VOOR ONZE Militairen,
10 MEI 1949.
Het is juist 10 Mei, als ik dit artikel schrijf. Voor Nederland een gedenkwaardige dag. De dag dat de Duitser in ons land viel. Geheel onrechtmatig. Het was echter de dag dat de Heere Zijn straffende hand over Neêrland kwam uit te strekken.
Jaren van te voren was ons volk schier dag aan dag gewaarschuwd, doch er was geen opmerken. Nederland zondigde de maat vol en toen kwam God. Zeker, de daad van Hitier is nooit goed te praten, maar was alleszins afkeuringswaardig. De Heere heeft hem geoordeeld en het Duitse volk weet en zal het weten wat het zeggen wil om met bruut geweld een land te overrompelen. Hiervoor is geen enkele verontschuldiging aan te voeren. Doch anderzijds moeten we erkennen dat we des Heeren gramschap dubbel waardig waren en nu ? Men leefde vrolijk en spotte met Gods inzettingen. Ons volk dronk de zonde in als water. De bioscopen en voetbalterreinen zaten des Zondags overvol. Men stond er uren voor in de rij om een toegangskaartje te bemachtigen. Onze zgn. Christelijke regering zorgde op de dag des Heeren voor extra treinen, want zo redeneerde ze, het volk dat zich op Zondag ten vervoere aanbiedt, moet vervoerd worden. Van een rusten, een geheel stilleggen van trein en boot op Zondag was geen sprake. Dit kan niet. De Heere zou echter door daden het verkeer stil leggen.
Reeds 's nachts hoorden we de vijandelijke vliegtuigen overgaan en werden onze vliegvelden al gebombardeerd. Het was oorlog. De dag van afrekening was aangebroken. De dag van bloed en tranen was er. Menig vaderlander zou de dood vinden. De dag waarop het vale paard door Nederland zijn reis zou aanvangen was verschenen. De honger zou zijn intrede doen en dat in een land van overvloed. Ja jongens, er was overvloed. De groenten, de aardappelen werden op een Godonterende wijze vernietigd. Op de vuilnishoop kon men de heerlijkste groenten vinden. De aardappelen werden met vergif bespoten zodat ze voor mens en dier onbruikbaar waren. 10 Mei werd de rekening gepresenteerd. Wat was hij hoog. Wat zouden we het duur moeten betalen.
Fel werd gestreden. Menige dappere daad is verricht. De overmacht was echter te groot. Het bruut geweld won het. Vele kameraden zijn gesneuveld. Grebbeberg, Rotterdam, Den Helder en Afsluitdijk om maar enige namen te noemen, vormden een hoogtepunt in onze korte strijd.
14 Mei capitulatie. Een zucht van verlichting ging door ons land. Het zou wel meevallen onder de bezetter. Spoedig zou ons anders blijken. Het was een wolf in schaapsklederen. Hij was niet gekomen om zijn politieke wil aan ons volk op te leggen. Een ieder zou vrij
zjjn. Het duurde echter niet lang of hij liet spoedig zijn tanden zien. Generaal Winkelman, onze Opperbevelhebber ging al spoedig in krijgsgevangenschap naar Duitsland.
