Het Communisme
VI.
Een kleine opmerking.
In het 2e artikel over het Communisme (de lezer gelieve dit even na te slaan) heb ik er de aandacht op gevestigd, dat het Communisme de eeuwigheidsbestemming van de mens radicaal ontkent. Na dit leven — geen leven meer.
Met de dood is alles uit radicaal.
Deze gedachte konden we dezer dagen bevestigd vinden in een krantenbericht, dat er melding van maakte, dat de Russische wetenschap had bewezen, dat de mens geen ziel heeft. Dat was wetenschappelijkbiologisch aangetoond.
Merkwaardig is, dat van de zijde van hen, die volkomen met Gods Woord hebben afgerekend, steeds wordt aangedragen met:
De wetenschap heeft aangetoond ; de wetenschap heeft bewezen etc. Dat maakt natuurlijk indruk op de massa. En wat de wetenschap uitmaakt, duldt geen tegenspraak. Maar (met alle respect tot op zekere hoogte voor de wetenschap) wat die wetenschap vandaag meent onomstotelijk te kunnen vaststellen, wordt morgen door diezelfde wetenschap in twijfel getrokken, „dan komt een wijzer, die 't wegredeneert" (woorden van de Genestet.)
Vroeger heette het: atomen zijn ondeelbaar. Thans spreekt men van atoomsplitsing; denk maar aan de atoombom.
Wat ik daarmee zeggen wil? Dit! Dat we zeer voorzichtig moeten zijn met de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek. Bovendien is er veel quasi-wetenschap. Dat de wetenschap een hoge vlucht genomen heeft — wie zal dat ontkennen?
Indien echter de uitkomsten van 't wetenschappelijk onderzoek in strijd zijn met het Woord Gods, dat eeuwig zeker is, dan hebben wij die uitkomsten te verwerpen.
Maar keren we terug tot ons onderwerp.
De Communistische idee in de praktijk.
Het is ons uit de vorige artikelen bekend, dat in de loop der tijden allerlei voorstellen werden gedaan en allerlei ontwerpen werden gemaakt t.a.v. het Communisme. De Wederdopers hadden geprobeerd hun fantasieën vorm te geven. Hun actie werd een bloedig treurspel. Ook andere pogingen op dit terrein, al verliepen ze niet zo bloedig als die der Wederdopers, liepen op een mislukking uit. En dan noem ik in dit verband Robert Owen. Deze Engelse groot-industrieël leefde van 1771—1858. De toestanden in de fabrieken waren in die tijd verre van rooskleurig. Vrouwen-en kinderarbeid verwoestte op schrikbarende wijze het familieleven. Kinderen van 7 a 8 jaar werkten 15 uur in aardewerkfabrieken, volgens een rapport verschenen in 1863. En het was Owen, die bewogen met het lot van de arbeiders, hierin verbetering trachtte te brengen. En dat was in hem te prijzen. Maar Owen wilde meer.
De gehele maatschappij moest volgens hem radicaal gewijzigd worden en ingericht volgens de communistische idee. Ook hij wilde de mensen onderbrengen in grote, uniforme huizencomplexen, gebouwd rondom vierkante pleinen. Hij meende hierin te kunnen slagen, omdat ook hij evenals alle andere communisten uitging van de foutieve stelling, dat de mens van nature goed is. Voor hem bestond geen goed en kwaad; de mens was slechts ziek. Van zonde en schuld wilde Owen niet weten. De godsdienst noemde hij het grootste kwaad en de ergste vijand der mensheid. Wilde de mensheid de poorten van het geluksland binnentreden, dan moest dat „oude geloof" verdwijnen; van die banden moest de mens bevrijd worden.
Owen heeft getracht zijn ideeën in praktijk te brengen. In Schotland en in Ierland werden proeven genomen, die echter mislukten. Ook in Amerika werd een nieuwe proefneming op stapel gezet. Maar ook hier met hetzelfde gevolg, 't Kostte Owen een half millioen gulden. Talrijk waren zijn pogingen om zijn ideeën ingang te doen vinden. Maar teleurstelling op teleurstelling waren het gevolg. Fanatiek waren de aanvallen, die Owen richtte tegen huwelijk en de godsdienst. En wat we aan het begin van dit artikel inzake het leven na dit leven opmerkten, geldt ook omtrent Owen. Ook in zijn geschriften vinden we de gedachte, dat met de dood alles uit is en alleen dit aarde-leven van betekenis is. Kenmerkend is zijn uitspraak: „Het vraagstuk van dit leven na de dood mag niet overwogen worden. De mens moet slechts bedenken nü te leven en nü te werken."
In verband met de mislukte proefnemingen van Owen willen we terloops wijzen op de soortgelijke proefneming van Ds F. v. Eden (bekend door zijn letterkundige werken o.m. de kleine Johannes). Deze stichtte in 1898 de zgn. Waldenkolonie. In deze kolonie leefde men in „gemeenschap van goederen." Wat men verdiende stortte men in een „gemeenschappelijke" kas en wat men nodig had werd uit die kas betaald. Ook dit liep op een totale mislukking uit. En Van Eden heeft er veel geld in laten zitten.
Proefnemingen in deze richting moesten wel mislukken, omdat de promotors van de gedachte uitgingen dat de mens van nature goed is. Men meende met goed-willende mensen te doen te hebben. „Maar", zegt H. J. v. d. Munnik in zijn werkje: „Het Communisme of de gelukstrein op het dode spoor"; „evenmin als het een monnik in de kloostercel gelukt, de wereld buiten te sluiten, welke hij ontvlieden wil, omdat hij die wereld in zijn hart meedraagt, evenmin gelukt het ooit, een hemel saam te stellen uit mensen of krachten, die de hemel niet in het hart dragen." Inderdaad, nooit ofte nimmer zal het de zondige mens gelukken in welke vorm ook een hemel op aarde te kunnen stichten, omdat de weg daartoe ten enenmale is toegemuurd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1949
Daniel | 8 Pagina's