JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

I Correspondentie voor deze rubriek aan : I | T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid )

P. v. d. S. te K. vraagt of Mozes een moord beging toen hij de Egyptenaar versloeg.

Antwoord: IK geloof, dat Mozes zulks niet had mogen doen. Dat Mozes de Israëlieten wilde verlossen was geen zonde, maar wel dat hij het eigenmachtig wilde. Als het nu geschied was, was het een werk van Mozes geweest en het moest juist een werk Gods zijn. Van alles moet God de eer hebben en niet de mens.

Appelius zegt: „Mozes gevoelde zich geroepen om de beschermer en bevrijder van zijn volk te worden, maar hij was daartoe nog niet geroepen. Hij liep de Heere vooruit, die hem eerst in zijn ambt zou stellen en hem tijd en middelen en wegen tot verlossing van Israël tonen moest."

Opmerkelijk is, wat Augustinus opmerkt. Hij schrijft: „Wannéér ik de eeuwige wet Gods raadpleeg, dan bevind ik, dat hij, die geen wettig ambt bekleedde, genen, al deed hij onrecht, al was hij goddeloos, niet had moeten doden. Maar mannen, tot grote dingen bekwaam, begaan dikwerf eerst grote mieslagen, waardoor het blijkt, tot welke deugden zij het meest geschikt zijn, wanneer de grond huns harten door Gods geboden is toebereid."

Ten slotte volgt nog een verklaring van Ronkel. Deze zegt: Daar is, gij kunt het niet ontkennen, /iets edels en koens in die fiere daad, in die onstuimige drift, die voor een ogenblik eigen veiligheid doet vergeten om der broederen hoon te wreken. Maar toch, later zou hij hetzelf uitspreken, het was een overtreding van Gods heilige wil. 't Was een zichzelf recht willen verschaffen en een verlossing willen aanbr-engen, op een tijd en langs een weg, door God zelf nog niet gewild. Wel leert ook dit voorval ons, dat Mozes, met de bijzondere omstandigheden zijner jeugd bekend geworden, waarschijnlijk reeds nu iets in zich begon te gevoelen van een toekomstige roeping, om de redder van zijn verdrukt volk te worden. De strafoefening van de Egyptenaar moest daarvan een eerste teken en bewijs voor het volk zijn. Aldus vat ook Stefanus die doodslag op. Lees slechts Hand. 7 : 25.

L. B. te N. vraagt of een onbekeerd mens belijdenis des geloofs mag doen.

Antwoord: Onbekeerd mag niemand wezen. Echter, op het erf der kerk zijn er mensen, aan wie God Zijn genade heeft verheerlijkt en er zijn er, en dat zijn de meesten, die in de weg der onbekeerlijkheid voort wandelen.

Zoals u weet is de doop in dc plaats van de besnijdenis gekomen. De doop wordt toegediend aan al de kinderen wier ouders lid der gemeente zijn. De verantwoordelijkheid rust op de ouders, zolang de kinderen nog niet volwassen zijn.

Nu ligt het dus logisch op de weg der kinderen, wanneer zij groot geworden zijnde, die verantwoordelijkheid zelf op zich nemen en belijdenis des» geloofs doen.

Belijdenis des geloofs doen, wil dus zeggen, de doop overnemen en mondig lid der kerk worden.

Betekent dat nu, dat een ieder die belijdenis doet, nu maar beschouwd moeb worden als een levend lid van Christus' kerk op aarde? Immers neen! Ook voor hen geldt: „Tenzij iemand wedergeboren worde, hij kan het koninkrijk Gods niet zien."

U zult wellicht zeggen: „Maar daarmee is de vraag niet opgelost." Dat weet ik wel, maar 't is zoals ik boven zei: „Een onbekeerd mens heeft geen rechten."

De kerk heeft echter de roeping jonge mensen aan te sporen om belijdend lid der gemeente te worden. Dan worden zij in de volle rechten van het „lid zijn" geplaatst, maar dragen dan ook groter verantwoordelijkheid. Deze gedachte ligt geheel in de lijn van onze belijdenisschriften, want boven art. 28 van onze Ned. Gel. Belijdenis staat: Dat een iegelijk schuldig is zich bij de ware kerk te voegen. In dat artikel lezen wij, dat wij geloven, aangezien deze heilige vergadering is een verzameling dergenen die zalig worden en dat buiten haar geen zaligheid is, dat niemand zich behoort op zichzelven te houden, maar dat zij allen schuldig zijn, zichzelven daarbij te voegen en daarmee te verenigen, onderhoudende de enigheid der Kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, den hals buigende onder het juk van Jezus Christus en dienende de opbouwing der broederen, naar de gaven, die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten eenzelfde lichaams. Daarom, al diegenen, die zich van haar afscheiden of niet daar bijvoegen, die doen tegen de ordinantie Gods.

Dezelfde vrager wil de moeilijkheid ontzeilen en vraagt of belijdenis des geloofs misschien betekent een belijdenis der waarheid.

Antwoord: U bedoelt vermoedelijk met belijdenis der waarheid, de historische waarheid, zoals God die heeft geopenbaard, in Zijn Woord. Dat ligt natuurlijk ook wel in het belijdenis doen, maar dit alleen te stellen, ontneemt veel van de kracht van deze nadere verbintenis.

Onze vaderen hebben altijd het ideaal voorgesteld en hebben hoger gegrepen. Als zij in art. 27 van de Ned. Gel. Belijdenis spreken over de Algemene Chr. Kerk, dan zeggen zij, dat de kerk is een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen, allen hun. zaligheid verwach-

tend in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de H. Geest.

Het ware te wensen, dat een ieder, die belijdenis des geloofs aflegt, dit doen mocht onder biddend opzien tot den Heere, wetende, dat het niet aansluiten bij de kerk, tegen de ordinantie Gods is:

Het laatste heeft tot gevolg, dat na ernstig vermaan van de Kerkeraad, schrapping volgt uit het doopboek.

De Heere geve genade in deze slappe en verwaterde tijden, dat Zijn gemeente verrijkt worde met vele jonge mensen, die de oprechte keuze hebben gedaan met Ruth: „Uw volk is mijn volk en Uw God mijn God."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1949

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1949

Daniel | 8 Pagina's