Het Landelijk Verband van Meisjesverenigingen der Geref. Gemeenten te Utrecht bijeen
Een tweede, zeer geslaagde jaarvergadering
Dit Landelijk Verband van Meisjesverenigingen had in het vorig jaar, 18 Augustus 1948 een wel zó geslaagde eerste algemene vergadering gehouden, dat er geen twijfel bestond aangaande de animo voor een dergelijke, telkenjare te houden landdag.
Er was voor een tweede samenzijn op Donderdag 21 April 1949 te Utrecht, dan ook een belangstelling, die de redelijkerwijs gekoesterde verwachting ver overtrof.
Van het meest Zuidelijke deel van Zeeland, tot uit hoog in Noord-Holland en Friesland waren de honderden bezoeksters samengestroomd en Ds A. Verhagen, de Ere-Voorzitter van dit Landelijk Verband, bij wie de leiding van deze dag berustte, stond voor een nagenoeg stampvolle kerk, toen hij om half elf deze vergadering opende.
Nadat gezongen was Psalm 36 : 2 en 3, las de Voorzitter Pred. 12 en ging daarna voor in gebed.
In een nu volgend openingswoord sprak de Voorzitter er zijn blijdschap over uit, dat we nu al in tweede jaarvergadering van dit Landel. Verb. bijeen mogen zijn. Deze blijdschap is niet ongegrond, want het doet weldadig aan zulk een grote belangstelling te mogen opmerken, waar zo vele, meest jonge meisjes van heinde en ver zijn samengekomen om onderling de belangen der plaatselijke verenigingen te bespreken.
En daarom, wees hartelijk welkom. Ik hoop, dat deze dag in zulk een teken mag staan, dat wij temidden van een tijd van verbreking en verwoesting in saamhorigheid mogen vergaderen.
Ik wil er u op wijzen, dat hetgeen wij u uit Gods Woord lazen voor ons allen van betekenis is. Het is belangrijk God te vrezen, zo noodzakelijk voor jonge mensen. Hoezeer het ons verheugt de uitwendige belangstelling en liefde te mogen zien voor datgene, waarvoor gij werkt, groter blijdschap zou er niet te bedenken zijn als er geestelijke zegeningen werden waargenomen. Van harte hopen wij dan ook die gezegende resultaten van dit werk te mogen zien. Ook de belangstelling buiten uw Landel. Verb. verblijdt ons. We heten dan ook Ds v. d. Berg hartelijk welkom, zomede aanwezigen van de kerkeraad te Utrecht en van het hoofdbestuur van het Landel. Verb. van Jongel. Ver.
Het is vandaag een dag, dat naast de te behandelen referaten, speciaal de belangen der verenigingen op de voorgrond treden.
Reeds vooraf maken wij gewag van onze waardering voor het werk van de meisjesvereniging te Utrecht en de regelingscommissie.
De Heere geven blijmoedigheid onder elkander, opdat deze dag zij tot vergenoeging, lering en onderwijs.
Nadat Ds Verhagen ook dhr v. Bochove uit Rotterdam en Ds M. Blok van Zeist, die inmiddels ter vergadering kwamen, heeft verwelkomd, verklaart hij de vergadering voor geopend.
De notulen van de le algemene vergadering, die op 18 Aug. '48 werd gehouden en ook het jaaroverzicht van de secretaresse werden goedgekeurd. Uit het jaaroverzicht blijkt dat het Landelijk Verband zich uitbreidde en thans 24 verenigingen telt. Ook werden Ringverbanden gevormd, waarvan de Ring Utrecht reeds eenmaal vergaderde. Het verslag van de penningmeesteresse gaf als eindcijfer een nadelig saldo.
Besloten werd deze notulen te stencilen en aan de vereniging toe te zenden. Iedere vereniging, houdt zodoende een overzicht van de geschiedenis van het Landel. Verband vanaf het begin.
Aan Hare Majesteit Koningin Juliana en aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina werden telegrammen van aanhankelijkheid gezonden.
Bij de behandeling van de vragen en voorstellen komt allereerst in behandeling de vraag van de Meisjesvereniging te Utrecht, of er geen bezwaar in is, als de gehele gemeente de gemaakte goederen bezichtigt. Vooral bij de vervaardigde bovenkleding kan er sprake zijn van herkenning en dat is pijnlijk voor degenen die deze kleding hebben ontvangen en dragen. Na het voor en tegen te hebben gehoord is dit de conclusie: Voor alle dingen moet de belangstelling voor dit werk in het kerkelijk leven zo hoog mogelijk worden opgevoerd. Bovendien zij er steeds contact tussen de diaconie en het bestuur der naaiverenigingen. Wat in het dragen deigemaakte goederen het herkennen betreft, de meeste stukken die vervaardigd worden hebben betrekking op de onderkleding en wat de bovenkleding aangaat, is het geen bezwaar dat het bekend zij, dat de gemeente zorgt voor de behoeftigen en minderbedeelden. Het zou karakterloos zijn, dat op ongepaste wijze te laten gevoelen.
In verband met een vraag van de M.V. te Lisse over een vaste tijd van het houden der jaarvergadering van het L.V. wordt deze toch voor een volgende maal weer bepaald te houden in April, hoewel ook hiertegen vele bezwaren zijn.
Aangaande de vraag over de M.V. te Mijdrecht, naar de beste tijd, dat de gemaakte goederen kunnen worden verdeeld, wordt geoordeeld, dat het een plaatselijke aangelegenheid is en afhankelijk van de gemaakte vorderingen. Het beste is wel deze uitdeling te houden voor het winter wordt.
