappen van de preekstoel. Om er niet op te trappen, moest Ds Kampmeyer het dus terzijde leggen, hoewel hij een voorstander was. De Voorzanger zette even later de opgegeven psalm in met de woorden van Datheen. 's Middags moest op last van de predikant een ander voorzingen, hetgeen hoge woorden deed ontstaan tussen dominee en kerkeraad.

Ergens in Friesland legde een oude dorpsschoolmeester zijn ambt neer, omdat hij in die betrekking 's Zondags de nieuwe Rijmpsalmen voor moest zingen.

Vooral in Zeeland werden ze met minder goedkeuring ontvangen. Zelfs liep er een gerucht, dat er te Middelburg en elders meer dan één leraar tegen de nieuwe berijming zich vrij ruw zou hebben uitgelaten. De weduwe Rubert, boekverkoopster te Middelburg, aan wie de levering der kwarto-psalmboeken voor de kerken gegund was, was dan ook maar wat bang, dat de verdiensten haar voorbijgingen.

Een boerenknecht kwam op zekere dag een boekwinkel te Middelburg binnen om een nieuw psalmboekje van Datheen te kopen, 't Werd hem geweigerd. Op de toonbank lag echter een boekje met de nieuwe berijming open op het titelblad. Hierop stond een figuurtpe gedrukt, voorstellende David met de harp, waaruit de knecht de conclusie trok, dat deze nieuwe toch ook Davids psalmen waren en hij kocht ze. Hieruit zien we, dat er dus ook wel eens onkunde in het spel was.

We zullen het bij deze voorbeelden laten. Over 't geheel genomen kunnen we gerust zeggen, dat de tegenstand, waarvoor aanvankelijk gevreesd werd, nogal meeviel.

Over het kerkrechterlijke van de kwestie spreken wc nu niet, anders zouden we in herhaling moeten treden van ons vorige onderwerp.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's

RumOER om ons Psalmboek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1949

Daniel | 8 Pagina's