JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grepen uit de Letterkunde

5 minuten leestijd

(2.)

Jacobus Revius I.

Deze naam is bij velen niet onbekend: de meesten hebben wel eens een gedicht van Revius gelezen en misschien wel gezongen. Het was een predikant-dichter die in 1586 werd geboren als zoon van een Deventer burgemeester, Rijck Reefsen genoemd. Feitelijk heet hij Jacobus Reefsen, of in 't Frans: Jacques de Rèves. De naam Reefsen kreeg een Latijnse uitgang, zoals de mensen in die tijd gewoon waren te doen, en zo werd het Revius.

Toen de stad Deventer door verraad Spaans werd, vluchtte Revius' vader naar Amsterdam.

Jacobus studeerde aan de Leidse Hogeschool en ook in het buitenland in de Godgeleerdheid. Na zijn studiën werd hij predikant te Zeddam, Winterswijk, Aalten en Deventer. In deze laatste stad stond hij van 1614—1642. Dat hij in de theologie een bekwaam man was, blijkt wel hieruit, dat hij in 1641 regent werd van het collegium theologicum te Leiden. Ook werd hij benoemd tot revisor (corrector, herziener) van de bekende Statenvertaling. Als predikant is Revius een echte Calvinist geweest in de ware zin des woords.

Hij was overtuigd aanhanger van de leer der praedestinatie en fel tegenstander van de Remonstranten. Als oprecht patriot stonden de Prinsen van Oranje bij hem in hoge achting. Hij heeft geleefd tijdens het stadhouderschap van Maurits, Frederik Hendrik en Willem II.

Een gedeelte van de tachtigjarige oorlog heeft hij meegeleefd, maar tijdens zijn leven werd ook de vrede van Munster gesloten, die een vrij Nederland bracht in de rij der volkeren.

Ons voornemen was om Revius in deze rubriek als letterkundig te bezien. Als dichter geeft hij aan zijn gevoelens uiting in krachtige verzen, maar hij heeft ook de gaven om eenvoudige geestelijke liederen te schrijven in de Middeleeuwse volkstoon of in een vorm, die herinnert aan de verzen van de grote letterkundige Hooft in de Gouden eeuw. Hij heeft verzen geschreven, die zelfs voor Vondel, de prins der Nederlandse dichters, hier en daar niet onderdoen. Vaak bezigt Revius met veel talent het klinkdicht of het sonnet, een gedicht van veertien regels, naar een bepaald rijmschema.

In de 17e eeuw werden zijn grote verdiensten als dichter niet naar waarde geschat, zoals ook het geval is geweest bij verscheidene beroemde schilders. De „Over-IJsselsche Sangen en Dichten" beleefden niet eens een tweede druk. Later is hij meer gewaardeerd geworden en we kunnen wel zeggen, dat, zolang er nog één Nederlander leeft, die verzen kan „aanvoelen", Revius daarbij niet in het vergeetboek zal staan.

Uit het volgende sonnet blijkt hoe intens Revius meeleefde als goed patriot in de worstelstrijd met Spanje.

Oorlog.

Wie is hij, die het schip van Nederland kan stieren als onze Admiraal? hij kent de Noorderas, hij weet de diepten, en de streken van 't kompas, hij ziet de haven al, eer hij de schoot gaat vieren. Durft Brabant tegen hem nog spartelen en tieren, komt haar zijn vriendelijk aanbieden niet te pas, hij zal, en twijfelt niet, de boodschap haar wel ras aanzeggen met de mond van vlammende mortieren. Vaar voort, Prins Frederik, de wierook van 't kanon laat tot des vijands schrik benevelen de zon, terwijle wij tot God opklimmen in gebede; verzekerd dat, gelijk een felle donderslag het onweer stilt wanneer 't niet anders wezen mag alzo de oorlog ons aanbrengen moet de vrede.

Lees dit gedicht om de klankrijkdom te horen liefst hardop, rustig en gedragen. Sonnetten worden niet ten onrechte klinkdichten genoemd: let op het rijke rijm. En dan de beeldspraak! Frederik Hendrik wordt hier als de stuurman van Staat beschreven, omdat alles om zijn persoon draait. Hij is de voltooier van het gebouw der vrije Nederlanden. Hij is overdrachtelijk de Admiraal. Hij kent de knepen van 't vak: de Noorderas, de as waar de sterrenhemel om draait (voor de plaatsbepaling op zee); de diepten en de windstreken (kompas); vóór hij uitzeilt (de schoot vieren) ziet hij al waar hij moet zijn.

Als de Brabanders van zijn vriendelijk aanbod tot overgave geen gebruik maken, dan zal hij (twijfel daar niet aan) met de kanonnen beginnen. Let op het prachtige vers: aanzeggen met de mond van vlammende mortieren. Ga zo maar voort, Frederik Hendrik, ge hebt steun in de rug van 't volk, dat tot God zal bidden. Laat de rook van de kanonnen (wierook, in verband met de gebeden die opklimmen) de zon verduisteren, 't Is voor de goede zaak: vrijheid en recht (Godsdienststrijd.) Als de felle donderslagen komen, dan is het onweer haast over, zo zal na zware strijd de vrede zeker dagen.

Na deze korte uitleg zal het gedicht nu zéker gaan spreken. Lees het nu nog een keer, het verveelt niet, het wordt mooier. Zeg nu eerlijk, was het toen u 't voor 't eerst las zoëven niet onbegrijpelijk ? En hoe eenvoudig is 't nu. Ge kunt het nu ook al beter lézen en daardoor komt de muziek van de taal pas tot zijn recht.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1949

Daniel | 8 Pagina's

Grepen uit de Letterkunde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1949

Daniel | 8 Pagina's