JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De regeling van ons KERKELIJK LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De regeling van ons KERKELIJK LEVEN

2 minuten leestijd

(35.)

Smytegelt zegt: „Verborgen zonden moeten in het verborgen; openbare zonden in 't openbaar beleden worden." Ook de D.K.O. houdt streng vast aan de regel, dat heimelijke zonden door broederlijke vermaning tot verzoening moeten worden gebracht, zoals Christus dat nadrukkelijk bevolen heeft in Matth. 18. Anders staat het echter met de openbare zonden.

Openbare zonden zijn die zonden, „die van haar nature wege openbaar zijn", zoals b.v. diefstal, hoererij, openbare dronkenschap enz. en ook die „door verachting der kerkelijke vermaningen in het openbaar gekomen zijn." Wanneer iemand, ondanks de broederlijke vermaningen in zijn zonden blijft volharden, is hij zelf er de schuld van, dat het heimelijke kwaad openbaar is geworden. „Van al zulke zonden, zal de verzoening openbaarlijk geschieden, " zegt art. 75. De gehele gemeente is ergernis gegeven, dan moet ook voor de gehele gemeente de schuld worden beleden; dus in een openbare godsdienstoefening moet de verzoening geschieden. Heeft de verzoening plaats gehad, dan houdt ook de kerkelijke tucht op.

Nu zegt art. 75 dat deze verzoening zal plaats hebben „wanneer men zekere tekenen der boetvaardigheid ziet."

Bij elk tuchtgeval heeft de kerkeraad eerst uit te maken of de zonde een heimelijke of een openbare is. Dit is niet altijd even eenvoudig; ja, kan soms zeer moeilijk zijn. Doch is zij openbaar, dan moet zij ook in 't openbaar beleden worden. Paulus bestrafte Petrus ook in 't openbaar. En als er dan tekenen van boetvaardigheid zijn, dat moet de kerk vergevensgezind zijn. Die tekenen moeten oprecht zijn. Rijst er echter twijfel of de belijdenis wel oprecht is, dan moet de verzoening nog worden uitgesteld. Bij zware zonden moet de oprechtheid der boetvaardigheid niet alleen blijken uit woorden, maar ook uit de wandel. Ook dan is uitstel nodig, om de ergernis uit de gemeente weg te nemen en tevens de zondaar op de proef te stellen. Er wordt dus een proeftijd gesteld.

Weigert de zondaar schuldbelijdenis te doen, verwerpt hij de vermaning van de kerkeraad en volhardt hij in zijn zonde, dan zal de kerkeraad moeten overgaan tot censuur.

Deze censuur is geen strafmaatregel, maar dient om de zondaar tot boetvaardigheid te brengen en alzo te behouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1948

Daniel | 8 Pagina's

De regeling van ons KERKELIJK LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1948

Daniel | 8 Pagina's