JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Correspondentie met mijn jonge vrienden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Correspondentie met mijn jonge vrienden

4 minuten leestijd

Geachte Vriendin.

Een en andermaal mocht ik een brief van je ontvangen. Totnogtoe schreef ik daar niet op terug, omdat het mij niet duidelijk was, of je de beantwoording daarvan in , , Daniël' wenste, dan of je van mij persoonlijk per gewone brief antwoord wilde hebben. Dit laatste leek mij het geval toe. Maar mag ik dan beginnen met een opmerking le maken voor alle lezeressen en lezers, namelijk, dat, wanneer ze van mij persoonlijk antwoord per brief willen hebben, en NIET in , , Daniël", dat ze mij dat dan uitdrukkelijk schrijven.

Deze brief beantwoord ik dan weer in ..Daniël . Uit je brief te begrijpen meen ik. dat je geloven mag geen vreemdeling t? «n genade le zijn. Dat is gelukkig en een voorrecht, niet om uit te spreken.

le Maar toch moge het mij vergund zijn een paar opmerkingen maken.

Je schreef o.a., dat je veel achting hebt voor Gods volk, en ze liefde toedraagt, en dat je menigmaal met jaloersheid ze nastaart.

Nu, wanneer wc oi'er een onbedriegelijk kenmerk zouden spreken van genade, dan is hel ook wel dit, dat ze de broeders liefhebben.

We lezen toch immers in I johannes 3 : 14: , Wij welen, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben. Die zijn broeder niet liefheejt, blijft in de dood '.

En de dichter van de I JOen psalm zingt er van in hel 32e vers: .Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen, die Uw naam ootmoedig vrezen en foren noor Uw goddelijk bevel". En was het de Heiland Zelf niet. die sprak in Joh. 13 : 34 en 35 : , , Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt. Hieraan zu llen zij allen bekennen, dat gij Mij n discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

Is het juist niet jammer, dat van deze liefde onder elkander, dikwijls zo weinig wordl waargenomen? En is het niet mede een kenmerk van de doori'loeiing onzer tijden, dai ucm deze liefde en binding aan elkander zo weinig wordt waargenomen naar buiten?

En toch. vraag hel eens aan een pas onlwaakie ziel, hoe die over Gods volk denkt ! Die zal zeggen, het zijn de heerlijken van hoge plaatsen, het zijn Gods keurlingen, al mijn genegenheden gaan tot hen uit; mocht ik toch ook maar eens zo gelukkig worden. En bij tijden en ogenblikken zeggen of stamelen ze Ruth na: ..Uw volk, mijn volk".

En dan zouden ze wel wensen, dat het nog was als in de eerste Christengemeente, waarvan we lezen in Handel. 2: , .En allen die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen, en zij verkochten hunne goederen en have. en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had; en dagelijks eendrachtelijk in de tempel volhardende en van huis tot huis brood brekende, aten zij le samen mei verheuging en eenvoudigheid des harten en prezen God en hadden genade bij het ganse volk".

De blinde te Bethsa ïda zag eerst de mensen als bomen wandelen. Ze waren vast niet klein in zijn ogen. En zo kon het ook zijn bij een pas ontwaakte ziel. ztdke mensen zien niets dan heerlijkheid en glans op Gods volk liggen en kwaad willen ze er in geen geval van welen.

Het is voorwaar niet zo een best teken, als we al maar gebreken in Gods volk gaan zien, en anders nergens geen oog voor hebben.

Ik pri/s dus degenen, die veel liefde tot Gods volk hebben. Maar .... nu moet ik toch ook onderscheid gaan maken. Er zijn mensen, die toegenegenheid, ja, soms veel toegenegenheid tot Gods volk hebben, krachtens opvoeding, wat groot is, en zeer prijzenswaardig, doch, dat niet verder meegaat, dan tot aan het graf, en ons verder buiten doet slaan, en dus te kort schiet voor de al naderende eeuwigheid.

Doch, waar hel op aankomt is dit, is onze liefde tot Gods volk een vrucht van de liefde tot God, die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, nis een vrucht van de verdienste van Christus en als een weldaad uit het genadeverbond.

Dat doét niet rusten in eigenschappen of kenmerken, doch doet de ziel haasten en spoeden om zijns lerens wil, om schuiling te vinden binnen de vrijstad, opdat de bloedwreker hem niet overvolle, en het straks te laat blijke te zijn. Die zielsgestalte wens ik je dan ook van ha rle toe.

Over enkele andere dingen uil je brief D.V. een volgende maal.

Wees voorls uon. harte gegroet en Gode bevolen. Je vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1949

Daniel | 8 Pagina's

Correspondentie met mijn jonge vrienden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1949

Daniel | 8 Pagina's