VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan : | T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid
J. B. te B. vraagt verklaring over Zondag 15, waar het gaat over het lijden van de Heere Jezus en waarin vermeld wordt, dat Christus de toorn Gods tegen de zonde des ganse menselijke geslachts gedragen heeft.
Antwoord: De toorn Gods is niet in stukken te delen. Het is de volle toorn Gods. Het zou ook in strijd zijn met de deugd van Gods eenvoudigheid, waar alle deelbaarheid afhankelijkheid, dus onvolmaaktheid uitdrukt. In God erkennen wij alles volstrekt en alleszins één en enkel.
Als er staat: „tegen de zonde des ganse menselijke geslachts", betekent dat niet, dat de Heere Jezus voor alle mensen heeft voldaan.
Menselijk geslacht wil niet zeggen: alle mensen. Als een geslacht in stand blijft, betekent dat niet, dat alle leden van het geslacht in leven blijven.
Zo heeft Christus geleden, dragende de toorn Gods tegen de zonde des ganse menselijke geslachts en dat geslacht blijft ook behouden, hoewel de meeste loten van dat geslacht afvallen, zijnde dode takken, die reeds afgehouwen zijn of afgehouwen worden en ten vure dienen.
Ds v. Reenen zegt in zijn catechismusverklaring: „Hij leed alleen voor degenen, die Hem van de Vader gegeven zijn. Maar de toorn Gods was aangestoken door het menselijk geslacht, niet door deze of gene, maar door Adam en heel zijn nakomelingschap. En die vreselijke toorn moest Jezus in zijn geheel dragen. Hij moest die volle toorn ondergaan. Daar geeft Gethsemané, Golgotha en Jozefs groeve het antwoord op. Zo komt het, dat Jezus, als de ondergaande Zon al roder en roder werd van Zijn eigen heilig bloed, totdat Hij de dood inging."
C. F. te A. vraagt of de psalmen van Datheen zuiverder zijn dan de nieuwe psalmen.
Antwoord: Hoewel het mij dikwijls moeilijk valt oude psalmen te lezen en te zingen, moet ik toch zeggen, dat het hart der kerk meer klopt in de psalmen van Datheen, dan in de nieuwe.
Dat betekent nu weer niet, als zouden er onder de nieuwe geen bijzonder mooie psalmen zijn. U en ik weten wel beter.
God wil beide psalmberijmingen gebruiken tot troost, bemoediging, bestraffing, terechtwijzing enz. voor Zijn volk.
Juist het door U bestreden vers (Ps. 89 : 8) is het geloofslied der kerk. Ik kan niet begrijpen, dat een leraar, die uitsluitend oude psalmen laat zingen (en dit is zijn goed recht) dit vers remonstrants noemt, 't Is naar mijn mening zuiver Gereformeerd. Neen, dan had hij een ander vers moeten noemen uit de nieuwe berijming, b.v. Ps. 1 : 4. We kunnen er wel een zuivere verklaring inleggen, maar zoals dat vers er staat is het niet Gereformeerd.
Hieruit blijkt alweer, dat berijming mensenwerk is, waaraan gebreken kleven. De onberijmde zijn feilloos. Datheen sluit het dichtst aan bij de onberijmde.
Voor het punt, dat in 1773 door de overheid een nieuwe psalmberijming ingevoerd is, met de consequenties daaraan verbonden, verwijs ik naar de rubriek in ons blad, dat daarover handelt.
L< B. te W. is in de war geraakt met het lezen van een hoofdartikel in „Enigheid des geloofs" van Dr H. S.
Ze vraagt mij naar aanleiding van dat artikel mijn msning.
Antwoord: Ik geloof niet, dat het op mijn weg of liever op de weg van „Daniël" ligt te polimiseren met andere kerkelijke bladen. Ons blad is geen strijdblad.
Wat de leer van het H. Avondmaal betreft houde men zich aan de uitspraken van Gods Woord en de drie formulieren van Enigheid. Ik geloof niet, dat in de Geref. Gemeente geleerd wordt, dat het H. Avondmaal een teken en zegel van de gemeenschap met Christus is. Wel geloof ik, dat in de H. Doop en het H. Avondmaal verzegeld worden de beloften van het genadeverbond.
