Het Communisme
I.
Geen van onze lezers zal het durven ontkennen, dat wij leven in een tijd van hoogst gewichtige en geweldige vraagstukken. Wie maar niet luchtig over de oppervlakte van het leven heenglijdt, maar de dingen dieper doorschouwt, ziet met ontzetting de schaamteloze afval van God en Godsdienst, gepaard gaande met een verachting van Overheid en Gezag, teneinde met revolutionair geweld deze van God gegeven instellingen omver te werpen en de grondslagen van Kerk en Maatschappij te ondermijnen en te vernietigen. De strijd tussen licht en duister, tussen geloof en ongeloof spitst zich steeds meer toe, neemt steeds meer vastere vormen aan.
Onverschilligheid en godsdienstloosheid nemen met name in onze grote steden onrustbarend toe. Wereldgelijkvormigheid en modepopperij, met de daaraan verbonden gevolgen van onzedelijkheid, hebben een nooit gekende vorm aangenomen. De lichtzinnigheid der sportlievende jeugd, gepaard met de Zondagsontheiliging, heeft een vlucht als nooit te voren genomen. In één woord de vastigheden des levens worden ondermijnd door een geestelijke losbandigheid, die het ergste doet vrezen. De dagen van Noach, toen de aarde met wrevel was vervuld, zijn weer gekeerd. Geweldige wei'eldmachten streven naar de wereldheerschappij. De mensheid, losgeslagen van zijn ankers, loopt zijn ondergang, als God het niet verhoede, tegemoet. Daar is de dreiging van het atoomwapen, dat onze harten wel met bange zorg mag vervullen.
Inderdaad we leven in een geweldige tijd. Een tijd, waarin het wereldgebeuren niet zo maar aan ons en onze jeugd voorbijgaat. Integendeel met ernst hebben
wij bij het licht van Gods Woord de tekenen der tijden te onderzoeken, nu zoveel leuzen en stelsels de wereld worden ingezonden en door de kortzichtige massa zonder nadenken worden aanvaard. Tekenen der tijden... is het Communisme, in zijn huidige openbaring, er niet een van? We zullen trachten in deze artikelen-reeks een en ander t.a.v. het Communisme te onderzoeken.
De hemel op aarde?
Dat deze wereld geen paradijs is, wie onzer zal het durven ontkennen? De rauwe werkelijkheid van mensenleed en wereldwee zijn er toch de bewijzen van. En als er één tijd geweest is, die dit duidelijk demonstreert, dan is het wel deze tijd. Neen deze door de zonde ontredderde wereld, geeft geenszins de indruk, dat ze op weg is naar een hemel op aarde, al is zo'n hemel in de loop der tijden op alle mogelijke wijzen en in alle mogelijke vormen beloofd en aangeprezen; wijzen en vormen, die echter nimmer gebracht hebben, wat beloofd werd. Ondanks het feit, dat de mensheid nog nooit de weg gevonden heeft, waarvan aards geluk en aardse vrede de eindbestemming is, toch blijft men zoeken en worstelen naar middelen, om de mensheid op te heffen boven het kwaad, dat zo bitter is en het leed, dat het leven zo zwaar maakt. Ondanks alle teleurstellingen, blijft men rusteloos zwoegen, om de mensheid op te leiden uit de donkere dalen van het lijden naar de lichtende berghoogten van aards geluk.
Neen, het geloof in en de hoop op een betere wereld is nog geenszins verstorven. De verwachting op een beter en gelukkiger leven heeft men in geen enkel geval opgeheven. Wie uit de bittere ervaringen in de loop der tijden opgedaan de conclusie zou willen trekken, dat de mensheid in doffe moedeloosheid de dingen min of meer aanvaardt, zoals ze tot hem komen, vergist zich. Het tegengestelde is des te eerder waar: hoe groter het leed, met des te meer energie tracht de mensheid zich aan de greep van het lijden te ontworstelen. Een betere wereld moet er komen. Men acht dat mogelijk. Als maar in deze chaotische wereld de tegenstelling daarvan schrijnende armoede en weelderige rijkdom ware opgeheven; als maar alle stoffelijk bezit onder alle mensen gelijkelijk werd verdeeld, als maar die eindeloze ongelijkheid in levenslot was verdwenen, dan, ja dan zou de dageraad van de nieuwe dag over de dan verloste mensheid aanbreken
Een utopie? een fata-morgana?
Neen zegt hij, die zijn hoop op een betere wereld niet heeft opgegeven. Nodig is daartoe een dusdanige vorm! van samenleving, waarin alle mensen gelukkig kunnenj zijn. Immers, zo wordt geredeneerd, de sluimerende krachten ter vorming van zulk een heilstaat zijn in de mens zelf aanwezig. De weg naar levensgeluk staat open, meent men, omdat men de hoop op betere tijden gebouwd had en heeft op het geloof in de mens zelf, op diens sluimerende krachten ten goede, op diens willen en kunnen.
Een al te wankele bodem.
Maar wie de weg naar een heilstaat banen wil op grond van het menselijk kunnen; wie het gebouw van een wereld vol geluk bouwen wil op dit fundament, zal ervaren dat hij bouwt op een al te wankele bodem. En wel om de eenvoudige reden, dat de mens niet goed is (Rom. 3.)
De mens goed? Zie om u heen; wat al zelfzucht, haat, ontevredenheid, afgunst een reeks van ondeugden. Zal deze mensheid zo vol zelfzucht in staat zijn een wereld op te bouwen zonder eigenliefde en vol van geluk en voorspoed? Inderdaad men gelooft het. Op grond waarvan? Omdat men deze grote Schriftwaarheid: „We zijn ongelukkig, omdat we zondig zijn", omkeert in: „We zijn zondig, omdat we ongelukkig zijn." (Ds Bierens-de Haan in de „Nieuwe Gids").
Deze woorden van Ds Bierens-de Haan herinneren ons aan een ander woord, van gelijke inhoud: Bouw scholen, dan kunt ge de gevangenissen sluiten (Prof. Opzomer.)
M.a.w. Worden de omstandigheden; wordt de wereld beter, dan verdwijnt vanzelf alle ondeugd, alle haat, alle nijd de mens wordt goed.
De ontkenning van het zondefeit.
Dit is niets meer en niets minder dan de ontkenning van de zonde. Diametraal daartegenover staan de klare en duidelijke uitspraken van 's Heeren Woord. Er is niemand, die goed doet, ook niet tot één toe. En wie dit ontkent, wie met het zondefeit geen rekening houdt, zal niet alleen nimmer de weg vinden, waarvan geluk de eindbestemming is, maar stuurt in feite de mensheid op een w r eg, die onherroepelijk moet uitlopen op een geweldige catastrophe. 's Mensen wijsheid zal blijken te zijn de allergrootste dwaasheid. Alleen in terugkeer tot God en Zijn Woord is heil te verwachten voor een in zonde verworden wereld. Dit Woord tekent de mens in zijn onmacht ten goede. Daarom zal elk streven, dat de verbetering der samenleving bouwen wil op de goede gezindheid des mensen een onvruchtbaar streven zyn. Een ideaal toestand op deze verworden wereld is een onmogelijkheid een fata morgana een luchtspiegeling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1948
Daniel | 8 Pagina's