JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Jaarvergadering Openingswoord Ds A. Verhagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Jaarvergadering Openingswoord Ds A. Verhagen

10 minuten leestijd

Precies 10 uur opent deze de vergadering; hij laat daartoe zingen Ps. 36 : 1 en 2, leest Gen. 6 : 1—15 daarna de Geloofsbelijdenis en gaat voor in gebed.

Aan het openingswoord van de voorzitter ontlenen we in kort het volgende:

Geachte vergadering,

Dat hadden wij niet kunnen denken, dat de belangstelling op deze dag zo groot zou zijn. Als wij een weinig terugzien naar het kleine begin van onze arbeid en mogen letten hoe de Heere daar Zijn gunst en zegen over heeft willen gebieden, dan betaamt het ons om met elkander het Aangezicht Gods te zoeken; vooral daar wij leven in tijden van verbrokkeling en verwatering en dat God nog in het midden'onzer gemeenten zulk een belangstelling geeft van jonge mensen die nog samenkomen onder het gezag van Gods getuigenis.

Ook de klimmende belangstelling van de predikanten onzer gemeenten meen ik, dat wij op een zeer hoge prijs hebben te stellen, als ik bedenk dat wij begonnen zijn als een veldheer zonder leger en als wij dan de belangstelling zien, ook wat betreft de predikanten der Gereformeerde Gemeenten, dan stemt ons dat tot ootmoedige erkentelijkheid. En ik geloof, dat het ook het hart van onze jonge mensen tot blijdschap stemt, dat zij op deze vergadering hun predikanten mogen zien, met wie ze leven en verkeren.

Wij mochten een dag als deze op zeer hoge prijs stellen. De Heere geve nog saamhorigheid, Hij bracht ons nog uit alle delen des lands bijeen, en Hij geve dat wij elkander nog tot een hand en een voet mogen zijn.

Wij zullen in ons openingswoord zeer kort zijn om een ruime tijd te geven aan de onderwerpen, die deze dag zullen worden geleverd. Alleen wil ik een enkele opmerking maken in verband met het Schriftgedeelte, dat U zoeven is voorgelezen.

Als wij dat hoofdstuk nagaan, dan worden wij er aan herinnerd dat ook voor ons een dag des oordeels staat aan te breken. Want het oordeel van de zondvloed wijst ons op de komende dag des oordeels, als Christus komen zal ten oordeel, de boeken zullen opengaan en Hij het laatste woord over elk mens hebben zal.

Wat is het nog een voorrecht, geachte vergadering, dat wij beleven mogen wat de tijdgenoten van Noach beleefden, immers, Noach stond als een waarschuwende stem te midden van het volk en hij wees op de noodzakelijkheid om met de zonde te breken en zich tot God te wenden. Dat voorrecht mogen ook wij nog hebben, wij leven onder de bediening van het Woord en door middel van dat Woord worden wij afgemaand van de zonde en gewezen op de noodzakelijkheid van waarachtige bekering. En laten wij dit niet vergeten, hoe hoog wij het werk van onze verenigingen ook waarderen, denk aan het woord van Christus, Die gezegd heeft: „Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien."

Jonge mensen, denkt er toch aan, wij hebben niet alleen de strijd te voeren tegen de zuigkracht van de wereld, maar ook tegen de stroom van vervlakking die de mensen met een ingebeelde hemel en met een aangenomen Jezus naar de eeuwigheid stuurt. O, laat dat toch ook op de plaatselijke verenigingen de kracht van het onderzoek uitmaken, opdat wij niet alleen aan het uiterlijke blijven hangen, maar dat wij de noodzakelijkheid kregen te beseffen van een inwendinge vernieuwing des harten.

Geachte vergadering, daar is geen behoudenis voor verloren schepselen dan alleen in Christus. Al het andere zal tekort schieten, hoe groot dat het voorrecht is van algemene ontwikkeling. Denk er aan, wij moeten niet alleen anders worden, wij moeten eens Anderen worden, namelijk Christus.

Dat onze jonge mensen, allen die hier tegenwoordig

zijn, nog leerden kennen, om in deze, door de Vader gezonden Christus, toch een verberging te mogen vinden, als een schaduw tegen de hitte, en als een schuilplaats tegen de vloed.

