JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VAN HET Zendingsveld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN HET Zendingsveld

Emigratie naar Brazilië. II. (14.)

4 minuten leestijd

Een tijdlang ging het in de nederzetting der Hugenoten naar wens. Helaas, ook hier moest weer bewaarheid worden, dat satan een kapel bouwt waar de Heere een kerk sticht. De kolonie onderwierp zich, wat het godsdienstige betreft, aan de kerkenordening van Genève. De emigranten volgden hun grote leermeester Calvijn. Dat was heel niet naar de zin van Cointa, die theologie had gestudeerd aan de Sorbonne te Parijs. Bij de eerste bediening van het Avondmaal begon het al. Volgens Cointa moest de wijn gemengd met water en de predikanten moesten anders zijn gekleed. Ze moesten een priesterlijk kleed aantrekken bij hun ambtswerk.

Het spreekt vanzelf dat gepoogd werd Cointa tot andere gedachten te brengen. De predikanten, door Calvijn uitgezonden, verdedigden de grote hervormer en diens denkbeelden, gegrond op Gods Woord, met vuur. Het werd een waar twistgesprek, waarbij Cointa tenslotte zover ging, dat hij Calvijn een ketter noemde. De Hugenoten wisten nu meteen wat ze aan Cointa hadden en wat ze van hem te duchten hadden. Rome noemde Calvijn ook een ketter. Het was dus niet moeilijk uit te maken, welke leer Cointa aanhing.

Tot overmaat van ramp kwam nu ook uit wat de ware gevoelens waren van Villegagnon, de leider van de kolonisten. Want wat zagen de arme Hugenoten? Hun leider ging staan aan de zijde van de onruststoker en roomsgezinde Cointa!

Wat moest er nu gedaan worden? Hoe hadden de mensen het nu eigenlijk? Ze hadden zulke hoge verwachtingen van hun leidsman, en nu? Een wolf in schaapskleren. De twist liep hoog uit. Tenslotte werd, om de gemoederen tot rust te brengen, een voorstel gedaan, om één van de predikanten naar Calvijn te zenden, om met de hervormer de gerezen moeilijkheden te bespreken. Dat werd goed gevonden. Cartier ging op reis naar Calvijn en er werd gehoopt dat hij spoedig met een afdoend antwoord zou terug komen. Wat was in die tijd „spoedig"! Geen kleinigheid, een reis van Brazilië naar Genève, en dan weer terug!

De Hugenoten hadden beter met Cartier kunnen meegaan, want o, wat een ellende zouden ze overkomen.

Toen de predikant vertrokken was, liet de wolf in schaapskleren de tanden zien. De kolonisten wisten nu pas wat ze aan hun leider hadden. Hij was puur rooms. Het kwam in zijn kraam te pas, daar het Franse hof in die tijd ook uitgesproken rooms was. Daardoor zou Villegagnon weer in hoge gunst komen, de ogendienaar die hij was.

Wat hadden de Hugenoten nu te lijden! Ze waren hun land uitgegaan om van de roomse vervolgingen af te zijn, en nu, nu kregen ze dezelfde wederwaardigheden hier. Dan konden ze maar beter vertrekken. Met alle mogelijke middelen werden ze tegengewerkt en hun vrijheid van godsdienstoefening werd hun ontnomen.

Zo gauw er een mogelijkheid kwam om de nederzetting te verlaten, zouden ze er gebruik van maken. En die mogelijkheid kwam. Een koopvaardijschip zou velen hunner naar Europa brengen. Ze maakten zich reeds klaar voor de verhuizing. Maar wat doet de sluwe Villegagnon? Hij neemt de arme mensen gevangen, neemt al hun goederen af en zet ze als ballingen aan land, ver van de nederzetting, temidden van de wilden. Ziezo, van dat „gespuis" was hij af. Ze moesten daar hun geluk maar vinden.

Daar stonden de arme mensen. „In de wereld zult ge verdrukking hebben, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen!" Aan deze uitspraak van de Heere Jezus werden ze wel herinnerd. De moed gaven ze niet op. Ze wisten dat hun niets bij geval kon overkomen, maar dat ook deze harde weg door de Heere werd bestuurd. Met ijver begonnen de standvastige mannen te werken aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Onder de ballingen was ook een student, indertijd door Calvijn meegegeven naar de nederzetting, die werk ging maken om de taal der wilden te bestuderen. Na twee maanden studie had hij, Jean de Lery, een woordenlijst klaar gemaakt, waarmee getracht werd zich verstaanbaar te maken onder het wilde volkje. En zo begon de moeilijke zendingsarbeid.

Door woorden en werken trachtten ze de gunst der inboorlingen te winnen. Ze probeerden de zieken te genezen en te wijzen op de enige Naam, Die gegeven is tot zaligheid; te wijzen op het grote Goed, dat nimmer vergaat en aan te tonen dat het afgod niets is.

Hun ijver en menslievendheid werkten slechts weinig uit. Integendeel, de ballingen werden door de wilden beroofd van schier alles wat ze bezaten, zodat het geen zin had in dit oord te blijven. Er zat niets anders op dan, wanneer de gelegenheid zou komen, te vertrekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1949

Daniel | 8 Pagina's

VAN HET Zendingsveld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1949

Daniel | 8 Pagina's