GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.
(Matth. 25 : 31—46.)
Gelijkenissen aangaande Christus' wederkomst m. Het laatste oordeel.
I. Jezus Christus de Rechter. b. Wie voor Zijn rechterstoel zullen verschijnen. a. Wie Hem bij de rechtspraak zullen dienen.
II. Het begin van het oordeel. a. De scheiding in twee groepen. b. Welke plaats elk der groepen ontvangt.
III. Het vonnis. a. De inhoud van het vonnis. b. De gronden waarop het vonnis rust.
IV. De uitvoering van het vonnis. a. Aan de goddelozen. b. Aan de rechtvaardigen.
Niet altijd wordt met „gelijkenis" (parabel) aangeduid een doorgevoerd verhaal, dat de strekking heeft om in een beeld, aan natuur of mensenleven ontleend, geestelijke dingen te verstaan te geven. Allerlei kernachtige uitdrukkingen, die een beeldspraak bevatten, worden wel parabels genoemd, bv. het Woord van Jezus: Medicijnmeester genees Uzelven." (Luc. 4 : 23.)
Het spreken in gelijkenissen was in de dagen van Jezus' omwandeling op aarde, niet iets vreemds, maar was een gewone onderwijs-meth'ode in de scholen der Schriftgeleerden.
Een bekend theoloog heeft de gelijkenis genoemd een aardse inkleding voor een hemelse gedachte.
Zij waren niet alleen bestemd om onkundige mensen op te leiden tot de hogere geestelijke dingen, maar ook om de leerlingen te doen indringen in de schatten der wijsheid.
De gelijkenis van het laatste oordeel werpt een helder licht over de wederkomst van Christus.
Er zijn voor de mens twee wegen.
De smalle weg loopt uit op de eeuwige zaligheid; de brede weg eindigt in het eeuwig'verderf.
De Zoon des mensen zal straks op de wolken verschijnen.
Alle oog zal op Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben.
Niet in dienstknechtsgestalte zal Hij verschijnen, maar als de Richter der toekomst.
Rondom Zijn troon zullen de heilige engelen staan. Zij zullen alle volkeren voor de Rechterstoel vergaderen.
Het is met de dood niet uit, want God zal ieders werk in het gericht brengen met al wat hij gedaan heeft, hetzij goed of hetzij kwaad.
Het woord oordeel betekent schifting of scheiding. De Rechter zal handelen als een herder die de schapen van de bokken scheidt.
De alwetendheid van de Rechter komt daarin uit, dat Hij de schapen een plaats aanwijst aan Zqn rechter-, de bokken aan Zijn linkerhand.
De aan Zijn rechterhand geplaatsten noemt Hij: „De gezegenden des Vaders."
Het koninkrijk is voor hen weggelegd van voor de grondlegging der wereld.
Zij ontvangen het dus niet uit verdienste, maar uit souvereine genade.
Eer zij iets hadden kunnen doen was hun lot al bepaald.
Toch oordeelt de Heere naar hetgeen werd gedaan. De vruchten des geloofs worden genoemd, nl.: hongerigen gevoed, naakten gekleed, kranken getroost, gevangenen bezocht.
De ware gelovigen zijn lidmaten van Christus die het Hoofd is. Wat men aan Zijn broederen doet, rekent Hij aan Hem gedaan te zijn.
De geringste weldaad aan het eenvoudigste kind van God bewezen, blijft niet onbeloond.
Een geloof dat geen vruchten draagt is dood.
De goddelozen worden vervloekten genoemd.
Zij zullen gaan in het eeuwige vuur dat de duivel en Zijn engelen bereid is.
In hun leven ontbraken de vruchten des geloofs omdat het geloof in Christus en de liefde tot Christus ontbrak.
Het geloof is de beslissende factor voor onze toekomst. Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien.
Groot is het voorrecht dat we leven onder het welmenende aanbod van genade.
Het gevaar is niet denkbeeldig, dat men in de prediking eenzijdig wordt.
De besluiten Gods mogen niet worden verzwegen, evenmin de verantwoordelijkheid van de mens.
Efraïm wordt vergeleken bij een koek die niet is omgekeerd.
Aan de éne zijde verbrand, aan de andere zijde niet half gaar, dus ongenietbaar.
Een eenzijdige prediking naar de besluitende wil Gods, maakt de mensen zorgeloos en goddeloos.
Een eenzijdige prediking naar de bevelende wil Gods, brengt de mensen tot een gevaarlijke werkzaamheid.
Harmonie in de prediking is vooral in deze tijd en in onze kring noodzakelijk.
We dwepen vaak met onze Dordtse vaderen, maar onderzoeken we onze formulieren van Enigheid biddend? Weten we wel, dat onze vaderen hebben geleerd, dat God sommigen tot de zaligheid heeft uitverkoren in Jezus Christus uit enkel goedertierenheid, en de anderen laat in hun val waar zij zichzelf in geworpen hebben? (Art. 16.)
Gods besluiten zijn geen gzeren noodlot, maar volkomen heilig, wijs en goed.
Alleen een door Gods Geest verlicht verstand doet die besluiten bewonderend aanbidden.
Wij besluiten met de woorden van Ds Arnoldus Rotterdam uit „Zions roem en sterkte", deel II bladz. 8: „omdat men geen bevatting van de verlossing en verdoemenis der mensen kan maken, zonder deze als geschapen en door de zonde verdoemlijk a'an te merken. (Infra.)
Eindelijk, de belijdenis van onze kerk stemt volgens de inhoud van dit artikel met deze leerwijze volkomen overeen."
God verheerlijkt Zich in de zaligheid der verkorenen, zowel als in de verdoemenis der verworpenen.
Zijn loon en Zijn straf beantwoorden aan Zijn eer. De Heere geve Zijn knechten, vooral onze jonge predikanten genade om Zijn Koninklijke Waarheid met een priesterlijke ziel en met een door profetisch licht bestraald verstand te verkondigen.
1. Is de eeuwige straf niet in strijd met Gods liefde ?
2. Waarom worden de rechtvaardigen bij schapen en de goddelozen bij bokken vergeleken?
Bronnen: Sillevis Smit.
Ds Arn. Rotterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1949
Daniel | 8 Pagina's