KERKGESCHIEDENIS
§ 22B. De strijd over de twee naturen van Christus.
Verschillende omstandigheden hebben het mij een tijdlang onmogelijk gemaakt, om de rubriek Kerkgeschiedenis in ons blad Daniël te verzorgen. Het is nu namelijk lVs jaar geleden, dat de laatste paragraaf er in stond. Gelukkig kan ik de lezers van D. tot mijn genoegen meedelen, dat ik nu weer in staat ben, om dit werk voort te zetten, en ik hoop, dat er geen onderbrekingen meer in zullen komen.
Wilt U mij het genoegen doen, om die laatste paragrafen nog eens over te lezen? Ze zijn te vinden in de 2e jaargang, de nrs 17 en 18. In de laatste paragraaf hebben we een algemene beschouwing gegeven over de velschillende factoren en motieven, die aanleiding gaven tot de strijd over de twee naturen van Christus, en de achtergrond daarvan vormden. Dat waren niet alleen en niet zozeer de leergeschillen, maar vooral de onderlinge naijver en heerszucht der patriarchen. We konden echter aan 't eind van § 22A ook zeggen, dat ook in deze strijd weer eens te méér blijken zou, dat Christus, de grote Koning van Zijn Kerk, instaat voor de overwinning van Zijn Rijk over dat van Satan.
Om een goed beeld te krijgen van de toestand in de kerk dier dagen, is het wel goed, om hier de tragische geschiedenis van de ons allen welbekende kanselredenaar, Johannes Chrysostomus (d.i. Guldenmond), te behandelen. Die geschiedenis betekent tevens de vóórgeschiedenis van deze droeve strijd.
Na het beroemde Concilie van Nicea was in de Oosterse kerk een geest van rechtzinnigheids-waan gevaren. In hoogmoedig zelfbehagen over haar eigen leerzuiverheid had de kerk zich in slaap laten wiegen en was ze verstard in doodse, duffe en muffe orthodoxie, die riekte naar het graf. Dat is één van de grootste gevaren, die de kerk bedreigen en die menigmaal zijn tienduizenden verslagen heeft! De kerk heeft van haar Koning de uitdrukkelijke waarschuwing gekregen: „Waakt." En rechtzinnigheid is een kostbaar kleinood, waarover nauwgezet de wacht moet gehouden worden.
Het is in geen geval iets, dat men schriftelijk kan vastleggen en in het kerkelijke archief opbergen. Neen, ze kan alleen biddende en strijdende bewaard worden. Dat betekent dus, • dat ze alléén zuiver gehouden kan worden, wanneer er een tere, godzalige wandel mee gepaard gaat. Zonder die practijk der godzaligheid ontaardt ze in schijn-vrome, vormelijke en wettische zwaarwichtigheid, waar het leven uit verdwenen is.
Weinu, die geest bezielde de kerk in de dagen van Chrysostomus. En zoals altijd het geval is bij die ziekelijke rechtzinnigheids-waan, was de kerk ook nu doodsbang voor alles, wat maar enigszins van het platgetreden paadje van Ieer-zuiverheid scheen af te wijken en een andere geest ademde.
Nu mogen we natuurlijk nooit het pleit voeren voor onrechtzinnigheid; maar tóch is volgens Gods Woord een levende hand te verkiezen boven een dode leeuw. In dit geval zouden we dus kunnen zeggen, dat een godzalig iemand, die mogelijk in zijn belijdenis niet geheel zuiver is, verre te verkiezen is boven een mens, wiens belijdenis hoogst rechtzinnig is, maar met dat alles een dode zondaar blijft. Zo moeten wij Luther, ondanks zijn dwaling omtrent het H. Avondmaal, verkiezen boven een onherborene, ook al is hij de rechtzinnigste der rechtzinnigen! Ten overvloede wil ik echter wèl zeggen, dat ik het allerliefst een Gode-verheerlijkende wandel zie samengaan met een rechtzinnige belijdenis.
Jullie zult wel begrepen hebben waarom ik deze inleiding gaf: Johannes Chrysostomus was bezield met een andere, frisse, levende geest, waardoor hij in conflict kwam met de graf-rechtzinnigheid zijner dagen. Inderdaad moeten wij zeggen, dat zijn denkbeelden niet altijd die toets van Gods Woord konden doorstaan, want hij ging in verschillende opzichten met Origenes mee, wiens leer op vele punten beslist onbijbels was. Maar anderzijds was hij een oprecht kind des Heeren, een Christen, die vrijmoedig tegen de zonde getuigde en zich daardoor de felle vijandschap van de keizerin op de hals haalde.
Chrysostomus was niet de enige vereerder van Origenes; ook vele anderen bestudeerden ijverig diens stelsel, zoals o.a. Hieronymus. Deze laatste vormde met enkele vrienden te Jeruzalem een kring, die zich bezig hield met de bestudering van Origenes' theologie. Zij kwamen daardoor in conflict met bisschop Epiphanius van Constantia op Cyprus, die sterk tegen de leer van Origenes was gekant. De twist, die daardoor tussen deze beide partijen ontstond, werd echter door bisschop Theofilus van Alexandrië weer bijgelegd. Dat was in 397. Maar enkele jaren later kwam het weer tot een
uitbarsting. Grote troepen monniken, met knuppels gewapend, hielden in Alexandrië een betoging tegen Origenes en zijn vereerders. Zij drongen Theofilus er toe, om openlijk de banvloek over Origenes uit te spreken (399). De bisschop van Rome koos kort daarop ook zijn zijde.
Hierdoor werd de toestand voor de monniken, die Origenes in hoge ere hielden, natuurlijk hoogst gevaarlijk. Zij vluchtten daarom uit Egypte en vonden in Antiochiö bij Chrysostomus een gastvrij onthaal. Dit was voor Theofilus een doorn in het oog: Jalouzie en heerszucht staken nu het hoofd op: Alexandrië tegenover Constantinopel'. Theofilus kwam naar Constantinopel en vond weldra aan het keizerlijk hof gehoor: De Keizerin, die om haar wereldgelijkvormigheid door Chrysostomus was bestraft, wilde zich maar wat graag van deze zieleherder ontdoen. Er was in het jaar 403 dan ook een Synode samengeroepen, waar Chrysostomus tot ballingschap veroordeeld werd. Nóch de grote achting, die het volk voor hem koesterde, nóch de sympathie, die Rome's bisschop voor hem had, konden hem daarvoor behoeden. Hij stierf in 407, gelouterd door het lijden, met de woorden: , , Gode zij dank voor alles" (dus ook voor de ballingschap!)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1949
Daniel | 8 Pagina's