Biddag
Wij gaan weer, als voorheen, ons tot U heren, o Heer', Die woont in 't ongenaakbaar licht. O, neig in gunst Uw vriend'lijk Aangezicht tot hen, die in oprechtheid zich uemeren.
Wij, dwazert, zien wel graag ons goed vermeren; de druk, die 't mensdom treft, wel graag verlicht, maar is Uw weg een naderend gericht, o, wil dan, grote Leraar, ons toch leren:
Hoewel de vijgeboom niet bloeien zal; geen rund gehoord wordt in de lege stal, en zonder vrucht de wel bewerkte velden ;
de wijnstok en d' olijf boom onbelaan, te zeggen: „ Wat Gij doet is wèl gedaan, " om, als Uw knecht weleer, Uw lof te melden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1949
Daniel | 8 Pagina's