Koniging Juliana 40 jaar
Het is nog maar enkele dagen geleden, dat onze geliefde Koningin Juliana Haar veertigste verjaardag heeft mogen vieren.
Hoewel het alom in de gemeente des Heeren een goede gewoonte is om rustdag aan rustdag onze Vorstin in het gebed op te dragen aan de troon der genade, ja zelfs dure plicht, in gehoorzaamheid aan het bevel Gods om te bidden voor Koningen en die in hoogheid gezeten zijn, zullen zeer zeker op de Zondag, die nu achter ons ligt, de gebeden zich hebben vermenigvuldigd voor Haar, aan wie de Heere op de dag daarvoor, Zaterdag 30 April een jaar toedeed tot Haar levensjaren.
Het is temidden van de zeer zorgelijke omstandigheden, waarin onze Vorstin zich welbewust kwijt van Haar uiterst verantwoordelijke taak, een groot voorrecht wat de Heere in Zijn onuitsprekelijke goedheid heeft geschonken, dat Zij wederom Haar verjaardag mocht beleven.
Hebben wij op Haar verjaardag in volle ernst en met diepe ootmoed des Heeren aangezicht gezocht voor onze Koningin?
Zo dikwijls horen wij op een zodanige wijze over ons Vorstenhuis spreken, dat het ons steeds weer van harte bedroeft.
Dat de communisten zulks doen en lieden van meer dergelijk gezindte zou nog uit hun verderfelijk beginsel zijn te verklaren.
Maar ook onder hen, die zich Christenen noemen, wordt maar al te dikwijls da liefde tot ons Koninklijk gezin bepaald naar de gedragslijn, die onze vorstelijke familie volgt. En dat is onjuist.
Zeker, het moet ons wel telkenmale bedroeven, als wij zien, hoe talloos vele malen de gedragingen van ons vorstenhuis lijnrecht indruisen tegen Gods Woord en volslagen in strijd zijn met de levensopvatting van de Grote Oranje, de Vader des Vaderlands. Het zou al te dwaas zijn, dit te verbloemen en het is wel terdege eis, de vinger te leggen op deze schrijnende plek.
Maar wie het ter harte gaat, zal temeer zijn of haar liefde gevoelen voor onze Koningin, voor Haar gemaal en Hun dierbare kinderen en de Heere aanlopen als een waterstroom, of het Hem behagen mocht Zijn genade aan Hen te verheerlijken en Hen te vervrijnioedigen in het uitkomen voor de naam en zaak des Heeren.
Wat zou ons land daar toch wèl bij varen. De Heere verbindt toch Zijn zegen aan dat Vorstenhuis, dat Zijn getuigenissen bewaart en Zijn inzettingen van harte waarneemt.
Dat er onder ons allen en in het bijzonder onder onze jongens en meisjes dan maar veel en oprechte liefde zij voor onze geliefde Koningin en onder onze jeugd die iiefde voor ons Vorstenhuis bij de voortduur worde gekweekt.
De Heere spare onze Koningin tot in lengte van jaren en geve Haar die ware wijsheid, waardoor Zij ons land zou kunnen regeren, ons tot welzijn en 's Heeren grote Naam tot roem en prijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1949
Daniel | 8 Pagina's