RONDKIJK
Gevreesde doorbraak
In het Gereformeerd Weekblad schrijft de bekende Ned. Herv. Prcd. Ds I. Kievit van Baarn een serie artikelen, getiteld: „Gevreesde doorbraak", die ik belangrijk vind om er iets over mede te delen. Hij beziet daarin verschillende tijdsverschijnselen, die zich openbaren niet alleen bij de wereld, maar ook bij de godsdienstige mens, verschijnselen, waarbij wetteloosheid en losbandigheid hun triumphen vieren, inzonderheid ook bij jonge mensen. De tijdgeest openbaart zich o.a. hierin, dat de mensen niet meer willen denken zoals voorheen, dat het wilsleven is verslapt en het driftleven volkomen centraal wordt gesteld. De mens, die de teugel der rede kwijt is en wiens wilsleven geleid wordt door zijn driftleven, komt tot steeds meer eisen om zich te kunnen uitleven ook in de gemeenschap.'
„Zo worden — aldus schrijft Ds Kievit — allerlei structuren gevormd, die echter allerminst instinctleidend en beheersend zijn voor het driftleven, doch juist stimulerend inwerken. Ik denk aan volksfeesten, dans, filmvermaak, bioscoop enz. Deze overschatting van het instinctieve in de mens voert tot sociale ordening en levensvormen, die met deze instincten harmoniëren, zoals wedstrijden, loterijen en free-intercourse, gemengde baden enz. Daarbij komt de romanlitteratuur, die in onze tijd steeds meer is ingesteld op het driftleven, het naakte leven, dan op onderdrukking en leiding daarvan. Een stroom van vuil overspoelt ons volk en juist die geschriften worden verslonden. Na onze bevrijding van het slavenjuk der Duitsers is, helaas, het driftleven in allerlei opzicht geprikkeld in plaats van geleid en beheerst, zodat wij met de bevrijding in nieuwe slavernij geraakten, erger dan waarvan wij werden bevrijd door Gods goedheid en dragende lankmoedigheid.
Natuurlijk bedoelen wij niet te zeggen, dat toen deze doorbraak op eenmaal zonder voorbereiding tot stand kwam en algemeen was, maar wel dat toen een geweldige stoot werd gegeven van binnen uit, < %odat een doorbraak tot stand kwam, die niet meer te keren is, al kon zij wellicht nog een weinig worden gestuit. Tevens kunnen wij opmerken, hoe de wereld heenschuift over de kerk en het kerkvolk meesleurt, dat der wereld volkomen gelijkvormig wordt in brede kringen in alle kerken."
Na gewezen te hebben op het verslapte gaat de schrijver verder: wilsleven
„Wc zullen zeker in de zielszorg en op de catechisatie rekening moeten houden met deze verschijnselen, willen wij nog doen wat mogelijk is om te stuiten en te leiden in de banen van Gods W r oord. Daartoe zullen we moeten weten wat er leeft in de jeugd, of ook wat er in hen versterft, of reeds verstorven is.
Maar één ding mogen we niet doen, nl. meewerken om. aan het driftleven een uitlaat te geven door de hulpmiddelen der wereld over te nemen. Want dit kan slechts kort enige baat brengen en slechts remmen tot dieper doorbraak en zich afwenden van de kerk om zich te storten in de wereld. De zaak is toch deze: Wanneer dit leven der driften niet kan worden geleid in redelijke banen, wanneer de kracht van de traditie, van de overleving, de normen van het geoorloofde en verbodene, van godsdienst en opvoeding worden teniet gedaan, dan breekt het instinctieve leven door en valt de mens terug in het animale, het dierlijke driftleven."
Hier wordt de vinger gelegd op de wonde van onze tijd. Hoe nodig is het, dat we ons er op realiseren. Meer nog, hoe nodig is het dat in woord en geschrift het enige geneesmiddel wordt aangewezen dat alleen baten kan, nl. Terug naar Gods Woord!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1948
Daniel | 8 Pagina's