Dankdag
Hoe - zullen zij. die nimmer baden, nu voor Uw zegen Janken dan gaan? Die zó vertrouwen, dat de zaden vanzelf verworden tot goed graan ; die zölf beramen hoe hun paden verlopen in dit aards bestaan ?
Die rijke oogsten uit de aarde als vrucht beschouwen van hun vlijt, en t naarstig zwoegen in hun gaarde, die rnet zijn blad en vrucht verblijdt; die, als de rups t gewas ontblaarde. de vuisten ballen in hun nijd ? —
Maar die in prille lente staam'len om wijsheid, regen, wind en zon, beseffen bij het blij verzaam'len: t was onverdiend al wat ik won ; die gaan na d' oogst, een rijke of schaam'le, verzuchten: dat k maar danken kön.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1948
Daniel | 8 Pagina's