Eens had ons volk zich vrijwillig op 's Heeren Dag ten vervoere aangeboden, nu zou die dag spoedig aanbreken dat velen van ons volk onder dwang zouden worden weggevoerd. Velen zijn nooit meer teruggekomen, hebben de dood gevonden in een vreemd land, ver van huis en haard, ver van allen die hun lief en dierbaar waren. Geslagen met onze eigen stok. Bange tijden waren aangebroken. Al meer vertoonde de bezetter zijn ware aard. Al de vrijheden van ons volk die ons geleid hadden tot losbandigheid werden ons ontnomen. Wie van de jonge mannen durfde nog vrij op straat lopen? Onze mannen en zonen, onze goederen en ons geld moesten worden ingeleverd en alles werd ons listiglijk ontstolen. Daar ging Neêrlands welvaart. Was er toen een bukken als natie? Nee jongens, toen niet en nu nog niet. Het is goed dat we hier nog eens bij stil staan. We leven zo snel en we vergeten zo vlug. Het zou echter nog erger worden. Schier alles raakte op. De vijand ging door met z'n razzia's. Het fusilleren hield niet op. Honderden hebben voor het vuurpeleton gestaan. Nederlanders die persoonlijk niets hadden misdaan, doch hun naam of positie had hen in gijzeling gebracht. Een zee van tranen is geschreid. Te laat. De Heere bezocht ons land. De Heere is een grimmig wreker. Hij geeft Zijn Eer niet aan een ander. Nederland zou het weten dat het niet goedkoop had gezondigd. God had Zijn knechten gezonden om ons te waaz'schuwen, maar we hebben niet geluisterd. Al zwaarder begon de hand Gods te drukken. Het eten raakte op. Er kwam honger. Men trok erop uit naar andere streken om eten te halen. Grote, zeer grote reizen werden te voet ondernomen. De zo nodige vervoermiddelen ontbraken ons. Echter, alles wat de mens heeft zal hij geven voor zijn leven. Men vond toen geen heerlijke groenten op vuilnisbelt, er werden toen geen aardappelen vernietigd. Het vee werd toen niet afgeslacht omdat .we te veel hadden. Neen jongens, men gaf z'n goud en zilver voor eten. De arme boer bezat toen meer goud en zilver dan de rijkste edelman. Honger is een scherp zwaard. Er werd gestolen, geroofd en geplunderd. Ouders zetten hun kinderen .aan het stelen, liegen en bedriegen. Is het wonder mijn lezers, dat er velen thans zo klagen over de jeugd? Was het niet beter dat we over onze afmakingen in die jaren klaagden? Plukken we nu misschien de vruchten die wij zelf in die jaren hebben gezaaid? Wind gezaaid en storm geoogst. Denk hier eens rustig over na en Uw oordeel over de tegenwoordige jeugd zal milder zijn.
Toen de nood echter op 't hoogst was, was de redding nabij. Die redding zou op een zeer wonderbaarlijke wijze komen. De bevrijding naakte. Dat snoevende Hern-volk zou sneven. Het was uit met zijn glorie. De Heere kwam het een halt toe te roepen. Vele delen van ons Vaderland waren reeds vrij maar Holland was nog in vijandshanden. Het zou echter niet lang meer duren. De Heere wilde nog aan Zijn Verbond gedenken wat Hij eens met een Prins Willem van Oranje had gesloten. God beschikte het zo dat terwijl de vijand nog op onze bodem was, Holland vanuit de lucht voedsel ontving". Ja zelfs zo, dat dit alleen bestemd was voor ons volk en de vijand kon toezien. Dit was gewis een wonder Gods. Is het zo ook door ons volk begrepen? Ik vrees. Veelal gaf men de eer aan de geallieerden en vergat men Gode de eer te geven. Zeker, we kunnen de geallieerden hiervoor zeer dankbaar zijn als middel, doch de bewegende oorzaak was God. God kwam zijn oordeel om te wenden.
Wie onzer heeft toen niet met ontroering kennis genomen van deze Godsdaad. En weet U wat nu zo opmerkelijk is, dat juist deze daad Gods zo weinig wordt herdacht. Men spreekt op onze dodenherdenking over de heldendaden van hen die vielen. Zeer terecht, deze mogen op gepaste wijze worden herdacht. Op onze Nationale feestdag hebben we het over onze verkregen vrijheid over de geallieerden enz. enz. maar wat horen we weinig spreken over die wonderlijke uitredding. We zijn zulke ondankbare schepselen. Met dit alles neer te schrijven heb ik niets nieuws geschreven. Toch moest ik vandaag aan dit alles nog eens denken. Dat is niet onbijbels. In Ps. 78 : 4 lezen we: We zullen het niet verbergen voor hunne kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des Heeren, en Zijne sterkheid, en Zijne wonderen, die Hij gedaan heeft."
Daarom dacht het mij goed jongens, om bij deze vervlogen tijd nog eens even stil te staan. Vele lessen voor het heden en de toekomst liggen hierin opgesloten. Heeft ons volk ze ter harte genomen? Neen jongens, nog dagelijks komt Nederland met sprekende daden te bewijzen, dat het geen lust heeft om in 's Heeren inzettingen en ordinantiën te leven. ik moet eindigen, want ik ben al te uitvoerig geweest. De Heere ontferme zich nog over ons zinkend Vaderland.
D.V. tot de volgende keer! Hartelijke groeten van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1949
Daniel | 8 Pagina's