De Heere binde het op onze harten en doe ons met elkander de grote noodzakelijkheid beseffen om die ruste te leren kennen. O, wij hebben altijd vrijmoedigheid om ook aan jonge mensen de dienst van God aan te prijzen. O, de dienst van de wereld is ten verderve, en als het straks eeuwigheid zal worden, wat zal het dan zijn. Maar: „Die Mij vindt, die vindt het leven en trekt een welgevallen van den Heere."

Wij mochten deze dag in vrede, liefde en saamhorigheid tesamen zijn om de belangen van het opkomend geslacht van onze gemeenten te behartigen, Gode tot eer en onze zielen tot zaligheid.

Na dit openingswoord worden de telegrammen voorgelezen, te verzenden aan H.M. Koningin Juliana en H.K.H. Prinses Wilhelmina. Deze zijn van de volgende inhoud:

HA RE MAJESTEIT KONINGIN JULIANA DER NEDERLANDEN

Het Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen uit gaande van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, beden in jaarvergadering te Utrecht bijeen, gevoelt behoefte Uwer Majesteit zijn trouw en liefde te betuigen, U toebiddende wijsheid van Boven om in deze tijden van beroering en verwarring de Gode welhehagelijke weg te wijzen, tol heil van ons volk, hier en in de Overzeese gewesten.

Ds A. VERHAGEN. Kampen

HARE KONINKLIJKE HOOGHEID PRINSES WILHELMINA

Het Landelijk Verband van Jongelingsi'erenigirigen uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, heden in jaarvergadering le Utrecht bijeen, betuigt Uwe Koninklijke Hoogheid dezelfde trouw en liefde, die het eertijds zo menigmaal heeft betoond en bidt U een rijk gezegende levensavond toe, waarin bevestigd wordt het woord uit Psalm 92 : 15 en 16.

Ds A. VERHAGEN. Kampen

De voorzitter leest twee brieven voor van militairen uit Indië, slechts twee uit. de honderde brieven, die steeds worden ontvangen.

Tevens vertelt de voorz. iets over het werk dat voor hen gedaan wordt. Bij al wat echter voor hen gedaan wordt, leeft steeds in hun brieven deze vraag: Bidt toch voor ons." Staande wordt onze jongens toegezongen Ps. 121 : 4:

De Heer' zal u steeds gadeslaan, Opdat Hij in gevaar Uw ziel voor ramp bewaar'; De Heer', 't zij g' in of uit moogt gaan, En waar g' u heen moogt spoeden, Zal eeuwig u behoeden.

Het jaarverslag van de secretaris geeft gunstige cijfers te horen van het Landelijk Verband en van „Daniël".

De kascommissie brengt rapport uit van de contröle-boeken penningmeester. Voor zijn werk is niets dan lof. Alles was in de beste orde bevonden.

Referaat: „Jeugdproblemen" door dhr K. Brouwer

De referent toont aan, dat in heel veel gevallen de jeugdproblemen uit het gezin ontstaan. Hij vertelt in dit verband op vlotte wijze iets over

le. het strakke gezin. 2e. het weke gezin. 3e. het disharmonisch gezin.

Vervolgens snijdt hij aan het probleem van de vriendschap en het jeugdprobleem in het algemeen.

Enkele grepen uit het dagelijks leven, vooral het „grote stadsleven" illustreerden een en ander.

Een uitgebreide en leerzame bespreking volgde. Vooral ook leerzaam, omdat enkele opmerkingen werden ten beste gegeven tegen de niet-christelijke en ook tegen de zgn. christelijke opvoeding. Duidelijk wordt o.a. er de nadruK op gelegd, dat alle Christelijke paedagogie en psychologie, die niet opkomt uit dè grote kern van het probleem (onze ongehoorzaamheid aan en afval van God) in wezen anti-christelijk is.

Bij al het schone, dat hierin is te horen, zij het altijd weer en allereerst een principieel geluid.

Ds v. d. Berg raadt ten zeerste aan bij dergelijke onderwerpen te raadplegen Voetius over: „De Godsvrucht noodzakelijk op alle terreinen der wetenschap."

De voorzitter spreekt een waarderend woord van dank tot dhr Brouwer. Node moet deze bespreking worden beëindigd, maar de pauze moet, gezien de tijd, noodzakelijk beginnen.