U moet de H. Doop altijd zien als het sacrament van inlijving in de Christelijke Kerk en het H. Avondmaal als het sacrament tot versterking van het geloof. Maar als er sprake is van versterking des geloofs, dan dient er geloof te wezen nl. dat geloof, dat zich zaligmakend richt op de Persoon van Christus. En nu gaat het niet over de kracht van het geloof, want er staat in het formulier niet, dat de gelovige gewis moet geloven de belofte van God, maar dat hij onderzoekt of hij deze gewisse belofte van God gelooft. De nadruk valt dus op deze gewisse belofte.
Nu moge het beeld van het hongerige kind aan een welvoorziene dis gezeten, dat niet eten wil voordat de honger over is, schijnbaar mooi en afdoende zijn; ik wil even opmerken, dat ik wens, dat er maar veel schreiende hongerigen en dorstigen mochten zijn in Gods Huis, want die zullen naar luid van Ps. 22, ten dis geleid worden. De Heere spijst de hongerigen, laaft de dorstigen, vervult ledigen en zendt hulpe ter verlossing aan armen.
Het lezen van de kerkelijke bladen kan wellicht sommigen verhelderend werken maar is de meesten sterk te ontraden, omdat onderscheiding in het lezen wordt gemist en men geneigd is al wat Gereformeerd lijkt voor zoete koek op te eten. Men rake zijn stuur kwijt en worde een speelbal van de omstandigheden.
L. B. te H. vraagt:1 Kon. 13 geeft ons de geschiedenis van de man Gods uit Juda en de oude profeet. Wat kan toch het oogmerk van de oude profeet geweest zijn, om die andere van de goede weg af te trekken, terwijl hij toen zelf naar de stem des Heeren luistert en rouw bedrijft, als het lichaam van de profeet gevonden is?
Antwoord: Vele oude protestantse en roomse uitleggers hebben die oude profeet gezien als een valse profeet, die de profeet van Juda ten val heeft willen brengen, om de uitwerking van zijn voorspelling bij de koning en het volk te ondermijnen.
Deze verklaring deugt niet.
Wij moeten daarom met Witsius e.a. de oude profeet voor een profeet des Heeren houden, die gedreven door het verlangen, om met de man Gods uit Juda in nadere kennis te komen en zich te sterken aan zijn profetische gave, hem uitnodigde tot zijn huis te komen.
Het middel dat hij daartoe gebruikt is verwerpelijk, de leugen. Des te slechter, omdat zij voorwend een Godsopenbaring en ten doel heeft, de andere in zijn gehoorzaamheid aan God te doen wankelen. Toch zgn ook hier Gods gangen weer in het Heiligdom.
Zoals de man Gods uit Juda slechts overgegeven wordt tot verderving des vleeses, opdat de geest zalig zou worden op de dag des Heeren Jezus, zo keerde de oude profeet tot zichzelf in en geraakte tot ware boete.
woord, waarin hij o.a. Gods goedheid opmerkte, daar wij allen gespaard zijn gebleven; één lid, dhr Jac. Prins, is naar elders vertrokken voor zijn gezondheid.
Ook herdacht de voorz. dat ons lid C. v. Spronzen uit Indië is wedergekeerd en door Gods goedheid thans weer in ons midden verkeert.
Uit het jaarverslag bleek dat onze vereniging zich in toenemende bloei mag verheugen. In het bestuur waren enige wijzigingen gekomen.
Hierna werden er twee onderwerpen behandeld, welke met aandacht werden aangehoord.
Na de pauze kregen we te horen de felicitaties van diverse verenigingen, de kerkeraad, alsmede schriftelijke felicitaties.
Daarna volgden-twee onderwerpen, welke verschillende vragen opleverden. Hierna volgde dê tweede pauze, welke onder het zingen van Ps. 87 : 1 en 2 werd aangevangen.
Vervolgens werd het programma vlot afgewerkt. Aan het einde van deze buitengewoon gezellige vergadering werd de voorzitter een prachtig boekwerk aangeboden door de tweede voorzitter namens de vereniging.
Tenslotte sloot ouderling van Geest met een zeer ernstig slotwoord de vergadering. Op zijn verzoek werd gezongen Ps. 25 : 2 en ging hij voor in dankgebed.
De Secretaris, A. PRINS.
MIDDELHARNIS
Jaarvergadering Jeugdverenigingen der Geref. Gemeente te Middelharnis.
Woensdagavond 19 Jan. j.1. kwamen in het kerkgebouw de J.V. „Onderzoekt de Schriften", de M.V. „Debora" en de Knapenvereniging „Samuël" in jaarvergadering bijeen.
