JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rondkijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondkijk

5 minuten leestijd

Onder het hedendaagse Christendom is een geweldige doorvloeiïng en wereldgelijkvormigheid merkbaar. We leven in een tijd dat er veel is dat zich tooit met de naam „christelijk", maar dat van de Christus der Schriften verder verwijderd is dan het Oosten van het Westen. Wanneer uw Rondkijker daar de jeugd zo eens op wijst en een parallel trekt tussen vroeger en nu, krijgt hij wel eens te horen: „vroeger deden de mensen weer andere zonden" en dan hebben ze daarin in zover gelijk, dat de mens van nature een dienstknecht van de zonde is. Dat is altijd daar zo geweest. Maar in deze zin is het anders of liever erger geworden, dat Gods Woord toen meer beslag legde en het onderscheid tussen kerk en wereld meer gezien werd. Naar „de bestraffende man in de poort" werd bovendien nog wel geluisterd.

Ds C. v. d. Oever (1801—1877) bekend predikant te Rotterdam, trok ook tegen de geest van zijn tijd te velde. In een preek over Zefanja 1 : 2 zeide hij o.a.: Maar wegrapen zal de Heere ook van u, trotsche pronkers, die u zoo kleedt met vreemde kleeding, zoo boven uwen staat. Wat gelijkt gij wel, als men u aanziet? Bezie ik de vrouwelijke sekse, ziet gij haar hoofd, het gelijkt somtijds of door de menigvuldige linten, strikken,

bloemen en veeren wel een ooievaarsnest door de kaalheid en ontblooting van hetzelve een kop van een Chinees; hare armen lijken wel luchtballen; maar wat zal ik meer van dit mismaakte optooisel zeggen? Niet minder moet men zich verwonderen over de manspersonen; want beziet men hun hoofd, verscheidene daarvan gelijken 'anwege de misselijke pettendracht. meer naar den kop van een tijger of eenig ander dier, dan naar het hoofd* van een mensch."

Men kan over deze ietwat ruige wijze van uitdrukking glimlachen, maar zéker is, dat Ds v. d. Oever een zondebestraffer was. Hij noemde die dingen bij hun naam, zoals hij ze zag. En het is meer dan eens geweest, dat er spotters waren, die naar de boetprediker „Dominé Kees" in de Raampoortlaan-kerk gingen luisteren, om eens wat sensatie te beleven, dat God hen in het hart greep. Van spotters werden het belijders en van belijders belevers van de waarheid.

Het was toen in die dagen goed te zien, dat men tot een „afgescheiden" volk behoorde. Het kwam uit in het gewaad, de praat en de daad! Hoe weinig wordt in onze dagen meer het onderscheid gezien, of men tot de kerk of tot de wereld behoort. Om iets te noemen: Meisjes, ook wel van onze gemeenten — gelukkig niet alle — gaan ook naar de kapper om zich te laten permanenten. Ze lopen ook met blote benen, ski-sokjes en wat dies meer zij. Ze zeuren en zaniken bij vader en moeder net zo lang. tot toestemming wordt gegeven. Slapheid allerwege, ook in het ouderlijk gezag.

Met tal van voorbeelden is te illustreren, hoe lichtelijk we worden meegesleurd. Toen uw Rondkijker kortgeleden bij een lid van de Ger. Gemeente aanbelde en de deur werd opengedaan, hoorde hij volop jaszmuziek door de radio. Binnengelaten zette mevrouw, die een hoogrode kleur kreeg, „dat ding" af. Weet ge welk een indruk dat maakt? Dat er in zulk een huis weinig rechte Godsvreze wordt gevonden. Eén draai aan de knop en men heeft de wereld in huis. Om niet uit te wijden, welk een invloed daarvan op onze jeugd uitgaat.

Ja maar, hoor ik iemand zeggen, we hebben een „Christelijke" Radio-vereniging. Het mom van godsdienst dekt veel. Het is Satan precies eender hoe hij zijn triumphen viert. Dezer dagen vierde de N.C.R.V. haar 25-jarig bestaan. Groot feest te Arnhem. Opvoering van een toneelspel enzovoort. Op een der foto's in de dagbladen zag ik de socialistische minister-president Drees in het voorgestoelte tydens de opvoering. Maakt U nu zelf de toepassing maar.

Ik stip dit aan, om te laten zien, welk christendom we tegenwoordig in ons vaderland hebben. Alles kan er mee door •— zonde is geen zonde meer. Ds Fraanje schreef in een brief naar Amerika (d.d. 6 April jl.): „Wat de wereld betreft, dat lijkt op een huilende wildernis en een kokende pot. God weet hoe lang Hij ze in de wateren van Zijn lankmoedigheid nog draagt. Hij komt aan Zijn eer."

Met veel stichting heb ik de brief, gepubliceerd in „De Banier der Waarheid", het corresp. blad der Ger. Gem. in Amerika, geleaen. Ds Fraanje schrijft daarin hoe hij gesteld was in het ziekenhuis te Ermelo. De hemelse gordijnen waren hem wijd opengedaan, hij mocht over de dood heenzien wat het eenmaal voor hem zijn zou na de dood te worden opgenomen tot Christus, het Hoofd Zijner Kerk en aan te mogen zitten aan de bruiloft des Lams. In verwondering en aanbidding moest hij wegzinken; geen oog heeft het gezien en geen oor gehoord.

Wat is de wereld dan nameloos arm. Er is een volk op de wereld dat van de zonde af wil. Wie zal mij verlossen van het lichaam der zonde en des doods? zeggen ze de Apostel na. Bevrediging vinden ze er niet in, die ligt alleen in de uitlatingen van Hem die hen met een dure prijs heeft vrijgekocht.

Wij mochten er recht jaloers op worden, zoekende de dingen die Boven, niet die beneden zijn. Hatende de rok, die van het vlees besmet is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1949

Daniel | 8 Pagina's

Rondkijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1949

Daniel | 8 Pagina's