Ds v. d. Berg sluit de morgenvergadering met dankgebed.

De middagvergadering vangt te 2 uur aan met het zingen van Ps. 19 vers 4 en 7 en wordt heropend met gebed, waarin Ds F. Dieleman voorgaat.

Referaat: „Het standbeeld van Alva houdt geen stand" door dhr P. Kuyt

Daar dit referaat t.z.t. in brochure-vorm uitkomt, volstaan we met op te merken, dat het een pittige lezing was, die vooral in het eerste deel de stampvolle kerk zeer boeide.

Het referaat was zeer uitvoerig opgesteld en waar ook voor velen der bezoekers nog een lange reis te wachten stond, moest de bespreking wat beperkt worden.

Niettemin werden nog enkele rake vragen naar voren gebracht, die in een gezellig heen en weer praten naar voldoening werden opgelost.

Alvorens Ds Ligtenberg het slotwoord spreekt, wordt gecollecteerd, terwijl gezongen wordt Ps. 68 : 10 en 16.

Slotwoord Ds Ligtenberg

Geachte vrienden,

Zo zijn we dan aan het einde gekomen, ik zou zeggen, van dit ons gezegend samenzijn. Wij zijn daar met elkander samengeweest en wij hebben nuttige leringen en lessen mogen horen. Ik dacht onder het horen van die referaties, wat zijn ze dwaas, die de wetenschap verachten en de kennis verloochenen.

Maar toch, onder dat alles werd ik een ogenblik bij Gods Woord bepaald, Jacobus 3 : 17: Maar de wijsheid die van boven is, die is ten eerste, zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, " vol van barmhartigheid en van goede vruchten." En die wijsheid, die kunnen wij op de J.V. niet leren en dat is die goddelijke wijsheid, die van boven komt en die God in onze ziel komt te verheerlijken. En dat is die ware wijsheid, die God aan Zijn kerk en aan Zijn volk komt te schenken. En nu wens ik die wijsheid toe aan al diegenen, die hier samen zijn, dat wij met die ware wrijsheid bedeeld mochten worden.

Van de andere zijde moge ik ook de voorzitter hartelijk dank betuigen voor de gegeven leiding.

Ik hoop dat God hem nog jaren mag dragen en sparen en dat wij sa men in die vereniging mogen komen, dat wij samen biddende bevonden worden, ook met de noden en behoeften van zijn huisgezin.

En jonge mensen, er is een en andermaal opgemerkt dat de dagen donker zijn en ik vrees dat wij een tijd zullen beleven dat het zeer bang zal worden. En ik heb Zondag gezegd: „Ik vrees, wat Neerlands volk nog zal moeten doorworstelen en als ik zie op de tekenen

des tijdsr, dan geloof ik dat de komst van Christus aanstaande is."

Laten wij ons afvragen: „Heb ik nu die wijsheid van God leren kennen, dat ik straks God kan ontmoeten? " Zoek nog die ware wijsheid te bekomen en Gocl verheerlijke ze in uwe harten. En de Heere trekke nog met ons op, Hij geve, dat wij verwaardigd mogen worden elkander weer te ontmoeten. En het mocht God behagen, dat Hij mannen mocht verwekken om voor Zijn waarheid pal te staan. Wij worden ouder, wij star-ogen in het klimmen der jaren op het opkomend geslacht, mocht het de Heere behagen om mannen te verwekken, die staan mochten voor de zuivere waarheid, die naar de godzaligheid is.

En daar is vandaag ook iets gezegd aangaande ons eigen belang.

Maar als God met ons doortrekt, dan snijdt God ons af, dan gaan de ere Gods en het recht Gods boven ons eigen belang. Luther zegt: „Hoe word ik zalig? ", maar Calvijn zegt.' „Hoe komt God aan Zijn eer? " Dat wij zoeken mochten de ere van God en het recht van God.

Laat ons dan heengaan, en de God aller genade trekke met ons op, dat is mijn innerlijke wens en bede.

Nadat op verzoek van Ds Ligtenberg is gezongen Ps. 119 : 17 eindigt deze met dankgebed deze Jaarvergadering van het L.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1949

Daniel | 8 Pagina's

De Jaarvergadering Openingswoord Ds A. Verhagen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1949

Daniel | 8 Pagina's