Vaderlandse Geschiedenis
De Bourgondisch-Oostenrykse tijd.
Wrj combineren de beide vorstenhuizen, het Bourgondische en het Oostenrijkse Huis:
le omdat de staatkundige strevingen dezelfde zijn;
2e omdat hun tijd, de 15e en 16e eeuw in Europa grote veranderingen doet zien op allerlei gebied, vooral op geestelijk terrein;
3e omdat wij hierin het wegsterven der Middeleeuwen aanschouwen en het plaats maken voor andere geestelyke stromingen: Humanisme en Reformatie.
Het is de machtige beweging der Reformatie, die niet alleen de Kerk, maar alle levensterrein ten nutte is, omdat zü het Woord weer op de kandelaar plaatst.
1. De staatkundige strevingen.
Deze worden aangeduid met het woord: centralisatie, d.i. de vestiging van een sterk centraal gezag.
Hebben wij in de M.E. diverse landsheren in deze streken zien opkomen, zodat het aantal staatjes groot was, ieder met zijn eigen bestuursvorm, zijn eigen privilegiën; het ligt voor de hand, dat Filips nu in deze wirwar eenheid wilde scheppen.
De zaak leek erg onschuldig; redelijk zelfs. Maar — er zat meer achter, dan men wel denkt.
— De idee der centralisatie was niet nieuw. Vooral de hogeschool van Bologna had door haar rechtsstudie op de bodem van het oude Rom. recht daaraan krachtig meegewerkt.
Van Bologna ging deze studie naar de Franse hoge scholen, welke ook door Nederlandse juristen werden bezocht.
Zo kwam er een vorstelijk absolutisme, ook onder de staatslieden.
Eén van hen, Filips v. Leiden (tijdgenoot van Graaf Willem V) schreef een boek voor vorsten, die naar de oppermacht streefden.
Daarin leest men o.m. het volgende: De vorst moet verheven zijn boven adel, geestelijkheid en steden.
heid en steden. Aan de adel moeten hun kastelen ontnomen worden en ook zijn invloed op de regering.
en ook zijn invloed op de regering. Hij moet zich alleen bepalen tot de verdediging des lands onder leiding van de vorst.
De opengevallen lenen komen aan de grafelijkheid. De geestelijkheid bepaalt zich alleen bij de kerkelijke zaken en is ondergeschikt aan de staat.
De steden moeten de steunpilaren van de vorst zijn; maar deze zij voorzichtig met het geven van privilegiën. De vorst moet de landsregering krachtig leiden met behulp van zijn raad, waarin niet de Groten, maar de uit alle standen de vorst toegedane juristen zitting hebben.
Voor de bestuursfuncties stelle de vorst ondergeschikte, afzetbare ambtenaren aan. Hij zorge er voor financiëel van deze heren onafhankelijk te blijven.
Ziedaar ook het politiek program der B.O. dynastie. In concrrto: herstel van het oude Lotharingen tot de Jura (Filips) of nog beter tot de Midd. Zee (Karei de Stoute) met: één wetgeving, één leger, één officiële taal.
't Was maar jammer voor de Bourgondiërs, dat zij op de weg heel wat weerstanden ontmoetten. De diverse gebiedsdelen dachten er niet over om hun oude rechtsordeningen, hun privilegiën, die sta-in-de-wegs, zo maar over te geven.
Dat wisten die vorsten ook wel en ze gingen daarom met beleid te werk om hun doel te bereiken.
Alleen de laatste Oostenrijker, Filips II, ontplooide, trots de waarschuwingen van zijn vader, het volle program, voegde er zelfs nog een punt bij: aantasting van onze gewetensvrijheid.
Het heeft hem zijn rijke erflanden gekost!
II. Wij dienen thans na te gaan welke middelen de Bourgondiërs gebruikten om hun doel, de centralisatie, te bereiken.
le. In 1428 richtte Filips de Goede voor Holland en Zeeland het Hof van Holland op.
De taak van dit college was: het algemeen bestuur van het gewest; het aanstellen van baljuws en rentmeesters; het nazien der rekeningen: het uitoefenen van de rechterlijke macht in belangrijke gevallen.
Men lette op dit laatste. De door Filips aangestelde rechters oordeelden naar het Romeinse recht en niet naar het oude landsrecht, dat bij de plaatselijke schepen-gerechten in gebruik was.
Ook omringden de Bourgondische en Oostenrijkse vorsten zich met juristen, aanhangers van de nieuwe richting. Men begrijpt waarom. Zie boven.
2e. In 1430, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal, stelde hij te Brugge de orde van het Gulden Vlies in.
De orde was gewijd aan St. Andries, de beschermheilige van het Bourgondische vorstenhuis.
Zij bestond uit 31 ridders; de regerende hertog was het hoofd.
De kleding bestond uit een tot op de grond slepende scharlakenrode mantel, benevens een prachtige halsketen van in goud gevatten vuurstenen, waaraan een lam met gouden vacht hing.
Stierf de ridder, dan kwam de keten aan de hertog terug.
De statuten bestonden uit 94 artikelen, waarin sterk de nadruk werd gelegd op de nauwe band tussen vorst en ridders.
Doel van deze instelling was dan ook de Adel nauwer aan de vorst te verbinden.
Niet, dat hij die hulp nodig had; het omgekeerde was het geval.
De Vliesridders waren bestemd voor de hoogste ambten in landsbestuur en leger.
Geroepen en ongeroepen mochten zij de vorst van advies dienen.
Zij mochten alleen te recht staan voor het kapittel der orde.
Op hun vergaderingen werd stevig gefuifd. — Het was met de adel de laatste tijden snel bergafwaarts gegaan. Iets willen wij er van zeggen.
(Wordt vervolgd.)
Nieuw-Beijerland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1949
Daniel | 8 Pagina's