JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gelijkenissen aangaande Christus' wederkomst. (II.)  De Talenten.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gelijkenissen aangaande Christus' wederkomst. (II.) De Talenten.

4 minuten leestijd

(Matth. 25 : 14—30.)

I. Hoe de Heere geeft. II. Wat Hij eist. III. Hoe Hij loont en straft.

De gelijkenis zelf heeft weinig toelichting nodig. Onder dienstknechten hebben we gewoonlijk te verstaan, slaven die werkten, niet voor loon, maar voor hun heer.

Het waren geheel afhankelijke personen.

Alles wat ze verdienden vergrootte het bezit van hun eigenaar.

De heer die een gewichtige reis moest ondernemen, vertrouwt zijn geld aan drie zijner voornaamste dienaren toe.

Aan de een geeft hij vijf talenten, dat is een bedrag van 5 x ƒ 4500.— = ƒ 22.500.—, voor die tijd een reusachtige som.

De andere ontvangt twee talenten en de derde één talent.

De verschillende bedragen houden verband met de verschillende capaciteiten van zijn dienaren.

De eerste dienstknecht maakt grote winst.

De rente was hoog en de heer is ook lang weggebleven.

Ook de tweede heeft met het geld gehandeld.

De derde dienstknecht heeft met het geld niets gedaan.

Hij begraaft het, maar doet geen misdaad, stelen doet hij niet.

Hij verstaat echter zijn roeping niet en daar ligt zijn fout.

De gelijkenis van de wijze en dwaze maagden geeft aan wat het lot zal zijn van hen die niet waakzaam en niet bereid zijn, de gelijkenis van de talenten leert ons, wat hun wacht die werkzaam en getrouw zijn geweest, en wat de ontrouwen zal wedervaren.

Ook deze gelijkenis heeft betrekking op de wederkomst van Christus.

De Heere deelt in Zijn vrijmacht de gaven uit aan wie Hij wil en in verschillende mate.

Evenals in de natuur is er ook in de mensenwereld een van God gewilde eenheid en verscheidenheid.

De één ontvangt vijf talenten, een ander' twee, een derde één.

Nu eist de Heere dat wij de gaven besteden en er mee werkzaam zijn.

Wij kunnen spreken van het bezit van kinderen, waarvoor de ouders verantwoordelijk zijn.

We kunnen spreken van gaven van hoofd, hart en hand.

Er zijn ambtelijke gaven, maar ook geestelijke gaven.

De Heere zegt tot Zijn volk, laat uw licht schijnen voor de mensen opdat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader Die in de hemelen is, verheerlijkt worde.

Als er sprake is van woeker, moeten we dat niet verkeerd verstaan.

Woekeren heeft thans een andere betekenis dan toen.

Thans heeft het voor ons geen aangename klank.

Voorheen had het de betekenis van het tegenwoordig gebruikelijke woord: rente.

Leende de Israëliet geld van zijn naaste uit nood, dan was rente nemen ongeoorloofd.

Werd echter het geld als handelsartikel gebruikt, en dat deden de vreemde volken wanneer zij van de Israëliet geld leenden, dan keurde de Heere het rente nemen goed. (Exod. 22 : 25; Lev. 24 : 35—36; Deut. 23.)

Als de Heere dus woeker eist is Hij niet onrechtvaardig.

We mogen onze talenten niet begraven, omdat wij verantwoordelijk blijven aan Hem Die ons naar Zijn vrijmacht met gaven bedeelde.

Straks wordt de balans opgemaakt en de boeken geopend.

De Heere geeft de getrouwen geen loon naar verdienste, maar uit genade.

Indien wij hebben gedaan hetgeen wij schuldig w r aren te doen, zijn we nog maar onnutte dienstknechten.

Het is echter de vraag uit welk beginsel wij werkzaam zijn, uit een wettisch en werkheilig of uit een Evangelisch beginsel.

Als vrucht van een eenzijdige prediking is er veel dode lijdelijkheid en de reactie daarvan is een valse dodelijkheid.

Een iegelijk, die heeft zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar van dengene die niet heeft, van die zal genomen worden, ook dat hij heeft.

Straks valt de beslissing en dan zal worden geoordeeld naar recht.

Het zal zijn: „gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten"; of: „gij boze en luie dienstknecht, die uitgeworpen wordt in de buitenste duisternis, waar wening zal zijn en knersing der tanden."

Zo waakt dan, want gij weet de dag niet, noch de ure in welke de Zoon des mensen komen zal.

Vraag: Blijft de ongelijkheid ook in de hemel bestaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1949

Daniel | 8 Pagina's

Gelijkenissen aangaande Christus' wederkomst. (II.)  De Talenten.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1949

Daniel | 8 Pagina's