DE EMMAÜSGANGERS
Blijf met ons, want de zon is weggezonken, de avond daalt, straks is het donk're nacht — De vreemdeling had bij hen onverwacht in 't bange hart weer nieuwe hoop geschonken.
Zijn woorden sprankelden als vuur'ge vonken, ze waren vol van Goddelijke kracht en hadden wond're liefd' in 't hart gebracht: hun harlen brandden en hun ogen blonken.
• Toen kwam Hij in en zwijgend brak Hij brood... en plots herkenden zij de Disgenoot: de teek' nen zagen z'in Zijn heii ge handen.
Een zaal ge vree vervulde hun gemoed. zij hadden in hun smart hun Heer' ontmoet: hun ogen blonken en hun harlen brandden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1949
Daniel | 8 Pagina's