Een vraag van de M.V. te Veenendaal naar de mogelijkheid een pagina van Daniël ter beschikking te krijgen voor de M.V.-ën, wordt door de voorzitter in 't kort in dier voege beantwoord, dat over een dergelijke zaak hier toch niet kan beslist worden. Een desbetreffend verzoek zou dan moeten worden gericht aan de Redactie van Daniël, terwijl het anderzijds al zo is, dat het Landel. Verb. van Jongel. Ver. als uitgever van dat orgaan de Meisjesverenigingen altijd met enige ruimte ter wille is. Hiermede is de bespreking vragen en voorstellen ten einde.
De voorzitter maakte enkele opmerkingen n.a.v. een programma van een onlangs gehouden jaarvergadering van een der Meisjesverenigingen. De inhoud van dat programma was stotend. De voorzitter merkt heel vriendelijk, doch beslist op, dat het zo niet moet en die kant vooral niet op mag. Als wij gaan doen, wat wij altijd in anderen hebben veroordeeld, is er geen grens meer. Laten we ons vóór alle dingen stellen onder de ambten en het contact met hen op de juiste wijze bewaren.
Mej. de Feyter van Axel houdt een kort referaat over het onderwerp: „Wat is het doel van de Meisjesvereniging." De referente laat de nadruk vallen op het tweeledige in dit doel. le het onderzoeken van Gods Woord; 2e het helpen van anderen; werk van barmhartigheid dus. Zowel in het referaat als in de bespreking, die hierop na de pauze volgde kwam uit, dat nauwgezette studie van Gods Woord zo nodig is in
deze tijd waar ook op godsdienstig gebied zoveel onrust heerst, om in alle eenvoud de vijand te kunnen antwoorden. Wat het werk der barmhartigheid aangaat, dit terrein is onbegrensd. Een dankbare taak is wel het helpen van moeders, die grote gezinnen hebben of door welke omstandigheden ook dringend enige hulp behoeven. Vooral dit punt in het referaat is voor de voorzitter aanleiding om de aandacht te vestigen op de grote waarde van het in deze aangestipte. Als we wachten of een ander dat wel doet, wordt er intussen niets gedaan. Een ieder versta in deze haar roeping om zo terloops eens even de behulpzame hand te bieden waar dat nodig is en waar in zoveel kleinigheden het grote en zware lichter kan worden gemaakt. Terecht eindigde mej. de Feyter dit referaat met de noodzakelijkheid van het gebed in deze, om dit werk in de naam en de kracht des Heeren te mogen doen.
De morgenvergadering werd gesloten na samenzang van Ps. 68 : 13 en 14 en dankgebed door Ds J. v. d. Berg.
De middagvergadering werd geopend met gebed door de heer Tj. Molenaar, nadat vooraf Ps. 25 : 6 was gezongen.
De voorzitter vertelt nu een en ander over het leven onzer militairen in Indië. Verscheidene verloofden dezer jongens zijn in ons midden en het is dan ook voor u niet onbekend hoe groot veelal hun moeilijkheden zijn. Daarom doet het zo weldadig aan, dat er steeds weer om hen wordt gedacht en de regelmatig binnenkomende geldelijke giften de Synode Commissie in de gelegenheid te stellen hen zowel stoffelijk als geestelijk te verzorgen. De Meisjesvereniging te Moercapelle heeft mij zo juist nog ƒ 40.— afgedragen, op haar vereniging gecollecteerd, waarvoor hartelijk dank.
De voorzitter geeft nu het woord aan de heer Hoogendoorn, die een referaat houdt over Debora. De aandacht valt voornamelijk op de twee vrouwen in deze geschiedenis: Debora en Jaël; vanzelf ook op Barak, maar bovenal op Gods leiding met en Zijn voorzienigheid over Zijn volk, dat het wel steeds weer verzondigde, maar welk volk Hij toch steeds weer des ontfermens gedacht, als het tot Hem riep in al hun noden.
Een uitgebreide, aangename en leerzame bespreking volgde.
De presidente van het L.V., mej. den Hertog sprak woorden van oprechte dank tot de voorzitter voor zijn aangename leiding. Zij bidt de verenigingen onderlinge liefde en vriendschap toe, maar bovenal voor een ieder die ware vriendschap, waarvan de dichter zegt: , , Hij is het, Die ons Zijne vriendschap biedt." Ook wekt zij er toe op speciaal weesmeisjes in het bijzonder ter zijde te staan.
Ds M. Blok sprak een slotwoord. Hij w r ees op het ontstaan van Jongel. en Meisjesverenigingen, hierin gelegen, dat de huiscatechisaties zo langzamerhand geheel verzuimd zijn. Niettemin waarderen we het werk, dat in deze vorm nog gedaan wordt en in 's Heeren gunst nog tot zoveel zegen kan zijn. Straks wordt de deur achter u gesloten. Maar ik bid u toe die geopende deur, die niemand sluiten kan om daarin te mogen binnengaan. God de Almachtige geleide u.
Nadat nog gezongen is Ps. 119 : 17 sluit Ds Blok dit samenzijn met dankgebed.
Een gehouden collecte voor het L.V. bracht ƒ 180.75 op, een collecte voor de militairen ƒ 113.32.
Het Landel. Verb. van Meisjesverenigingen mag terugzien op een zeer geslaagde tweede Landdag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1949
Daniel | 8 Pagina's