JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RONDKIJK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDKIJK

5 minuten leestijd

De Kerkcent. Een cent is tegenwoordig maar van heel weinig waarde, men kan er niets noemenswaardig voor kopen. Vroeger, lang voor de oorlog, was dat anders. Vooral door kinderen werd toen een cent hoog gewaardeerd. In de snoepwinkel kon men er een lange staaf drop, een pijp zoethout of andere snoeperij op verkrijgen. Maar nu is de cent bijna niet meer in tel. Men heeft er al tien nodig, om er een „ijsje" voor te kunnen kopen.

In de maatschappij wordt de cent geminacht. Maar in de kerk? Daar schijnt de cent nog grote waarde te hebben. Iedere Zondag gaan de centen in grote hoeveelheden het kerkezakje binnen.

Toen Rondkijker een kleine jongen, was, werd op de lagere school op zekeren dag een raadsel opgegeven: Wie is er vromer, het dubbeltje of de cent? Het antwoord wisten we niet. Maar de meester zei: „de cent, want die komt vaker in de kerk!" Toen had de cent echter nog wel waarde en nu niet, zodat U het al direct met me eens is, dat hier iets niet klopt. Als men Zondags uit zijn beurs de muntstukken loost, die in de week vrijwel geen waarde hebben, is dat niet in de haak.

Wanneer er een straatcollecte wordt gehouden, is dat voor een of ander goed doel. En daar stopt men misschien een dubbeltje of meer in. En in het kerkezakje volstaat men dikwijls met een cent, of centen, terwijl dat toch een heel andere instelling is! De Diaconie is een instelling van Christus zelf. De Catechismus (Zondag 38) spreekt van op den rustdag naarstiglijk tot de gemeente Gods te komen, „en den armen Christelijke handreiking te doen." Men machtigt dus de dienaren in Christus' kerk (de diakenen) om in Zijn Naam de gelden uit te reiken aan de behoeftigen of ze te gebruiken voor de instandhouding van de openbare eredienst. Waar buiten de kerk de cent zo weinig van waarde is, kan de kerk met centen evenmin weinig beginnen. Ik herinner mij een predikant, die bij een aanbeveling van de collecte het woord van de Apostel Paulus aanhaalde: „Alexander de kopersmid heeft ons veel kwaad gedaan!" Die kerkeraad daar, had blijkbaar ook veel last van de „rode loop!" (de centen waren toen nog van koper.)

Nu staan onze Geref. Gemeenten onder de kerkgroepen bekend, dat men over het algemeen zeer offervaardig is. Dat is een zeer gelukkig verschijnsel. Wat echter niet wil zeggen, dat bij ons de kerkcent contrabande is.

In sommige kerkbladen, die regelmatig op mijn schrijftafel verschijnen, vind ik over de kerkcent erge dingen. Een overzicht van de collecten van de Hervormde gemeenteleden te Arnhem gaf aan, dat in het jaar 1947 in totaal 61.720 centen gecollecteerd werden in de gewone kerkdiensten, wat neerkomt op ongeveer duizend losse centen per Zondag. Het grootste aantal centen ontving men op 1ste Kerstdag! Nota bena: de dag waar op ieder feestelijk te voorschijn komt en waar thuis misschien allerlei lekkernijen staan! De kerk kwam er slecht af, met (naast andere geldstukken natuurlijk) 1.727 centen.

Van Oud-Beijerland las ik, dat het daar nog een graadje erger is. De Herv. gemeente aldaar is veel kleiner dan in Arnhem maar het kerkbezoek is er zeer goed te noemen. Hier haalde men nog in dit jaar 2000 centen per Zondag op. Dit betekent dat de diakenen jaarlijks 100.000 centen moeten tellen.

Ik haal deze voorbeelden niet aan, om de tegenstelling te laten zien, dat wij in onze gemeenten zulke beste gevers zijn. Over cijfermateriaal beschik ik niet. En laatst, toen ik in een kerkeraadskamer was, zag ik daar een centenzeef! Ik wil alle „centengeverij" niet veroordelen. Onder die centen zit ook het penninkske der weduwe. En dat penninkske heeft voor den Heere net zoveel waarde als de zilverlingen der beter gegoeden. Zij had daarin geworpen (in de schatkist) al haren leeftocht. Maar waar ik op wijzen wil is dit, dat het onze betamelijke plicht is naar het Apostolisch vermaan in 1 Cor. 16 : 2, dat ieder geve, „naardat hjj welvaren ontvangen-heeft."

VARIA.

JEUGD VAN ALLE TIJDEN

We lazen in een van onze Dagbladen: „Het is gewoonte in de Boeke-school dat de kinderen zelf meehelpen aan het schoonhouden van de lokalen. Kort nadat Beatrix kroonprinses was geworden, moesten de vloeren worden gedweild.

— Ik dweil niet meer, verklaarde Beatrix resoluut, blijkbaar plotseling bedenkend, dat een dweilende kroonprinses haar reputatie te grabbel zou kunnen gooien.

Het paleis Soestdijk werd opgebeld en het eind van het lied was, dat Beatrix voor straf naar huis zou moeten lopen, in plaats van, als Irene', in de auto van Prins Bernhard mee te rijden. Wie beschrijft echter de verbazing van haar vader, toen hem halfweg de route een auto passeerde, waaruit Beatrix vriendelijk wuifde.

— Ik ben gaan liften, riep ze de verblufte prins Bernhard toe, die dit toch blijkbaar te bar vond. Hij liet haar uitstappen, bracht haar naar de school terug, en zei — Nu loop je naar huis en ik rijd achter je aan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1948

Daniel | 8 Pagina's

RONDKIJK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1948

Daniel | 8 Pagina's