VRAGENBUS
I Correspondentie voor deze rubriek aan : | T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam - Zuid v ( j
E. v. d. B. te L. vraagt: „Hoe is het te verstaan, dat in de H. Schrift het woord „Voorzienigheid" weinig gebruikt wordt en dat er toch zoveel over gesproken wordt ?
Met welke Schriftgedeelten is het beste te bewijzen, dat er niets buiten Gods Voorzienigheid geschiedt? Hoe legt U verband tussen Gods Voorzienigheid en des mensen verantwoordelijkheid? "
Antwoord: Ik zal proberen heel beknopt enkele aanwijzingen te geven en verder verwijs ik u naar de verklaring van de 37 Geloofsartikelen door Ds A. Rotterdam (Sions Roem en Sterkte.)
Het woord Voorzienigheid komt in de H. Schrift niet voor en betekent eigenlijk iets van te voren zien of weten, eer het gebeurt.
Abraham zegt tegen Izak: God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien" en in Hand. 2 : 21 lezen we:
„Zo heeft hij dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in dehel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien."
Dat er veel over gesproken wordt, vindt zijn oorzaak daarin, omdat de Schrift vol is van de Voorzienigheid en Regering Gods over alle dingen en het tot grote vertroosting is voor al Gods kinderen in al hun wegen.
Het is toch naar Gods Woord, dat we geloven, dat de Heere, nadat Hij alle dingen geschapen had, deze niet heeft laten varen noch aan het geval of de fortuin heeft overgegeven, maar naar Zijn heilige wil alzo bestuurt en regeert, dat in de wereld niets geschiedt zonder Zijn ordinantie.
En als u vraagt om Schriftuurlijke bewijzen, wel dan verwijs ik u naar enkele uit de zeer vele Bijbelteksten.
Ps. 36 : „Heere, Gij behoudt mensen en beesten." Hebr. 1:3: Die alle dingen draagt door het WoordZijner kracht."
Ps. 33 : 19: Zijn Koninkrijk heerst over alles." Matth. 6: De haren uws hoofds zijn alle geteld." Spr. 16 : 33: Het lot wordt in de schoot geworpen, maar het gehele beleid is van de Heere."
Amos 3:6: Zal er een kwaad in de stad zijn, dat deHeere niet doet? " enz.
En wat het laatste betreft, daarover zou ik willen opmerken, dat God elk schepsel bewerkt overeenkomstig zijn natuur. Hij bewerkt de ziel des mensen niet als een blok of steen, die enkel lijdelijk is en niet werkt met bewustzijn, maar Hij bewerkt de ziel als~ een zedelijk wezen en brengt alle wilsneigingen daarin voort alsvrijwillige werkingen. Daarom zegt Paulus: „
Want het is God, Die in u werkt, beide het willen en het werken naar Zijn Wel-
behagen." Gods Woord leert duidelijk, dat de mens gaat, ziet, hoort, gelooft, bidt, de zonde doet, enz.
Voor al zijn daden is hij dus verantwoordelijk. Ik hoop, dat u met dit beknopt antwoord tevreden zult zijn en dat ge onder biddend opzien tot de Heere Uw onderzoek uitstrekt in de richting boven aangegeven.
M. V. te W. vraagt naar de leerstelling van het Grieks-Catholicisme.
Antwoord: De Griekse Catholieke kerk is van de Grieks-Orthodoxe kerk wel te onderscheiden. Het is de kerk der geünieerde Grieken. In Polen, Zevenbergen, Gallicië, Hongarije enz. is het de kerk.
Onder enkele voorwaarden heeft deze kerk zich met de Rooms-Catholieke kerk verenigd. Zij wilde het pries-, terhuwelijk behouden en de kelk aan de leken niet onthouden. Zij erkennen het primaat van de paus en ook zij geloven in het filioque d.i. de uitgang des Heiligen Geestes zowel van de Vader als van de Zoon, in onderscheiding van de Grieks-Orthodoxe kerk, die leert, dat de Heilige Geest alleen van de Vader uitgaat en dus niet van de Zoon.
De Grieks-Catholieke kerk erkent niet de leer van het vagevuur.
M. V. te W. zou nog wel eens principiële bezwaren willen horen tegen de vaccinatie.
Antwoord: Ik kan daar niet op ingaan, want over dat onderwerp is in ons blad en ook in de „Saambinder" al zo dikwijls geschreven, dat we de ruimte gegeven voor de „vragenrubriek" weer eens voor iets anders kunnen gebruiken.
Deze opmerking is ook bestemd voor Mej. J. v. d. W. te G.
Over hetgeen U schreef aangaande het stuk van K. wende U zich tot de schrijver.
T. B. te B. vraagt wat ik versta onder „soldatentaal." Antwoord: Uit uw brief kreeg ik de indruk, dat het u pijnlijk getroffen had, waar u zelf in militaire dienst is, dat de bibliothecaris dat woord gebruikte, om daardoor het verwijderen van sommige boeken uit de bibliotheek te motiveren.
Dat moet u zich niet aantrekken, want dat bestuurslid zei niet, dat u soldatentaal gebruikte, maar dat die in de bewuste verwijderde boeken stond. En daar kon reden voor zijn.
Zoals u uit uw eigen dienstleven weet, is het u niet onbekend, dat in militaire dienst door vele jonge mannen een woordenkeus wordt gebruikt, die in beschaafde kringen niet wordt gehoord.
Onder soldatentaal behoeft men nu juist nog niet te verstaan zedeloze praat, maar meer ruwe taal.
Ik heb in een van mijn lezingen weieens opgemerkt, dat altijd vrouwen bijeen... verwijft, altijd mannen bijeen... verruwt.
Zelf ben ik 2H jaar in militaire dienst geweest en ik moet zeggen, dat vooral in die tijd de soldatenterminologie niet hoog stond. Misschien had de bibliothecaris uit piëteitsgevoel, omdat u er als soldaat bij was, beter kunnen zeggen, dat hij sommige boeken met toestemming van het Bestuur, had verwijderd, omdat zij te realistisch waren. ,
A. B. te L. heeft gelezen, dat in Deut. 18 het verheven spiritisme niet afgekeurd wordt, maar alleen gewaarschuwd wordt tegen het banale mediumschap. Dit is hem niet duidelijk. Hij vraagt om opheldering.
Antwoord: 't Is mij ook niet duidelijk. Ik heb verschillende bronnen, die over het spiritisme schreven nagezien, maar van verheven spiritisme heb ik nooit iets gelezen.
Dat woord „verheven" zou iets goeds willen zeggen over spiritisme en dat betwist ik. Ik heb geen goed woord over voor spiritisme en wel om deze reden, dat Gods Woord het ons pertinent verbiedt aan spiritisme te doen. In spiritisme hebben we te doen met veel zelfbedrog en welbewuste misleiding. Ook dient gerekend met de geheime krachten in het mensenleven, met een afdalen van het klare denken naar het nevelland van het onderbewuste.
Indien er een werkelijkheid aan het spiritisme ten grondslag ligt, hebben we te doen met de werking des satans.
De mens hebbe naar luid van Gods Woord de grens te eerbiedigen tussen de wereld aan deze en aan gene zijde van het graf.
Wij mogen de kloof, die 't hier en 't ginds scheidt niet overbruggen. (Deut. 18 : 11). U merkt wéï, geen verheven spiritisme tegenover banale mediumschap, maar alles banaal, alles veroordeeld, alles door God verboden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1949
Daniel | 8 Pagina's