Het Communisme
„Zo verzond hem de Heere God uit de hof van Eden." (Gen. 3 : 23a.)
II
Na de zondeval is het duidelijk, dat de mens nimmer meer zijn voet zou zetten in het Paradijs. De weg naar het aardse Paradijs was toegemuurd. Tragisch is dan ook het streven van de mens, wiens oog hiervoor gesloten is, om toch een weg te vinden, die uitkomen zal in een Paradijs-toestand. De eeuwen door heeft men getracht een dusdanige vorm van samenleving te vinden, waarin elk tekort aan levensgeluk zou zijn opgeheven, waarin dus geen sprake meer zou zijn van
moeite en verdriet. Aan al die pogingen ligt een hunkering naar het verloren gegane Paradijs ten grondslag; een heimwee naar een volmaaktheid op deze zondige aarde.
Het is dan ook te begrijpen, dat aan al de leuzen en al de stelsels, die de mensheid aards geluk, aardse voorspoed, aards genot beloven, zoveel aandacht wordt geschonken. Hij, wiens blik niet verder reikt, dan de horizon van deze aarde, luistert met gespannen aandacht naar de profeten, die de komende heilstaat prediken. Vandaar ook de grote aanhang van het Communisme, dat in zijn grondslag zo nauw aansluit bi) de grondslag, waarop elk mens zich plaatst in zijn zucht naar aards genot. Met name in deze tijden, nu in een wereld vol leed de ongelijkheid in levenslot, vooral in materieel opzicht, zich toespitst, is het te begrijpen, dat de zuigkracht van het Communisme zo groot is.
De geestelijke grondslag van het Communisme.
Laten wc vooral hierop letten. Het gehele stelsel van het Communisme vindt hierin zijn fundament: alle geestelijke en stoffelijke bezittingen der samenleving gelijk op te delen. Alle mensen hebben evenveel recht op bezit, op welvaart, op geluk en dergelijke. En 't is te begrijpen, dat de mens in zijn zucht naar aards geluk zich zo aangetrokken gevoelt tot het Communisme, dat hem aards geluk belooft. Maar hierin ligt juist voor die mens het grootste gevaar!
Want wat toch is het ideaal van het Communisme? De mens te waarborgen een gelukkig leven hier op aarde. Dit ideaal ontleent dus zijn betekenis enkel en alleen aan de waarde van dit leven; wordt uitsluitend beheerst door de eisen van dit leven en strekken zich dus ook niet verder uit dan de grens van dit leven. Centraal is dus dit leven. Maar Gods Woord zegt ons, dat er nog een leven is na dit leven. Juist daarom is het Communisme zulk een groot gevaar, omdat het alle zorg van 's mensen bestaan samentrekt op dit leven, met volkomen uitschakeling van het leven na dit leven. Voor het feit, dat de mens een eeuwigheidsbestemming heeft, is in het Communisme geen plaats. Hier openbaart zich een wereld-en levensbeschouwing, die de allerbelangrijkste vraag, of dit leven niet een voorbereidingstijd is voor het leven na dit leven, op de achtergrond dringt niet alleen; maar ook het leven na dit leven kortweg ontkent: „Met de dood is alles uit!" De Schrift leert ons evenwel gans anders. Die zegt ons, dat de mens voor een eeuw^heid geschapen is. Eén onzer vaderen, Ds Smijtegelt, zegt in een van zijn Catechismuspreken, dat de mens, die enkel bekommerd is, om zijn aards bestaan, gelijk is aan iemand, die zijn hond goed verzorgt, maar zijn eigen kinderen laat ver: armoeden.
De allerbelangrijkste vraag.
