JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Flitsen uit Luthers leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Flitsen uit Luthers leven

4 minuten leestijd

, , Ik heb uit één blad van Luther meer geleerd dan uit de ganse Thomas van Aquino." (Erasmus.)

Maarten Luther, geboren 11 Nov. 1483, stierf op 18 Febr. 1546 en werd begraven in de Slotkerk te Wittenberg. Op verschillende plaatsen zijn gedenktekens voor hem opgericht: te Wittenberg, Worms, Möhra, Leipzig, Dresden, Maagdenburg, Erfurt, Eisenach, Hannover.

In 1571 werd in de Michielskerk te Jena door de keurvorst van Saksen een gedenkteken gezet. Boven de afbeelding van Luther staat te lezen: „Wij, van Gods genade, Johan Wilhelm, Hertog van Saksen, Landgraaf van Thüringen, Markgraaf van Meissen, hebben deze afbeelding van Luther, niet om te aanbidden, maar ter gedachtenis laten zetten, in het jaar 1571. Boven het hoofd van Luther staat:

Pestis eram vivus, moriens ero mors tua Papa!

G. Outhof vertaalt dit aldus:

„Ik was bij u, o Paus, een pest in al mijn leven, Maar stervende zal u mijn dood de doodsteek geven."

Rechts ziet men het wapen van Luther: en kruis op een mensenhart, omgeven met een roos en daaronder Luthers zinspreuk „vivit" (Hij leeft nl. Christus.) Links staan de woorden uit Jes. 52 : 7: Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die de vrede doet horen."

Luther was eenvoudig in spijs en drank. Meestal was hij tevreden met haring en brood. Melanchton, zijn trouwe vriend, getuigt van hem dat hij soms in vier dagen at noch dronk.

Vaak werd hij als gast uitgenodigd, maar meestal weigerde hij. Eenmaal zei hij: „Ik verlies veel tijd in deze stad door te gast te gaan. Ik weet niet welk een satan zulks bestelt, dat ik het niet kan weigeren, en toch is het mij schadelijk dat aangenomen te hebben."

Zijn studie-en schrijfwerk wisselde hij af met tuinieren. Ook zat hij wel met Melanchton te schaken, wordt van hem verteld.

Voor arme studenten had hij alles over, wetende dat hij zelf een arme scholier was geweest.

Eens kwam een student om reisgeld vragen. Luthers geld was op en toch moest de student geholpen worden. Wat doet de Hervormer? Hij neemt een zilver bekertje, geeft het aan de student en zegt: „Breng dit bij de zilversmid en houd het geld dat er van komt."

De keurvorst van Saksen bood hem een gedeelte van de zilvermijnen te Snebergen aan. Luther sloeg het aanbod af en sprak: „Ik wil niet dat de duivel, de heer der onderaardse schatten, macht over me heeft."

Een andere keer kreeg hij 200 gulden uit de goudmijnen. Onder de arme studenten werd het verdeeld. Luther was wars van gierigheid. De mensen werden om deze zonde door hem ernstig bestraft. „De duivel" sprak hij, „heeft gepoogd mij tot allerlei zonden te verlokken, maar nooit tot gierigheid." De zwakke plekken kent satan wel!

Melanchton heeft van Luther getuigd: „Bugenhagen is een letterkundige en verklaart de kracht der woorden; ik ben een redeneerder en wijs de samenhang der zaken aan; Justus Jonas is welsprekend, vloeiend en sierlijk; maar Luther is alles in allen en een mirakel onder de mensen. Al wat hij zegt en schrijft, dringt tot in het gemoed door en laat wonderlijke prikkels in de harten der mensen."

Erasmus zei: „God heeft aan deze laatste eeuw, wegens de grootheid der krankheden, een felle Arts (dat was Luther) gegeven."

Basnage (historieschrijver) vertelt van Luther:

„Hij was van een oplopend humeur; de vervolging, die men tegen hem te werk stelde, verbitterde hem. Hij meende recht te hebben, bittere bewoordingen te gebruiken tegen hen, die hem in zijn eer aantastten en die hem zelfs het leven poogden te benemen. Hij had fouten, gelijk grote mannen daar nooit van bevrijd zijn; misschien zelfs heeft de onverwachte gelukkige uitslag zijner onderneming zijn hart opgeblazen. Deze hoogmoed, bij de barbaarsheid zijner eeuw gevoegd, maakte hem meermalen driftig, en vervoerde hem tot hevigheid; maar hij behield altoos die Godsdienstigheid, die hij van zijn eerste jeugd af gehad had. Hij had een driftige ijver voor de eer van God en voor de herstelling der Kerk, en een standvastigheid van ziel, die door de grootste gevaren niet aan het waggelen was te brengen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1948

Daniel | 8 Pagina's

Flitsen uit Luthers leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1948

Daniel | 8 Pagina's