JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ALEXANDER COMRIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALEXANDER COMRIE

4 minuten leestijd

ai).

In „The Catholic Presbyterian", een in Londen uitgegeven maandschrift, doch waarvan de uitgave weer spoedig gestaakt moest worden, staat in het Januarinummer van 1882, vrij vertaald, het volgende te lezen over de komst van Comrie naar Holland.

„Op zekere avond, omstreeks het jaar 1728, zag een van de boeren in de gemeente Woubrugge, op een tamelijk laat uur een lange, jonge man zijn hekje binnenkomen en met flinke passen op zijn woning aankomen.

In de uiterlijke verschijning van deze onverwachte vreemdeling was niets verontrustends of dreigends. Toen de vreemdeling nader kwam, ging de boer van het raam naar de deur, opende de bovendeur en zich

over de onderdeur buigende vroeg hij de man, waar hij zo laat voor kwam. Het antwoord op deze vraag was, in enigszins gebroken Hollands, of hij de nacht in de schuur mocht doorbrengen, daar hij erg arm was en de navolgende morgen zijn reis wenste te vervolgen naar Leiden. Onze boer, getroffen door zijn vriendelijke stem, gevoelde dat hij dit verzoek niet kon weigeren en stemde daarin toe; tegelijkertijd de deur openende liet hij zijn gast in een kleine schuur, welke grensde aan zijn eigen slaapkamer, vanwaar hij de vreemdeling heimelijk kon gadeslaan door een opening in de muur.

Daar liet hij hem de kaars houden, bracht hem wat brood en melk en ging daarna naar zijn eigen slaapkamer om zijn bewegingen gade te slaan, want zijn gebroken Hollands, had toch de achterdocht van de boer opgewekt. Stel u de verbazing van de boer voor toen hij zag, dat de arme zwerver zijn hoofd ontblootte, zijn jas uitdeed en neervallende op zijn knieën, zijn ziel uitgoot in een vurig gebed tot God. Toen de boer weer zijn oor voor de opening hield, hoorde hij de jonge man zeer ernstig smeken, of, indien zijn gastheer nog niet bekeerd was, de goddelijke genade zowel hem als zijn gezin mocht geschonken worden. Dit was te veel voor de luisteraar. Getroffen stond hij op, liet het gordijn zakken en naar zijn bed gaande viel hij op zijn knieën en stortte ook zijn hart uit voor de Heere. Reeds zeer vroeg stonden de twee mannen de andere dag tegenover elkaar. De boer vertelde alles wat er gebeurd was; hij bekende z^jn wantrouwen, roemde in de genade en verheugde zich in zijn onuitsprekelijk geluk.

Plotseling stelde hij zijn gast de vraag: „Maar, bijna zou ik het vergeten te vragen, wie bent u en waarom kwam u hier? "

kwam u hier? " „Mijn beste vriend — antwoordde Comrie — ik kwam naar Woubrugge om getuige te zijn van het werk des Heeren in deze omgeving. Ik ben een Schot; mijn naam is Alexander Comrie. Ik ben 16 Dec. 1706 geboren en drie jaar geleden ben ik naar een koopman in Amsterdam gezonden. Mijn ouders, die gestorven zijn, gaven mij een uitstekende opvoeding en wilden aanvankelijk, dat ik zou studeren voor predikant; maar tot mijn grote teleurstelling, veranderde mijn vader later van gedachten en wilde dat ik in de handel ging en zond mij daarom naar de hoofdstad van uw land. Daar werd ik als leerjongen geplaatst en bracht drie jaren door in het enge kantoor van mijn patroon, tot ik, enkele weken geleden, in de kerk kennis maakte met een godvrezende oude man, die mij vertelde wat er gebeurde in de dorpen langs de Rijn en mij aanmoedigde er heen te gaan om zelf te kunnen oordelen. Zodra ik vacantie kreeg, ging ik aan boord; maar na enkele uren zeilen op het meer werd de wind zo hevig, dat ons scheepje op de oever werd geworpen. Door te trachten naar de oever te zwemmen ontkwam ik ternauwernood en verloor al mijn bagage. Nu was ik genoodzaakt in de donker verder te gaan lopen, totdat ik het licht van uw lamp zag, wat mij deed besluiten een beroep op uw gastvrijheid te doen. Hoe gelukkig, voegde hij erbij, „en hoe heerlijk was dit alles en hoe vriendelijk leidde de Heerfe mij om mij zulk een vriendelijk hart te doen vinden en u zulk een zegen te schenken. En als ik u niet te veel vraag, mag ik een paar dagen bij u blijven? En zou u ook zo goed willen zijn mij bij enkelen van Gods volk hier in het dorp te brengen? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1949

Daniel | 8 Pagina's

ALEXANDER COMRIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1949

Daniel | 8 Pagina's