Neen niet dit tijdelijke leven is het belangrijkste. Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn Gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Gods Woord legt de volle nadruk op het zoeken van 's Heeren Koninkrijk, stelt de eeuwige bestemming van de mens in het centrum. De aardse, de tijdelijke dingen plaatst Gods Woord beneden en achter de Goddelijke dingen. Voor de mens is het niet het belangrijkste hoe of hij door dit leven raakt, maar hoe hij er uitraakt. Voor deze belangrijke vraag is in het Communistisch stelsel geen plaats; het beneemt de mens ieder uitzicht op de geestelijke dingen. Het vestigt alleen en uitsluitend de aandacht op de zorg van het aards bestaan; ja het gaat in feite nog verder, door de noodzakelijkheid te ontkennen, dat de mens er rekening mee moet houden, dat er nog een leven na dit leven is.
Het herstel aller dingen.
Maar er is meer. Het Communisme acht het mogelijk een heilstaat op aarde te kunnen stichten; dat is dus het herstel aller dingen te kunnen bewerkstelligen door gemeenschappelijke samenwerking van een daartoe bekwame mensheid. Het neemt dus in feite de redding van een in zonde verzonken wereld zelf ter hand.
De mensheid zal zich zelf ten heiland zijn. Welnu dit is de schrikkelijkste ontkenning van het feit, dat er een hogere, een Goddelijke macht nodig is, om de mens op te halen uit de poel van zonde en schuld. Voor de Christus der Schriften is dus geen plaats; men heeft Hem niet nodig; terwijl Hij het toch alleen is, die de mens verlossen kan uit het grootste kwaad en brengen kan en wil tot het hoogste goed. Het „alzo lief heeft God de wereld gehad, ' dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe", heeft voor het Communistische stelsel geen reden van bestaan. Het Communisme verheft de mens ten troon, berooft Christus van Zijn heerlijkheid en is in wezen de grootste vijand van het waarachtig geluk des mensen, omdat het de Heere des hemels en de hemel overbodig maakt.
Zo heeft Bebel eens gezegd: Geef ons de aarde en wij gunnen de > emel aan de mussen. En de Nieuwe Gids schreef eens: De kinderlijke overtuiging van Gods goedheid en rechtvaardigheid is, gezien de marteling van ons onschuldige levens, onherroepelijk weg. Er is maar één redelijk verlangen: de hemel op aarde. Voor de hel zijn we niet meer bang te maken."
Ja, er is maar één redelijk verlangen: de hemel op aarde; maar God zegt: De aarde zij om Uwentwil vervloekt, doornen en distelen zal zij voortbrengen; in 't. zweet Uws aanschijns zult gij uw brood eten. De hemel op aarde, maar de ontwikkeling van het Communisme is de ontwikkeling naar de ondergang.
De hemel op aarde, maar waarin de God des hemels en der aarde wordt gemist. En waar Hij gemist wordt, daar wordt onherroepelijk gemist: het waarachtig geluk, de ware vx-ede en de hoogste blijdschap.
Waar Hij gemist wordt, is al 't streven van de mens met onvruchtbaarheid geslagen. Alzo draagt ook het Communisme de zekere waarborg in zich zelf, dat het mislukken zal en moet. In verwaten zelfverheffing meent de rnens zijn ideaal: De hemel op aarde, te kunnen grijpen. En als hij meent het gegrepen tc hebben, en hij opent zijn hand, dan is die hand leeg. Als Mevr. Roland-Holst Rusland heeft bezocht dan klaagt ze: „Een brandend leed doorleeft me; het Communisme, dat even vlak bij scheen, wijkt weer naar verre verschieten." De lege hand. De oorzaak van de mislukking' schuift ze niet op het Communistisch beginsel, maar op de nog niet gerijpte tijd:
Wij zijn de bouwers van de tempel niet, Wij zijn enkel de sjouwers van de stenen, Wij zullen niet dben rijzen en verenen Zijn stoute pijlers, wij krielen doorenen, Omlaag, in verwarring en haar verdriet.
En de Rus Gawronsky schrijft in zijn: Balans van het Russisch bolsjewisme: „De bloeiende boom van het nieuwe leven ligt daar, de wortels in de zon, verwelkt, verdord, dood."
Alweer de lege hand!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1949
Daniel | 8 Pagina's