VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan : I T. MOLENAAR. Lee de 18. Rotterdam-Zuid
P. v. d. V. wil weten wat een strikvraag is uit de Bijbel.
Antwoord: Als ik U goed begrijp, dan bedoelt U, dat er mensen zijn, die moeilijkheden, zgn. tegenstrijdigheden aanvoeren, om een ander, die de Bijbel als Gods Woord gelooft, aan het wankelen te brengen.
Een paar van die strikvragen zal ik noemen. Ze wijzen op 1 Sam. 16 : 10 waar geschreven staat, dat Isaï 8 zonen had. David was de achtste. Maar 1 Kron. 2 : 15 stelt David als de zevende.
Ook menen ze een tegenstrijdigheid te vinden in 1 Kron, 15 (tussen Asa en Baësa was oorlog al hun dagen) en 2 Kron. 15 (geen oorlog tot het 35e jaar van Asa.)
Laten we het hier nu eens bij laten. Wat is de bedoeling van een strikvrager. Gods Woord neer te halen en te leren, dat een boek, waarin zoveel fouten (naar hun mening) staan, Gods Woord niet kan zijn, maar een mensenwoord is.
Schuw dezulken, want ze zoeken uw ondergang, maar niet uw behoud.
Moeilijkheden zijn er wel in Gods Woord, maar geen tegenstrijdigheden. De Heere, die de Auteur is van de ganse H. Schrift kan Zichzelf niet tegenspreken.
De moeilijkheden in Isaï's stamboom zijn wel op te lossen. Bedenk, dat in een geslachtsregister, zoals 1 Kron. 2 het voornamelijk te doen is om de nakomelingschap. Misschien is er dus een van Isai's zonen om kinderloosheid onvermeld gebleven.
En wat de geschiedenis van Asa en Baësa betreft, daar zij opgemerkt, dat hier wel een moeilijkheid ligt, maar dat deze wel te voorkomen is, als men bedenkt, dat het Hebr. woord, dat in 1 Kon. 15 door oorlog vertaald is, ook kan betekenen een gespannen verhouding.
Laat U dus door een strikvraag niet van de wijze brengen en bid maar veel: „Open mijn ogen opdat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet."
P. v. d. V. te VI. schrijft mij het volgende: „Mijn zuster en ik hebben er veel over gesproken, dat zo iemand bekeerd wil worden, echt wil bekeerd worden, en er bij de troon der genade op aan blijft dringen, dat het ook gebeuren zal. Hoe denkt U hierover?
Antwoord: De wijze waarop U deze mededeling doet, verraadt wat. Hier is gebrek aan Gods-en zelfkennis.
Zo gauw de Heere zaligmakend het hart gaat bearbeiden, komt een mens tot de ervaring, dat hij niet gewild heeft, dat de Heere Koning over hem zou zijn. Dat wordt juist zijn schuld. De Heere Jezus heeft gezegd: „Gijlieden wilt tot Mij niet komen." Onwil en onmacht zijn de struikelblokken, zijn de gevolgen van onze diepe val in Adam, als we niet zalig worden.
Wordt het wonder van vrije souvereine genade aan ons verheerlijkt, dan is dat genade en als dat wonder niet gebeurt, is het eigen schuld. Dat mag een paradox lijken, maar 't is zo.
Wij mogen menen, dat we met onze zgn. goede wil de zaligheid wel kunnen krijgen, eigenlijk verdienen, maar dat is remonstrants.
Moeten we dan niet om bekering bidden? Vanzelf, dat is ons aller plicht. Maar dit is de fout, dat we als gewilligen en rechthebbenden tot God komen. En daar staan we de Heere mee in de weg.
Hij heeft alleen behagen in hen, die wezenlijk arm zijn en die een gebrokene des harten is, die voor Zijn Woord beeft en alle recht in zichzelf verloren heeft.
Daarom mijn vriend wens ik u toe, dat ge het net door genade spoedig mag werpen aan de andere zijde van het schip en dan zult ge vissen vangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1948
Daniel | 8 Pagina's