De voorz., de heer Th. de Waal, opende met het laten zingen van Ps. 25 : 2, las 'Numeri 12 en ging voor in gebed. In zijn openingswoord wees hij op het voorrecht, dat zovelen nog lust vonden in het onderzoek van Gods Woord, maar ook op de noodzakelijkheid der wedergeboorte, gewerkt door Gods Geest. De gelijkenis van de verloren penning bracht hij daarmee in verband: erloren liggend, onbewust van de verlorenheid, in het huis (op de erve des Verbonds) verloren, maar opgezocht door God de Heilige Geest, waartoe licht ontstoken wordt, het licht van Gods Woord, onder welk middel men zich getrouw heeft te begeven, om kon het zijn, als verlorenen gevonden te worden.
Na de jaarverslagen volgde een vlot opgestelde inleiding over „Mirjams zonde", door mej. J. Kievit te Sommelsdijk. Hierop volgde geen bespreking.
Vervolgens een historische gebeurtenis over Samuël Rutherford, getiteld: „Het elfde gebod" door Nelly Vijfhuize te Middelharnis.
Na de pauze werd gezongen Ps. 74 : 17 en 20 waarop vr. Gerrit Koppelaar een gedegen inleiding leverde over „Simson". Hierop volgde een zeer leerzame bespreking.
De Knapenvereniging kreeg ook een beurt met een ontroerend stukje proza, door Kees Lodder, getiteld
„De Vader." Kees wist de aandacht zeer te boeien. Gezongen werd Ps. 103 : 7.
Het slotwoord sprak ouderling N. H. Beversluis naar aanleiding van Prediker 12 : 1. Spr. eindigde met te laten zingen Ps. 111 : 2 en dankgebed, waarmede deze prettige en leerzame samenkomst weer tot het verleden behoorde.
ROTTERDAM (Centrum)
De J.V. „Guido de Bres", uitgaande van de Geref. Gemeente, hoopt D.V. op 25 Januari a.s. haar derde jaarvergadering te houden in het vergaderlokaal achter de kerk. (Boezemsingel 30.)
Naast de gebruikelijke punten vermeldt het agenda o.a. le onderwerp: „Bileam" door J. Tintel en als 2e onderwerp: „Karl Barth" door P. van Kranenburg.
Vrienden en belangstellenden zijn van harte welkom; de vergadering zal aanvangen om half acht.
H. Verwey, secretaris
RING LEIDEN
Bovengenoemde Ring hoopt D.V. Zaterdag 19 Febr. a.s. zijn tweede vergadering te beleggen in de Neutrale Bewaarschool, Fremerystraat 1, te 's-Gravenzande, aanvang zeven uur.
Onderwerp: e „Filippus en de Kamerling", n.a.v. Hand. 8 : 26—40 door vr. E. F. Vergunst van Leiden; 2e „Dc Jezuïeten" door vr. W. v. d. Zwan van Scheveningen.
We hopen, dat alle aangesloten verenigingen zich goed zullen vertegenwoordigen. Iedereen van harte welkom!
Namens het bestuur,
Namens het bestuur, E. F. VERGUNST, Secr.
LEIDEN
Op D.V. Vrijdag 18 Febr. des avonds 7.30 uur zal voor onze J.V. optreden Ds K. de Gier van Lisse in het kerkgebouw der Geref. Gemeente, Nieuwe Rijn 76.
De secretaris, H. RIJKSEN.
VLISSINGEN
VLISSINGEN Dhr W. de Voogd, v. d. Spieghelstraat 67, Vlissingen, die tot dusverre secretaris was van de J.V. „O.D.S." is door de kerkeraad der Geref. Gemeente te Vlissingen benoemd als 2e Voorzitter. Secretaris is thans: B. Verhey, Aagje Dekenstraat 89, Vlissingen
OUDE MIRDUM
Op 16 Dec. 1948 is er te Oude Mirdum een J.V. der Geref. Gem. opgericht. De Vereniging draagt de naam: „Onderzoekt de Schriften." Secr. is: J. Langenberg nr 4, Nije Mirdum.
TER AA
Ook hier werd, uitgaande van de Geref. Gemeente een J.V. opgericht (3 Febr. 1949.) Deze vereniging werd „Calvijn" genoemd. Als Secretaris fungeert C. den Hertog, Laantje 6 Ter Aa, Post Nieuwersluis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1949
Daniel | 8 Pagina's